'Vissen staan voor naïviteit'

Aan de kunstacademies studeren ook dit jaar weer honderden studenten af. Vandaag als eerste van een serie: Inge Aanstoot van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie.

Inge Aanstoot: ‘De vliegeraar’ (2009, olieverf en spuitbus op doek, 150x120 cm.)

Drie grote schilderijen zijn het, met ruw aangezette planten, dieren, bloemen en een vis. Maar wat je op elk schilderij meteen aangrijpt is de vrouw. Op één ligt ze achterover in de bloemen, terwijl ze een granaatappel omhoog houdt. Haar mond is rood besmeurd met sap, wat haar blauwe zombiegezicht nog enger maakt. Op een ander schilderij staat een vrouw met vlammend haar in een tuin terwijl ze een onzichtbare vlieger bestuurt. Op alle schilderijen is iets noodlottigs gebeurd, waar de hoofdpersoon geen raad mee weet.

Inge Aanstoot (21) schildert met felle, haastige vegen. De drie schilderijen zijn volgens haar onderdeel van een serie over opgroeien. „Het gaat over verlies van onschuld en dat je altijd pas later terugkijkt op wat je heb verworven en wat je hebt verloren.”

Aanstoot werkt met wat ze leest en om zich heen ziet. „De houding van het meisje met de vlieger komt van een foto die ik heb gemaakt. De omgeving waarin ze staat begon als het overwoekerde schoolplein dat ik vanuit de trein ergens heb gezien. Die twee beelden bleven in mijn hoofd zitten. Op het doek wordt het een verhaal.”

Aanstoot schildert meestal vrouwen. „Misschien omdat ik de hoofdpersoon altijd een beetje van mezelf meegeef.” De handen en gezichten vallen op, de vliegeraar heeft stevige knuisten. „Handen en gezichten zijn de lichaamsdelen die de meeste emotie uitdrukken. En ik houd wel van een beetje knokige handen.”

Er zit symboliek in haar werk, zegt Aanstoot. „Ik schilder vaak vissen. Die staan voor jeugdige naïviteit. De ganzen verwijzen naar een Bijbelse vertelling. Veel mensen weten dat niet, ook vaak mijn docenten niet. Zo’n gladde vis kan ook naar iets seksueels verwijzen en voor anderen koudbloedig betekenen. Sommige mensen herkennen het vingerhoedskruid op mijn schilderij van het meisje met de granaatappel en weten dat die bloemen heel giftig zijn.”

Als voorbeeld noemt ze Trenton Doyle Hancock, een Amerikaan die zich laat beïnvloeden door cartoons en andere ‘lagere’ kunstvormen. „Hij heeft een heel andere stijl dan ik, maar het verhalende van hem vind ik fantastisch.” Verder noemt ze Egon Schiele, Pipilotti Rist, Charley Toorop, Daniel Richter. De bloemenjurk van de vliegeraar doet aan Gustav Klimt denken en de gezichten hebben met hun strakke blik wel iets Marlene Dumas-achtigs.

Afspraken voor exposities heeft Aanstoot nog niet. Ze is met wat klasgenoten iets aan het organiseren voor het Rotterdamse jongerenjaar. „Zorgen dat ons werk gezien blijft worden, niet wachten tot iemand ons vraagt.” Ze wil met Auke Triesschijn, die net in Utrecht is afgestudeerd, T-shirts en boekjes gaan drukken. „Ik maak veel kleine tekeningen en ik heb vorig jaar veel geëtst en gezeefdrukt en dat mag ook wel eens een plaatsje krijgen.”

    • Dirk Limburg