Meyerwerf heeft wereld als werkgebied

De Meyerwerf uit Papenburg, sinds 1795, is misschien wel hét familiebedrijf van Duitsland. De zevende generatie loopt zich warm. Wir sind alle Meyer, zeggen ze daar.

Meyerwerf heeft wereld als werkgebied De Meyerwerf uit Papenburg, sinds 1795, is misschien wel hét familiebedrijf van Duitsland. De zevende generatie loopt zich warm. Wir sind alle Meyer, zeggen ze daar. Illustratie Nanette Hoogslag Hoogslag, Nanette

‘Mädchen’, meisjes, noemen de lassers hun cruiseschepen liefkozend. Het zijn in werkelijkheid bakbeesten; flatgebouwen die door mannen in blauwe overalls volgens een veredeld legoprincipe in elkaar worden gezet, in werkhallen die het vlakke land hier domineren als kathedralen.

Een van die meisjes is de Celebrity Equinox, in bouwhal 6. Straks wordt ze naar buiten gevaren, de Eems op, om voor de kade te worden afgebouwd. Dat uitdokken is een spektakel. „Dan komt heel Papenburg kijken. Dan is het hier feest”, zegt Franz Kummer, die namens Jos. L. Meyer GmbH bezoekers rondleidt op de beroemdste scheepswerf van Duitsland.

De Meyerwerf in het Noord-Duitse Papenburg is een begrip. Het is een bedrijf waarmee Duitsers zich graag identificeren: al meer dan tweehonderd jaar in handen van dezelfde familie, een streekgebonden onderneming met de wereld als werkgebied, groot, lekker technisch en bovenal Made in Germany.

Het publiek kan er geen genoeg van krijgen. Van heinde en verre komt het naar Papenburg, dat nauwelijks dertig kilometer van Winschoten ligt maar toch erg Duits is door de trots die het uitstraalt. „Wir sind alle Meyer”, zegt een stamgast van café Benz, in het hart van deze langgerekte veenkolonie. Voor de kroeg staat het raadhuis, erachter is de kerk.

Van hier kun je met speciale Meyerbussen op bezoek bij het bedrijf. Van die service maken jaarlijks ongeveer 250.000 mensen gebruik, een impuls voor de lokale economie. Het heeft Meyer een goodwill opgeleverd die niet in geld is uit te drukken.

Zelfs in het zuidelijke Beieren, dat veel maakindustrie heeft en daar erg trots op is, hebben ze van de werf gehoord. Frau Marianne is er met haar zoon speciaal voor „naar boven” gekomen. „Hij is eigenlijk autogek, BMW natuurlijk. Maar toen hij hoorde dat je hier cruiseschepen in aanbouw kunt zien, was hij niet meer te houden”, zegt ze met een onvervalst Beiers accent.

Scheepswerf Meyer bestaat sinds 1795. Het is niet zomaar een familiebedrijf. Misschien moet je zeggen dat Meyer hét familiebedrijf van Duitsland is, want er is haast geen onderneming van betekenis in dit bedrijvige land die zozeer met haar afkomst en identiteit pronkt. Zes generaties Meyer hebben tot nu toe aan het roer gestaan, en de zevende loopt zich warm. De Meyerwerf, zo lijkt het, tart de wetmatigheid dat familiebedrijven na verloop van jaren in publieke handen moeten komen, of ten onder gaan, omdat ergens in de opvolging zakelijk talent ontbreekt. Thomas Mann heeft dit meesterlijk beschreven in zijn Buddenbrooks, een roman over het verval van een familie en haar eeuwenoude graanbedrijf in Lübeck.

Maar Papenburg is Lübeck niet, en de Meyers hebben niets met de Buddenbrooks te maken. De scheepswerf is springlevend. Er wordt geklopt, gehamerd en gelast. De hallen en de dokken zijn afgeladen. De orderportefeuille is ondanks de recessie gevuld tot in 2012. Franz Kummer zegt het zo: „De Meyerwerf heeft het allemaal overleefd: de concurrentie in de omgeving, de dramatische jaren zeventig, de goedkope schepen uit het Verre Oosten, de marktflauwte na ‘9/11’. En nu moeten we de kredietcrisis te lijf.”

Directeur Bernard Meyer (61) voorziet problemen voor 2010 en daarna. De nieuwbouwcapaciteit van de werven zal vanaf dat moment groter zijn dan de vraag naar schepen, waarschuwde hij laatst in de lokale pers. Zijn gelijk lijkt hij nu al te krijgen. Door de geringe vraag naar schepen en ook door mismanagement heeft de Wadanwerf in Rostock, een concurrent van Meyer, onlangs uitstel van betaling moeten aanvragen. De tweeduizend werknemers moeten vrezen voor hun baan.

De Meyerwerf in Papenburg heeft tot nu toe de stormen van de tijd doorstaan. Het was lang niet altijd makkelijk. Maar de Meyers, zeggen kenners, lopen voorop met innovatie en politieke contacten. Die laatste heeft het bedrijf nodig voor zijn kwetsbare infrastructuur: de ligging aan een wispelturige waterweg die steeds dreigt te verzanden.

Directeur Bernard Meyer staat bekend als een hands-on manager, een zuinig man die precies weet wat er op zijn werf en bij de concurrentie speelt. „Een technicus die rationaliteit en efficiëntie in de scheepsbouw voorop stelt en die het vak tot in z’n vingertoppen beheerst”, zegt een ondernemer uit de regio. Meyer is scheepsbouwkundige, uiteraard. Zijn oudste zoon, zevende generatie, heeft ook scheepsbouw gestudeerd. Hij leidt de technische afdeling van de werf.

Als je de portretten van de zes Meyers die het bedrijf hebben geleid naast elkaar legt, zie je een roerende gelijkenis. Ernstige mannenkoppen die stuurs voor zich uit kijken, alsof elke seconde dat ze niet aan het werk zijn, er één te veel is. Van oprichter Willm Rolf Meyer tot Bernard Meyer: steeds is de verbondenheid met hun streek groot geweest. Bernard Meyer schrijft in de kroniek van zijn werf: „Wie wereldoorlogen, inflatie en crises heeft doorstaan, is oppassend in zijn marktoptreden. De lange geschiedenis en de regionale, oorspronkelijke cultuur in het Eemsland dwingen bescheidenheid af.”

Het zijn voorzichtige woorden, waarin een zekere trots doorklinkt. De scheepsbouwindustrie, de toeleveranciers en reders hebben in Duitsland nog steeds „een belangrijke en regionaal-politieke functie”, meent hij. „Ze zijn een wezenlijke factor voor de technische ontwikkeling van de natie. Alleen door technologische superioriteit kan Duitsland de concurrentie aan. ‘Voorsprong door techniek’ geldt niet alleen voor auto’s, maar ook voor schepen.”

De Meyerwerf bouwt de grootste passagiers- en cruiseschepen van Duitsland. Sinds midden jaren 80 heeft het bedrijf 25 luxe cruise liners van stapel laten lopen. Het is een marktniche waarvoor technisch vernuft, voortdurende modernisering en gevoel voor luxe en vermaak nodig zijn. Zo is Meyer de grootste theaterbouwer van Duitsland: voor entertainment aan boord. In maart van dit jaar werd de Aida Luna opgeleverd. Een nieuw cruiseschip voor de Aida-rederij is in aanbouw. Voor Disney Cruise Line zal Meyer de grootste schepen op stapel zetten die de werf ooit bouwde: bijna 340 meter lang en met een capaciteit van vierduizend passagiers.

De Papenburgse scheepsbouwer grossiert onderkoeld in superlatieven. Steeds groter, hoger en meer. Of, zoals ze hier in plat-Duits zeggen: „Bitgen grösser, bitgen höher”. Alleen de Eems bleek weerbarstig; die gaf zich niet zomaar gewonnen. Aan de eisen van de nieuwe tijd, met grotere en dieper liggende schepen, kon op een bepaald moment slechts met moeite worden voldaan. Omdat Meyer de enige echt grote industrie in de wijde omtrek is, immens belangrijk voor de werkgelegenheid en het imago van de streek, heeft de politiek een handje geholpen. De rivier werd uitgediept, bruggen en stuwen werden aangepast aan wat Meyer wenste. Politici laten zich graag op de werf zien. Een succesvol familiebedrijf, verankerd in de regio: daarmee kan electoraal worden gescoord.

Meyer draagt bijna 215 jaar familiegeschiedenis met zich mee. De werfkroniek getuigt daarvan, net als de haast museale expositie die voor bezoekers is ingericht. Pal naast deze tentoonstellingsruimte is een panoramisch uitzicht op een van de grote werkhallen. Heden en verleden gaan hier naadloos in elkaar over.

In een uitstalkast staat een model van een van de beroemdste schepen die Meyer ooit bouwde: de Graf Goetzen, een staalgeklonken vracht- en passagiersboot uit 1913. Het schip werd in John Hustons film The African Queen, met Humphrey Bogart en Katharine Hepburn, ingezet als Duitse oorlogsbodem. Als Liemba vaart het nog steeds zijn rondjes op het meer van Tanganyika, in het centraal-oosten van Afrika.

Een paar stappen verder kijk je in het heden. Lassers werken aan een cruiseschip. De ‘legostenen’ waaruit het vaartuig wordt opgebouwd, staan klaar om met elkaar te worden verbonden. De dagdienst loopt ten einde. Een avondploeg komt op om op te ruimen. Buiten woedt een recessie, maar voor de familie Meyer en de 2.500 mensen die erbij horen is nog steeds werk aan de winkel.

Dit is de derde aflevering van een zomerserie over het familiebedrijf in het buitenland. De vorige verschenen op 27 en 30 juni.

    • Joost van der Vaart