Minnaars doen wat ze doen, hopelijk in de liefde

Simonetta Agnello Hornby: Onder ons is gezwegen. Vert. Leen van den Broucke. Wereldbibliotheek, 287 blz. € 19,50

Simonetta Agnello Hornby: Onder ons is gezwegen. Vert. Leen van den Broucke. Wereldbibliotheek, 287 blz. € 19,50

Het begint met een detail, zoals dat gaat met enormiteiten. Een Siciliaans jongetje moet voor een werkstuk zijn stamboom maken. Natuurlijk vraagt hij om informatie bij zijn grootvader, de patriarch aan het hoofd van de tafel. Maar opa verstrakt en zwijgt. Aan het slot van het boek is het jongetje bezig blind te worden door een erfelijke oogziekte. En zijn grote, welgestelde familie valt uiteen. En de hervonden rust van zijn grootvader zal schijn blijken, want ergens op die laatste bladzijden staat een dokter beschreven die nog even zijn mond houdt – en dan weet de lezer hoe laat het is: opa is terminaal ziek. Met hem zal spoedig het ontrafelde geheim van de familie het graf in gaan – en dat drama hangt samen met de vraag van de kleinzoon, toen hij naar zijn afkomst vroeg.

Tegen het decor van een weelderige Siciliaanse villa, gekibbel over erfenissen, overspel en een raadselachtige vreemdeling die de boel op scherp zet, doet deze verhaallijn vrezen voor een draak van een boek. En inderdaad: sentimenteel, geëxalteerd, kitscherig, dat is Onder ons is gezwegen, de derde roman van Simonetta Agnello Hornby, allemaal. Maar het boek is ook op een vreemde manier onweerstaanbaar. De kronkelende vertelstijl is geroddel over de familieverwikkelingen, maar ook echoot hij de kronkelloop van levens die elkaar verwurgen, begeleiden, dwarsbomen, ondersteunen. Maar Agnello Hornby pakt dat nu juist zonder enig melodrama op: haar boek fileert het trauma van een onzekere afkomst.

De hoofdpersoon, de oude Tito, heeft nooit geweten wie zijn moeder is. Nu gaat hij toch op zoek. ‘Onder ons is gezwegen’ is een moeizame Nederlandse parafrase van de oorspronkelijke titel: Boccamurata – een Italiaanse uitdrukking die varieert op ons ‘mondje toe’. Iedereen in dit boek houdt zich eraan.

Een groot mysterie is Tito’s afkomst niet, menig lezer heeft het eerder door dan hij. De oplossing is choquerend, maar moraliseren is Agnello Hornby vreemd. En daarmee maakt ze in Onder ons is gezwegen de seksualiteit tot het beslissend argument voor het menselijk handelen en dus voor de menselijke geschiedenis. Dat die seksualiteit zich in ongewenste vormen kan voordoen, is niet het probleem van de minnaars, stelt ze vast. Die doen wat ze doen, als het meezit gebeurt het in liefde. In het verlengde van nieuwe passies ontstaan er in dit boek nieuwe familiegeheimen, met nieuwe versies van ‘mondje toe’ die in de toekomst kwaad zullen doen.

    • Joyce Roodnat