Vozen bij Bob Dylan

Arnon Grunberg verblijft in vinexwijk Leidsche Rijn. Hij is er op zoek naar overspelverhalen.

Veel heb ik in de vinexwijk gezien en meegemaakt, maar wat ik tot nu toe gemist heb is overspel. De tijd begint te dringen.

Els zegt: „Als je mijn overspelverhalen wil horen, dan moet je niet één nacht blijven, daar heb ik tien dagen voor nodig.”

Els is getrouwd met Daan. De kinderen, Carola (27) en Gert-Jan (25), zijn het huis uit. Daan is cementdeskundige. Ze hebben nog een tijd in Dubai gewoond.

Els zegt: „Ik kom uit Amsterdam, die buurt bij de Koninginneweg. Mijn vader was registeraccountant, maar eigenlijk was hij liever cowboy geweest.”

Ze staat op en loopt naar een kast. „Hier hebben we de dode mensen staan”, zegt ze. Ze wijst op ingelijste foto’s. „En daar staan de mensen die ze in de gaten moeten houden”, zegt ze. Ze wijst op beeldjes van engelen die rondom de foto’s staan.

Dan gaat ze weer zitten. „Mijn jeugd is verpest door dat tuig van de zonen en dochters van bekende Nederlanders met wie ik op school heb gezeten. Waar zou Daan blijven? Kennelijk vindt hij je niet belangrijk genoeg om op tijd te komen. Straks krijgt hij ervan langs. Wat was ik aan het vertellen?”

„Dat tuig”, zeg ik.

„Ja”, zegt Els. „Dan ging de joint rond, maar mij sloegen ze over. Dan zeiden ze: „Jij bent al stoned genoeg van jezelf.” Toen mijn zoon in de puberteit kwam, wisten zijn vriendjes niet hoe ze een joint moesten rollen. Als jonge ganzen stonden ze om me heen.”

Ze zucht. „Bob Dylan stond op”, vertelt Els, „en dan lag iedereen ergens in een kamer te vozen”.

„Je hebt het over je jeugd?” informeer ik. „Ja niet over nu, maar we kunnen Dylan opzetten.”

Hoewel het slechts 17 graden is eten we op het balkon. Els heeft zes gangen bereid, maar omdat er zoveel eten is houden we na vier gangen op.

Tijdens de derde gang zegt Daan: „Els heeft allemaal cursussen gedaan in Utrecht over film.”

Er komt likeur op tafel.

„Eerst woonden we in Wijk bij Duurstede, maar daar heeft de buurvrouw ons weggepest”, zegt Els. „Ze vertelde iedereen dat ik een alcoholist was. Ik noemde haar De Terrorist.”

Ik kruip bij Daan en Els op de bank. Alleen voor het vozen ben ik dertig jaar te laat.

(wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg