Lol in lezen terug naar school

Literatuuronderwijs op havo en vwo staat er slecht voor. Uitgevers maken geen lesmethodes, leerlingen plukken uittreksels van internet. Neerlandici beginnen nu voor zichzelf.

Minister Plasterk van Onderwijs kan tevreden zijn. Bij de invoering van de gratis schoolboeken riep hij het onderwijs vorig jaar op om minder afhankelijk te worden van educatieve uitgevers en zelf materiaal te ontwikkelen. Dat is precies wat er nu gebeurt in het literatuur- en leesonderwijs. Omdat de leraren wel moeten. „Want”, zegt Hans Goosen, docent Nederlands en opleider in Tilburg, „de methodes die er voor dat vak zijn, sluiten niet meer aan bij wat leraren in hun lessen doen.”

En dus beginnen die leraren voor zichzelf. Joop Dirksen uit Eindhoven bijvoorbeeld beheert de website Leesadviezen.nl en verkoopt een bijbehorende cd-rom. Een team rond neerlandicus Theo Witte uit Groningen maakt de website Lezenvoordelijst.nl. En voor literatuurgeschiedenis is er de site Literatuurgeschiedenis.nl.

Het verbaast Hans Goosen niet dat de uitgevers geen nieuwe methodes op de markt brengen. Het onderwijs is niet duidelijk over wat het wil, zegt hij. Ruim tien jaar geleden was Goosen betrokken bij de herinrichting van het literatuuronderwijs voor de Tweede Fase, de bovenbouw van havo en vwo. Er werd toen een nieuw fenomeen geïntroduceerd: het leesdossier. „Sinds de invoering van dat nieuwe programma in 1998 is er geruzied over hoe dat moest. Tegenstanders zagen alleen maar een map met kopieën voor zich, voorstanders zagen juist een kans om leerlingen te helpen een literaire smaak te ontwikkelen.”

Goosen was allang blij dat er überhaupt over gediscussieerd werd. „Tot vijftien jaar geleden was het vaak: hier heb je een lijstje met boeken, kies er maar 25 uit”, zegt hij. „Alsof je daar leerlingen mee aan het lezen krijgt! De meeste leraren wachtten maar af waar die leerling mee kwam. Voor het mondelinge examen kruisten ze een paar titels aan en daar vroegen ze dan iets over. Leerlingen wisten vaak helemaal niet hoe ze zich moesten voorbereiden.”

De ruzie onder leerkrachten en deskundigen heeft het literatuuronderwijs volgens Goosen een tijdlang bedorven. Staatssecretaris Adelmund maakte het nog een graadje erger door in 1999 literatuurgeschiedenis voor de havo facultatief te maken. Dat is in de vernieuwde Tweede Fase die in 2007 is ingegaan, teruggedraaid. Maar nu is dus het probleem: de uitgevers wagen zich er niet meer aan. En de leraar sprokkelt zijn materiaal bij elkaar. Is dat erg? Goosen: „Op zichzelf niet. Maar het kost veel tijd. En terwijl tien jaar geleden overal hetzelfde gebeurde, maakt nu elke school in de waaier van mogelijkheden zijn eigen keuzes. Het is hoog tijd dat we in kaart brengen wat er op scholen gebeurt en welke hulp nodig is.”

Er zijn volgens Goosen veelbelovende theorieën ontwikkeld, zoals die van Theo Witte. Witte promoveerde vorig jaar op een onderzoek naar de literaire ontwikkeling van havo- en vwo-scholieren en heeft een leessysteem van zes niveaus bedacht om te zorgen dat leerlingen doordachter aan het lezen slaan en leraren hen goed kunnen adviseren. Op de website Lezenvoordelijst.nl staan sinds deze week 200 titels online, gerubriceerd volgens de zes niveaus.

Witte benadrukt dat zijn website nog in ontwikkeling is. Maar de behoefte aan betrouwbaar materiaal is groot. „We waren een maand op proef online en toen hadden al ruim 1.000 docenten zich geregistreerd”, zegt hij. Leraren kunnen ook hulp krijgen om hun leerlingen te helpen kiezen voor de lijst. Witte: „Op één A4’tje heb ik de zes leesniveaus samengevat in portretjes waar leerlingen zich in kunnen herkennen. Ze kunnen daar ook zien tot wat voor lezer ze zich moeten ontwikkelen om het havo- of vwo-niveau te bereiken.”

Joop Dirksen, leraar Nederlands aan het Eckart College in Eindhoven, wil vooral dat leerlingen met plezier lezen. „Ik zeg altijd: als je een boek na tien bladzijden niks vindt, hou er dan in hemelsnaam mee op.” zegt hij. „Van ouders hoor ik heel vaak dat ze op school het lezen hebben afgeleerd. Dat vind ik zó zonde.” In de vierde klas maken zijn leerlingen een ‘leesautobiografie’ en aan de hand daarvan helpt hij hen boeken kiezen. Op zijn cd-rom Leesadviezen staan ruim 200 titels. Geen uittreksels, alleen korte stukjes over de schrijver, het onderwerp van het boek, het niveau en het aantal bladzijden, gerubriceerd onder thema’s als oorlog, eerste liefde, eenzaamheid of ‘op zoek naar je vader’.

Dirksen laat zijn leerlingen persoonlijke verslagen maken en vraagt altijd door over dingen die ze hebben opgeschreven. „In boekverslagen op internet ramt het maar door over al die klassieke lezersvragen over motieven, structuur en titel ... zielloos vind ik dat”, zegt hij. „Ik wil dat leerlingen straks weten wat die acht (havo) of twaalf (vwo) boeken voor hén betekend hebben.”

Om de gelezen boeken in een kader te kunnen plaatsen, is er de website Literatuurgeschiedenis.nl. Die biedt een historisch overzicht van de literaire stromingen met bloemlezing, verrijkt met beeld en geluid. De website is voortgekomen uit een onderzoeksproject van hoogleraar Frits van Oostrom naar de Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen, vertelt initiatiefnemer Hubert Slings, die als literatuurdidacticus bij het project betrokken was. Hij laat een stapeltje schoolboeken zien. „Al voor de invoering van de Tweede Fase zie je ze dunner en dunner worden”, zegt hij. „Vooral voor de Middeleeuwen was steeds minder ruimte. De website was dan ook in eerste instantie bedoeld om leerlingen de kans te geven weer te kunnen grasduinen in de middeleeuwse literatuur.” De site Literatuurgeschiedenis.nl is sinds december verrijkt met de 17de, 18de en 19de eeuw en deze maand zal de langverwachte update van de 20ste en 21ste eeuw online komen. Slings: „We hebben er een didactisch filter bij ontwikkeld waarmee de leraar voor elke klas teksten kan klaarzetten, met vragen en opdrachten.”

De cd van Joop Dirksen kost 8,95 euro per leerling (waarmee hij net uit de kosten komt), de websites zijn voorlopig nog gratis. Leuk voor minister Plasterk, maar niet voor de ontwikkelaars. Theo Witte: „We proberen overal potjes vandaan te schrapen. Eigenlijk kán dit helemaal niet.”

Bekijk de drie literatuursites via nrc.nl/binnenland