Diepe kloof tussen lab en bed

Nederland, Rotterdam, 25-06-09 Wim Kohler. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Het medisch onderzoek is in twee kampen verdeeld. Tussen beide kampen gaapt een kloof van onkennis. Al decennialang. En die kloof wil maar niet dicht.

Er zijn onderzoekers die aan de labtafel werken. En er zijn onderzoekers die aan de rand van het bed werken. Dat zijn de twee kampen. Vanaf de labtafel worden oplossingen voor medische problemen aangereikt die onbruikbaar zijn in de praktijk. Of zinloos. En vanaf de rand van het bed stellen onderzoekers vragen die dood vallen in de onderzoekswereld. Onmogelijke vragen. Zoals: bedenk een medicijn tegen kanker dat geneest en niet alleen het leven een paar maanden verlengt.

Breng de kloof ter sprake en onderzoekers en dokters voelen zich ongemakkelijk. Dan blijkt dat onderzoekers hun drive halen uit het binnenhalen van subsidies en publiceren. En dat veel dokters niet van nieuwe kennis houden en zweren bij hun ‘klinische blik’.

Ondertussen hoopt aan de ene kant van de kloof de moleculaire en genetische kennis zich razendsnel op. Terwijl aan de andere zijde artsen steeds beter leren een patiënt niet als buik of baarmoeder te zien, maar als hele mens.

Om de zoveel jaar krijgen de pogingen om de wiebelige hangbrug over de kloof te verstevigen en verbreden een nieuwe naam. Veertig jaar geleden was het de bedoeling om ‘kliniek’ en ‘pre-kliniek’ te integreren. Twintig jaar later moest het klinisch onderzoek versterkt worden. Nu gaat het om ‘translationeel’ onderzoek.

Maar in wezen is het probleem onoplosbaar. Onderzoekers onderzoeken onderzoekbare zaken. Het heeft weinig zin om onderzoek te doen waar het antwoord toch nog niet op te vinden is. Onderzoek naar hiv heeft hiv niet de wereld uit geholpen, maar heeft wel de kennis over virussen en het afweersysteem verduizendvoudigd. Het is overigens wel zinvol om bij het ontwikkelen van therapieën en tests van tevoren te bedenken wat arts en patiënt eraan hebben.

In de zomerserie ‘Onkennis’ schrijven wetenschapsredacteuren over een opvallend gebrek aan kennis.

    • Wim Köhler