De Mexicaanse griep blijft

De Mexicaanse griep kan de wintergriep straks makkelijk verdringen. Hij is erg besmettelijk.

Leden van het nationaal congres in Guatamala bespreken de uitbraak van Mexicaanse griep in hun land. Employees of Guatemala's National Congress wear masks in Guatemala City on June 25, 2009. A 35-year-old man has become the first swine flu virus victim in Guatemala, health officials announced. Health Minister Celzo Cerezo confirmed the man died from the A(H1N1) virus that erupted in Mexico several months ago, where it has killed scores of people. AFP PHOTO/Eitan Abramovich AFP

Het Mexicaanse griepvirus is fit genoeg om een geduchte concurrent te worden van de bestaande menselijke winter-influenzavirussen. Het nieuwe Mexicaanse H1N1-virus zal waarschijnlijk de komende jaren een eigen bestaan opbouwen naast de al aanwezige H1N1- en H3N2-virussen die de al jaren de wintergriep veroorzaken.

“Het is zelfs mogelijk dat de Mexicaanse griep de twee bestaande wintergriepvirussen helemaal verdringt,” zegt viroloog prof.dr. Ron Fouchier. “En dat zou niet gek zijn, want dan is het jaarlijkse wintergriepvaccin een stuk makkelijker te maken.”

Vincent Munster en Emmie de Wit van Fouchiers onderzoeksgroep in het Erasmus MC in Rotterdam vergeleken bij proefdieren de besmettelijkheid van het H1N1-wintergriep en de Mexicaanse griep. Fretten – de ideale proefdieren voor onderzoek aan mensengriepvirussen – besmetten elkaar prompt via zwevende luchtdruppeltjes. De dieren blijken iets zieker van het Mexicaanse griepvirus dan van de wintergriep en dat virus groeit – net als het wintergriepvirus – vooral in hun bovenste luchtwegen.

Fouchier: “De schade die het virus in het slijmvlies veroorzaakt is bij Mexicaanse en wintergriep hetzelfde. Maar het Mexicaanse griepvirus veroorzaakt meer schade en tot dieper in de luchtwegen.” Daardoor veroorzaakt het Mexicaanse H1N1-virus wellicht wat sneller een longontsteking. Ook vestigt het Mexicaanse virus zich in de darmen. Patiënten met Mexicaanse griep hebben soms diarree (Science, online 2 juli).

Een fret met Mexicaanse griep strooit in de week dat hij ziek is anderhalf keer zoveel virusdeeltjes in het rond als een fret die besmet is met een gewoon wintergriepvirus.

De fretten in dit experiment ontbeerden eerder opgebouwde weerstand tegen welk influenzavirus dan ook. Fouchier: “In een wereldbevolking waarin al 90 procent van de mensen weerstand heeft tegen de gewone seizoensgriep en 0 procent tegen de Mexicaanse griep, is het effect van de Mexicaanse griep dus nog veel groter.”

Influenza-onderzoekers gebruiken fretten als proefdieren omdat die dieren op dezelfde manier griep krijgen als mensen. Bij fretten veroorzaakt het virus dezelfde schade in de luchtwegen als bij mensen. En ook de besmettingspatronen tussen fretten lijken erg op de manier waarop mensen elkaar besmetten. Muizen worden bijvoorbeeld nauwelijks ziek van influenza.

Fretten zijn marterachtige huisdieren die traditioneel voor de jacht op konijnen worden gebruikt. De fret gaat een konijnenhol binnen waarna de konijnen van schrik naar buiten rennen en dan geschoten kunnen worden.

De overeenkomst tussen fret en mens bestaat vooral door de gelijke moleculen waaraan het griepvirus zich hecht in de luchtwegen bij het begin van de infectie. En die op dezelfde manier in de luchtwegen verspreid liggen. Wintergriepvirussen en ook het Mexicaanse griepvirus binden aan moleculen in de bovenste luchtwegen. Het H5N1-vogelgriepvirus hecht zich aan moleculen die bij mens en fret dieper liggen. Dat vogelgriepvirus infecteert moeilijk, maar veroorzaakt dan vrijwel meteen een ernstige longontsteking.

Tegelijk met de Rotterdamse studie publiceerde Science ook een fretten-besmettingsproef door onderzoekers van de Amerikaanse Centers for Disease Control (CDC) in Atlanta. Er was een verschil tussen de resultaten: in Rotterdam werden alle dieren in een kooi naast een zieke fret ziek. In het Amerikaanse experiment gebeurde dat niet bij alle dieren.

Fouchier: “Ik was vorige week op een congres waar ik de onderzoekers van het CDC sprak. We kwamen er niet uit waar het in zit. Misschien komt het doordat het in Atlanta nu warm en vochtig is. Daar kan het virus niet goed tegen. Andere onderzoekers die dezelfde besmettingsproeven deden als wij hadden dezelfde resultaten.”

Fouchier en zijn groep analyseerden uitgebreid het ziekteproces van de dieren. De Amerikaanse onderzoekers diepten de moleculaire aspecten uit. Zij laten drie plaatsen zien in de eiwitten van het Mexicaanse virus waar een verandering van één aminozuur het virus gevaarlijker kan maken. Het betekent dat het virus de komende tijd door mutaties nog ziekmakender eigenschappen kan krijgen.

Fouchier: “Wij maken die virussen inmiddels in het lab en testen ze in fretten, zodat we weten of die mutaties ook bij dit virus ernstiger ziekte veroorzaken.”