Chinezen in opkomst op de oliemarkt

De Chinezen trekken in rap tempo hun portemonnee voor oliebelangen. In Irak betaalde de Chinese oliemaatschappij Sinopec vorige maand een topprijs voor Addax Petroleum, een grote speler in Iraaks Koerdistan. Vervolgens is CNPC, samen met het Britse BP, gezwicht voor de zware voorwaarden van Irak, waardoor bij een veiling van acht velden het enige contract in de wacht werd gesleept. Nu bespreken twee van China’s grootste oliemaatschappijen, CNPC en CNOOC, een mogelijke overeenkomst om de bezittingen van Repsol in Argentinië voor 17 miljard dollar te kopen.

Argentinië is niet zo gevaarlijk als Irak. Maar de politieke risico’s zijn aanzienlijk. YPF was een enorme zorg voor Repsol sinds het Spaanse energieconcern het bedrijf in 1999 kocht voor 15 miljard dollar. Prijscontroles voorkwamen dat het ten volle kon profiteren van de hoge olieprijs. De reserves slinken en de investeringen zijn onvoldoende geweest.

Repsol, dat plannen moest uitstellen om 20 procent van het bedrijf op de beurs te verkopen, wilde graag een deel van zijn belang kwijt. Het concern heeft elders investeringen met een hogere prioriteit. En de grootste aandeelhouder van Repsol, het Spaanse bouwbedrijf Sacyr, heeft dringend geld nodig. De Argentijnse regering, die iedere verandering van de zeggenschap bij YPF moet goedkeuren, heeft zo haar eigen agenda. Zij zou graag zien dat een groter deel van het bedrijf in lokale handen komt, maar wil niet dat de Spanjaarden helemaal vertrekken. Maar de rijke Chinezen zijn in het voordeel ten opzichte van andere kopers. Zij verkeren in een goede positie om de oudere velden van YPF te exploiteren. En de relaties tussen Buenos Aires en Peking zijn warm nadat China onlangs een valutaruil van 10 miljard dollar met Argentinië heeft gesloten.

De Chinese wens om meer energiebronnen aan te boren is geweldig voor landen die er niet in slagen hun eigen hulpbronnen te exploiteren, in Latijns-Amerika en elders. Maar deze concurrentie van een toonaangevende klant baart de traditionele grote oliemaatschappijen zorgen.

De Chinezen willen nog steeds graag westerse partners, om technische en politieke redenen. Diverse biedingen in Irak waren afkomstig van consortia van Chinese en multinationale olieconcerns. En de grote oliemaatschappijen hoeven geen traan te laten over de verkoop van YPF, dat slechts beperkte aantrekkingskracht heeft. Maar als Irak en Argentinië een richting aangeven, zouden de Chinezen wel eens stoutmoediger kunnen worden. De grote maatschappijen kunnen te maken krijgen met een geduchte concurrent.

Fiona Maharg-Bravo

Vertaling: Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com

    • Fiona Maharg-Bravo