Koken is bedrog, merkt Maarten 't Hart

Schrijver Maarten ’t Hart beschrijft maandelijks hoe zijn moestuin erbij staat. Hij dreigt kiwi’s te oogsten. ‘Als dat lukt, ga ik weer naar de kerk.’

Maarten 't Hart. Hilko Visser Visser, Hilko

Vorig jaar was een rampjaar. Na een warm voorjaar, volgde een zomer met overvloedige regens. Bovendien was het akelig koud. Niets deed het. M’n aardappeltjes rotten weg in de grond, m’n sla verkommerde, m’n bietjes werden opgevreten door de slakken, m’n koolplantjes verkommerden, m’n spinazie schoot meteen door, en m’n wortels kwamen niet eens op, terwijl m’n uien al op het land verflensten.

Maar 2009 is nu reeds een wonderjaar. Nooit heb ik mooiere rattes gerooid dan thans, de erwtenstruiken kunnen de last van de rijpende peultjes amper dragen, en de kapucijners helemaal niet, die zijn al omgevallen. Terwijl ik anders altijd pas half juli sperzieboontjes kan plukken, heb ik nu al volop boontjes gesavoureerd. Zelfs m’n Nieuw-Zeelandse spinazie, anders altijd een bron van zorg, groeit uitbundig. En mijn kikkererwten die het in het Nederlandse klimaat nooit doen, maar die ik toch altijd zaai omdat ik zo benieuwd ben hoe de planten eruitzien, staan prachtig te bloeien. Of ik er ook erwten van zal kunnen oogsten, staat te bezien, maar als ’t zo doorgaat zal dat zeker het geval zijn.

Het enige minpuntje is dat de druif en de kiwi die ik tegen mijn kasje heb neergezet zo razendsnel tot kolossale planten zijn uitgegroeid dat ’t in de broeiruimte stikdonker is. Niets wil daar nog groeien, geen straaltje zonlicht valt er naar binnen. Daar staat tegenover dat de kiwi bloeit. Zal het wonder geschieden, zal ik voor het eerst uit eigen tuin kiwi’s oogsten? Als dat het geval is, ga ik weer naar de kerk (mits daar een leuke vrouwelijke dominee preekt in een minitoga, en ikzelf orgel mag spelen.)

De verbijsterende overvloed – en dat in deze crisistijd! – drukt je met je neus op de feiten. Omdat er zo veel wordt aangeleverd, kun je al oogsten als alles nog onvolgroeid is. En dan merk je dat niets lekkerder uitpakt dan heel jonge, piepkleine tuinboontjes, dwergsperzieboontjes, kleine aardappeltjes, malse slakropjes. Koken blijkt nauwelijks nodig. De tuinboontjes kun je blancheren, de aardappeltjes even stomen. De erwtjes gooi je in een kom waarin je ook verse krielkippeneitjes breekt. Je klutst alles even door elkaar, voegt een toefje verse peterselie toe, en bakt dan in een ommezien een erwtjesomelet. Iets wat lekkerder is moet nog uitgevonden worden.

Koken, zo blijkt, is het zwaktebod van de mens die wil verbloemen dat hij of zij met producten werkt die niet meer vers en veel te lang doorgegroeid zijn. Al die kookrubrieken in kranten en damesbladen waarin zoveel vernuftige tips worden gegeven om gerechten op te sieren, zijn evenzovele bedriegrubrieken. Want waarom moeten die gerechten zo nodig met allerlei kruiden en sluwe trucs worden upgejazzt? Omdat men niet werkt met jong, vers materiaal! Zo uit of van de grond, zo in je mond, dezelfde dag nog, dan hoeft er niks bij, dan kan al dat bakken en braden en sudderen achterwege blijven. In feite is koken bedrog. Met veel plezier lees ik altijd de kookrubriek van Marjoleine de Vos, maar ik verzeker u: had zij een eigen moestuin, dan zou haar rubriek totaal anders uitpakken. Al die kunstgrepen om te ver doorgegroeide groenten die het lange traject van kweker via groothandel en supermarkt naar de consument hebben afgelegd, nog wat op te fleuren zouden in haar rubriek volledig ontbreken. Koken is niets anders dan compensatie voor de miezerigheid van winkel- en supermarktproducten.

Maar elk voordeel hep z’n nadeel, om een oud-trainer te parafraseren die het Nederlands nog steeds niet onder de knie heeft. Want al kun je vroeg oogsten, toch levert de overvloed een raar probleem. Je oogst namelijk zoveel dat je niet alles op kunt. Wat doe je met datgene wat overblijft? Invriezen natuurlijk, maar je vrieskist is in een mum van tijd vol, en daarbij komt dat lang niet alles kan worden ingevroren. Dan maar weggeven. Niets echter valt mij zwaarder. Je hebt zo gezwoegd en gewied en getobd om die erwtjes, kapucijners, aardappels, boontjes uit de grond te krijgen dat je daar moeilijk afstand van kunt doen. Van diverse tuincollega’s heb ik reeds vaak vernomen dat ook zij daar doorgaans grote moeite mee hebben. De ervaring heeft mij geleerd: alleen als ik erg dol op iemand ben, lukt het mij om de aanbedene een maaltje erwtjes of rattes af te staan.

Deze bekentenis werpt een schril licht op mijn persoonlijkheid, ik weet het, want hoe vaak heb ik al niet uit andermans moestuintje de heerlijkste producten aangereikt gekregen, laatst nog uit het volkstuintje van Lucia de B. prachtige radijsjes, drie schitterende kroppen krulsla, en malse raapsteeltjes.