Homo erectus verloor ons penisbotje

Wat maakt de mens uniek? In de zomer van het Darwinjaar zoekt de redactie wetenschappen naar antwoorden. Deze week: het penisbotje.

SNOWBOUND

‘God nam het penisbotje van de man, en schiep de vrouw.’ Het zou zomaar een correcte bijbelinterpretatie kunnen zijn, als we een publicatie uit het American Journal of Medical Genetics uit 2001 moeten geloven. Het Hebreeuwse woord tzela dat in het eerste bijbelboek Genesis opduikt betekent namelijk niet alleen rib, maar ook steunbalk. En de man heeft evenveel ribben als de vrouw. Geen natuurwetenschappelijke analyse, maar een theologische en taalkundige, die ons met de neus drukt op een weinig besproken verschil met de meeste dieren: de mensenman heeft een botloze penis.

Want waarom heeft de mens niet zo’n botje in zijn penis, een baculum, dat hem helpt bij het binnendringen van de vrouwelijke vagina? Waarom niet net als bijna alle diersoorten, inclusief alle mensapen, een ondersteuning van botweefsel die de penis niet alleen stevigheid geeft, maar tevens het vermogen om te allen tijde klaar te staan om te paren? Waarom moet de menselijke man het doen met drie zwellichamen, aangesloten op een fijn maar kwetsbaar netwerk van bloedvaatjes, die in geval van seksuele opwinding zorgen voor een verhoogde toevoer en verlaagde afvoer van bloed, resulterend in wat we kennen als ‘erectie’? Die vraag heeft toch verrassend veel wetenschappers beziggehouden.

Inbrengen

De literatuur over de evolutie van de penis is rijkelijk gevuld met prachtige voorbeelden van de meest uiteenlopende mannelijke geslachtsdelen, blijkt uit een review in het Journal of Urology uit 2007. De penis heeft in principe drie functies bij de voortplanting van het mannetjesdier: het inbrengen van sperma, het verwijderen van sperma van eerdere ‘gelukkige’ mannetjes en het stimuleren van de geslachtsdelen van het vrouwtje. Elke penisvorm heeft zijn voor- en nadelen en is afgestemd op de leefwijzen van de eigenaar en op zijn omgangsvormen met de andere sekse. Zo heeft de Argentijnse eend een lus van twintig centimeter die hij met weerhaakjes in de vrouwelijke geslachtsdelen vastzet. Geen wonder dat zij het liefst hard voor haar bronstige belager wegvliegt.

De penis van een hond (die ook niet over een penisbotje beschikt) zwelt zo op dat het gelukkige paar vijf, tot in extreme situaties wel zestig minuten aan elkaar blijft zitten. Hierdoor wordt het sperma verder naar binnen gedrukt en blijft het langer in contact met de baarmoeder. En de penis van een neushoorn moet een uur stijf blijven voor de penetratie met de tegenstribbelende dame eindelijk kan beginnen. De mensenpenis is net als die van paarden perfect voor ‘vrijwillige penetratie’. Stribbelden mensenvrouwtjes meer tegen, dan had hij harder moeten zijn. Een penisbotje maakt de penis over het algemeen harder waardoor onvrijwillige penetratie beter lukt, en bovendien vaak zelfs schade aanricht bij het vrouwtje – waardoor haar de lust ontnomen wordt om het ook nog met een andere man te doen.

De penis met zwellichamen is overigens in de loop der evolutie vier keer uitgevonden. Schildpadmannen beschikken bijvoorbeeld over een functioneel gelijk lid dat echter uit andere embryonale cellen ontstaat. De schildpadpenis is iets harder en heeft slechts één zwellichaam.

Rudimentair

Bij de grote apen lijkt de chimpanseepenis het meest op die van de mens. De chimpanseepenis is ongeveer even lang als de onze, en het baculum minder dan 2 cm lang – vrijwel rudimentair dus. Dat past in het patroon van de vrijwillige penetratie – waar ook de chimpansee een actief voorstander van is. Bij de mens zou die verdwijning van het baculum dus maar een klein stapje verder zijn gegaan dan bij deze harige neven. Blijft de vraag: waarom?

In een publicatie in het enigszins obscure Mankind Quarterly uit 2000 wordt uiteengezet hoe de evolutie ons penisbotje deed verdwijnen: bij mensen bracht selectie een aantal eigenschappen naar voren: het goed afleveren van sperma, zo dicht mogelijk bij de ver weggestopte baarmoeder (lengte), het verwijderen van sperma van voorgangers, omdat de mensheid niet biologisch monogaam is (vorm van de eikel) en het op vrouwvriendelijke wijze stimuleren van de vulva, zodat het ook voor haar aantrekkelijk is om de liefde te bedrijven (omtrek en relatieve zachtheid). Toen de mens rechtop ging lopen werd de vrouwelijke vagina – de afstand tot de baarmoeder dus – langer. De onderzoeker denkt dat het uitgerekend Homo erectus was die tussen 1,9 miljoen en 400.000 jaar geleden zijn baculum definitief verloor. Of hij gelijk heeft is niet duidelijk: mocht het penisbotje toen nog bestaan hebben dan stelde het zo weinig voor dat het in fossielen waarschijnlijk nooit aangetroffen zal worden.

De medische literatuur maakt overigens wel melding van uitzonderingsgevallen onder de mensenmannen. Zo arriveerde in 1911 in een New Yorks ziekenhuis een Fransman genaamd John B. met een penis waar een botje van 3,5 cm in groeide. Geen handigheidje, maar meer een belemmering: de man had veel moeite met het inbrengen van zijn penis bij een vrouw, omdat het botje zijn penis extra omhoog kromde.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correctie

brieven Wetenschapsbijlage 04-07-09

Redactie wetenschap

Honden hebben een penisbotje, anders dan vermeld in het artikel over het verlies van ons penisbotje.