Ode aan hirondelle en tififiliste Welshman Horatio Clare in het spoor van de zwaluw

Een Welshman volgt het spoor van de zwaluw, die ‘baldadige torpedo’. Eerste deel van een serie over bijzondere reisboeken.

Zwaluwen rusten uit in het Duitse Lenzen Foto AFP/Theo Heimann A swarm of swallows sits on power supply lines on 22 August 2005 in Lenzen, eastern Germany, as they would like to back up the proverb that it takes more than one swallow to make a summer. The migratory birds begin to gather in late summer to start their trip to southern regions. AFP PHOTO DDP/THEO HEIMANN GERMANY OUT AFP

Horatio Clare: De reis van de zwaluw. Over land van Afrika naar Europa. Vertaald door Heleen Schneider. Nieuw Amsterdam, 366 blz. € 19,95

Nederigheid past vakantiegangers en reizigers. In vergelijking met de zwaluw zijn zij nietige amateurs. Tegen de achtduizend kilometer leggen zwaluwen af, tweemaal per jaar. Ze reizen, schrijft Horatio Clare in zijn boek De reis van de zwaluw, ‘mee met de strepen aan de hemel, wit en azuurblauw, en een stralende, door de regen schoongespoelde zon’.

Ze doen ongeveer een maand over hun reis van Zuid-Afrika naar Noord-Europa, vliegen vier meter per seconde, soms 300 kilometer per dag. Professionals dus, maar op het oog lijken ze aan reizen meer plezier te beleven dan veel mensen. Niets heerlijker dan het luidruchtige, zorgeloze zwieren van zwaluwen op een zomerochtend; kleine, baldadige torpedo’s.

‘In je hand weegt een zwaluw iets meer dan een volle vulpen, en toch maakt hij elk jaar twee keer een reis die onze machtigste machines qua omvang en precisie naar de kroon steekt. Hun bestaan is buitengewoon, zelfs voor vogels.’ De auteur en radiomaker Clare (1973) vat het plan op de zwaluw na te reizen, zonder veel geld of voorbereiding. Het is een romantisch plan, zoals bovenstaande zin een romantische zin is. Geboren uit een Zuid-Afrikaanse vader en een Engelse moeder, schreef Clare eerder een boek over zijn jeugd op een schapenboerderij in Wales, en één over zijn cannabisverslaving.

Als freelancejournalist en non-fictieschrijver heeft Clare weet van compositie en metaforiek; de zwaluwen zullen structuur en gelaagdheid geven aan zijn boek, dat op voorhand in elk geval zeer betekeniszwanger lijkt: ‘Ik zou de langste en wonderlijkste draad van mijn jeugd volgen: de vlucht van de trekvogels van het Zuid-Afrika waar mijn vader vandaan kwam, naar de heuvel waar mijn moeder me had grootgebracht. [...] En door de zwaluwen te volgen hoopte ik betekenis te geven aan mijn eigen leven, om de jonge man te onderscheiden van de man die ik wilde worden.’

Gelukkig maar dat Clare van dat gewicht loskomt en in het vervolg zwaluwgewijs rondvliegt tussen beschrijvingen, ontmoetingen en historische passages, al rijdend en treinend door onder meer Namibië, Zambia, Kameroen, Nigeria, Niger, Marokko, Spanje en Frankrijk.

Het meest op dreef is hij als hij ontmoetingen beschrijft. Of vogels. Want met geschiedenis en maatschappelijke ontwikkelingen weet hij zich niet goed raad; zodra het over de grenzen van Nigeria of illegale houtkap in Kameroen gaat, schrijft hij houterig. En hij verzandt in het cliché als hij de grenzen die de mensheid opwerpt, contrasteert met de vrijheid van vogels.

Ook doet hij aan reisclichés. Natuurlijk vertrekt hij met te veel gadgets en leert hij dat hij niks nodig heeft (al zal niet elke backpacker zoals Clare zijn tas in zee gooien). Natuurlijk is hij eerst bang en leert hij gaandeweg vertrouwen. Natuurlijk vindt hij aan het slot van zijn grand tour de liefde van zijn leven, en kan de lezer dan gerust concluderen dat Clare nu wél toe is aan het bouwen van een nestje.

Maar ondanks deze platgetreden paden houdt de losse, onderzoekende toon van dit boek je aandacht vast. Je bent als lezer óók op reis, verheugd wanneer de zwaluwen weer opduiken, benieuwd met hoevelen ze zullen zijn en hoe triomfantelijk ze door de lucht zullen schieten. Ja, dit boek wordt werkelijk gered door Clares beschrijvingen van de opperreizigers van deze wereld, de kleine schichten die aan de blik van de lezer voorbij scheren.

Ieder volk blijkt zijn eigen zwaluwenmythologie te bezitten. Toen verre reizen de verbeeldingskracht nog te boven gingen, dacht men in Europa dat zwaluwen in samengepakte klonten in de modder van rivieren overwinterden. In Spanje heeft de zwaluw geprobeerd de doornen van het hoofd van Jezus te halen, in Rusland waren het de spijkers uit zijn handen. Hoe dan ook, het beestje heeft zich geprikt, vandaar de rode plek op zijn keel en borst. Bij de Zoeloes was het een zwaluw met een bliksemschicht in zijn ‘bek’ (Dit is toch niet echt Schneiders vertaling van beak ?) die een rots spleet en zo de gevangenen van de onderwereld bevrijdde. En dan hebben we het nog niet eens gehad over zwaluw-namen. Ja, hirondelle is mooi, en golondrina ook. Maar wat dacht u van swael of ikonjame (bliksemschichtvogel), nyankalema (hij die nooit moe wordt), tififiliste, ifilelis, giri giri of sisampema?

    • Maartje Somers