Arrogante biologen?

Wetenschapsbijlage 20-06-09

Ik heb met stijgende verbazing het eigenlijk beledigende interview met Richard Karp gelezen.

Laat ik nou niet pretenderen het ‘beter te weten’ maar gewoon uit eigen ervaring een en ander uit mijn tijd te reconstrueren.

Om te beginnen: systeembiologie, dat heette destijds holistische biologie en dat was al in ‘mijn tijd’ heel gewoon – je praatte met chemici, fysici en wiskundigen over het aanpakken van vraagstukken. Colleges over statistiek en waarschijnlijkheidsleer, sterrenkunde, geologie en zelfs exobiologie waren verplicht onderdeel van de studie.

Midden jaren zeventig kregen mijn jaargenoten en ik les in automatisering (informatisering noemen we dat nu), waarbij het modelmatig formuleren en wiskundig benaderen van biologische vraagstukken uiteraard centraal moest staan. Ook biomathematica was een centraal, maar zeer gevreesd vak wat Karp kennelijk pedant bioinformatica heeft gedoopt – het is hetzelfde vakgebied met zelfs dezelfde middelen. Hoezo zijn biologen goed in klassieke kwalitatieve begrippen? Wie dat beweert loopt meer dan 100 jaar achter.

Een droevig voorbeeld is het bekende verhaal van de DNA-volgorde. De wiskundige methodes die gebruikt worden om relaties tussen genomen te leggen, de ‘afstand’ tussen soorten of individuen, is helemaal niet nieuw – die bestonden in mijn studietijd al lang. Ik heb ze niet uitgevonden maar wel gebruikt, onder meer om af te studeren op de evolutionaire familierelaties van dolfijn en walvis. Alleen gebruikte ik schedelvormen en -maten in plaats van DNA; domweg omdat de scheikunde niet ver genoeg was om DNA in grote aantallen te vermenigvuldigen, wat nu een standaard procedure is.

De denkfout zit in de zin ‘Tot voor kort werd dat gedaan door naar uiterlijke kenmerken te kijken. Die aanpak is grotendeels vervangen door software die met algoritmen de genomen van organismen met elkaar vergelijkt’. De informationele aanpak (de algoritmen) is hetzelfde als 30 jaar geleden, maar de gebruikte informatie (meetbare kenmerken) is aangevuld met DNA-volgordes (ook meetbaar). De informatica heeft dus geen grote bijdrage geleverd aan ‘de reconstructie van de evolutionaire levensboom’; de scheikunde en de wiskunde en de biologie zelf deden dat.

Informatica is in dat opzicht niet meer dan een verbeterde rekenliniaal. Er zijn mensen die in dit vakgebied vele malen beter waren en zijn dan ik. Zij waren al meer dan dertig jaar geleden veel beter dan Karp in staat om, met de hen kenmerkende bescheidenheid, vakken in de exacte wetenschappen te laten samenwerken. Laten we deze verworvenheden van onze wetenschappelijke samenwerking vooral gebruiken als inspiratie voor de toekomst in plaats van het competitiemodel van de heer Karp.drs. Jan Willem Broekemavoorzitter Internet Society, Leiden