Kunst bij kliniek kan ook tot openheid leiden

De psychiatrische kliniek van Mentrum aan de Eerste Constantijn Huygensstraat in Amsterdam is van plan bovenop het gebouw een kunstwerk te plaatsen, voorstellende een mansfiguur op de top van een hoge ladder. Op de achterpagina van NRC Handelsblad van 1 juli vindt Tijs van den Boomen dat dat om uitleg vraagt.

Maar Van den Boomen blijkt helemaal geen uitleg te vragen, hij geeft zijn eigen uitleg, althans, in suggestieve bewoordingen. Patiënten van de kliniek zouden wellicht op de gedachte gebracht worden zich van de desbetreffende ladder of van iets anders hoogs naar beneden te laten storten. Waaruit blijkt dat dit effect te verwachten is, benoemt Van den Boomen niet. Hij citeert hier en daar kennelijk een persvoorlichter van Mentrum, maar veel van de door hem gevraagde uitleg lijkt hij zelf te hebben bedacht.

Dat iemand zich druk maakt over de mogelijkheid dat mensen zich van het leven beroven, suggereert een vorm van compassie met die mensen. Die is in de toon van het stuk niet te vinden. Mensen aanduiden als psychoten, spreken van een kliniek vol verwarde geesten, er klinkt geen respect in door.

Ik weet niet of het kunstwerk van Mentrum mensen tot iets aan zal zetten. Het zou ook kunnen dienen als begin van een opener gesprek over dingen die nu moeilijk te bespreken zijn. Het kan ook tot helemaal niets leiden, bijvoorbeeld omdat het boven ieders gezichtsveld ligt.

Van den Boomen kan dat allemaal ook niet weten. Respectloos dingen roepen zonder er iets van te kunnen weten, mij maakt dat wrevelig.