Uitdagend rafelrandje

Wilco Foto DPMPR DPMPR

cd rock

Wilco:Wilco (the album) * * * *

Noem het geen country of countryrock. De voornaamste reden waarom zanger en gitarist Jeff Tweedy in 1994 het roer omgooide van zijn invloedrijke groep Uncle Tupelo, was dat hij letterlijk ziek werd van de starre countryfans die hem geen ruimte gaven bij het opzoeken van andere muzikale sferen. Het moest experimenteler en losser, vandaar de naamsverandering in Wilco met medeneming van de belangrijkste bandleden van Uncle Tupelo. Vijftien jaar later heeft Wilco zich bewezen als een onmisbare aanwinst voor de Amerikaanse alternatieve rock, met name op de cd’s Yankee Hotel Foxtrot (2002) en A Ghost Is Born (2004) die behoren tot de dapperste muzikale ontdekkingsreizen van het begin van de nieuwe eeuw. De uit het niets opdoemende geluidsstormen en moedwillige ritmische struikelpartijen hebben gaandeweg weer plaatsgemaakt voor een mildere muziekpraktijk, met name op het voorlaatste album Sky Blue Sky dat in zijn onnadrukkelijke intimiteit een singer/songwriterplaat van Tweedy solo had kunnen zijn. Op hun zevende album, aan de vooravond van Lowlands waar ze terecht mogen tonen dat ze thuis horen tussen de relevantste rockgroepen van nu, presenteert Wilco zich als een hecht collectief dat het experiment vooral tussen de regels zoekt.

Wilco (the album) begint met Wilco (the song), een troostrijk lied over een denkbeeldig personage dat een begrijpende schouder biedt in harde tijden. De oorspronkelijke betekenis van de groepsnaam, kort voor ‘will comply’ uit de door truckers gebruikte afkorting op de kortegolfradio, is daarmee geen abstractie meer. Wilco krijgt een menselijk gezicht.

Niet zeuren, houdt Tweedy de mensheid voor in het bedrieglijk zoete You never know: iedere generatie denkt dat ze zich op een uniek kruispunt in de wereldgeschiedenis bevindt. Zelfs in zijn mooiste liedjes heeft Wilco (the album) een uitdagend rafelrandje, in de ronkende scheurgitaar die ballade One wing zijn spanwijdte geeft of de opgewekte orgelklanken in het moorddadige I’ll fight. Ook het duet You and I met zangeres Feist heeft een verborgen angel, want tussen het zoete getokkel bekennen de geliefden dat ze maar beter niet alles van elkaar kunnen weten.

Muzikale held van het album is gitarist Nels Cline, die zich inhoudt vergeleken bij de ontregelende klanklawines die we live van hem gewend zijn maar die in elk liedje wel een prikkelende partij bijdraagt om de schoonheid van de melodieën te ondersteunen.

De vanzelfsprekendheid waarmee het gebeurt, maakt Wilco (the album) tot een instantklassieker.

    • Jan Vollaard