In 1998 zag niemand de genezen Lance Armstrong staan

Lance Armstrong keert terug in de Tour de France.

Achter zijn comeback schuilen zakelijke belangen.

Kapsalon Karin heeft geen klanten als op die ochtend van de elfde juni 1998 de grijsblauwe auto van de wielerploeg van US Postal voor de deur parkeert. Het regent gestaag in het stadje Petange, waar over een klein uur de Ronde van Luxemburg van start gaat, een vierdaagse rittenkoers met een mager deelnemersveld. Publiek is er nauwelijks, de stem van de speaker galmt door verlaten straten. „Come and sit in the car”, zegt Lance Armstrong tegen de twee enige journalisten die op zijn comeback op Europese bodem zijn afgekomen.

Een paar maanden eerder was het in Spanje drukker geweest, toen de Amerikaan zijn eerste wedstrijd reed na te zijn hersteld van een agressieve vorm van kanker. Als veertiende eindigde de gewezen wereldkampioen (1993) in de Ruta del Sol, een voorbereidingskoers. Maar toen het in maart serieus werd, in Parijs-Nice, stapte hij gedesillusioneerd af. „Ik weet niet hoeveel tijd me nog rest maar die wil ik niet besteden aan wielrennen”, sprak hij destijds, zo staat te lezen zijn biografie Door de pijngrens. „Ik heb in de Ruta del Sol laten zien dat ik een comeback kon maken. Ik hoef niets meer te bewijzen aan mezelf of aan mensen met kanker. Ik stop met wielrennen, ik heb het helemaal gehad.”

Armstrong grijnst, op de achterbank van de ploegleidersauto in het natte Petange. „Shitty rain!” Waarom dan toch weer terugkeren op de fiets? Hij is al jaren miljonair, met een fraaie bungalow in Austin, Texas; auto, motor, speedboot. Wonderbaarlijk hersteld van een slopende ziekte. Pas getrouwd met Kristin Richard, later moeder van zijn eerste drie kinderen. Waarom terugkeren? „Ik wil niet kiezen voor de weg van de minste weerstand. Ik ben geboren om te fietsen. Als ik niet gelukkig was, zou ik nu aan het zwembad liggen. Maar ik wil racen, ik wil winnen. Aan het zwembad liggen kan altijd nog.”

Vlak voor de start van zijn eerste wedstrijd sinds maanden gaat hij er niet dieper op in. Uit zijn biografie blijkt later dat er wel degelijk een cruciaal gevecht vooraf is gegaan aan die anonieme comeback in Luxemburg. Na zijn opgave in Parijs-Nice wil Armstrong thuis in Austin zijn afscheid bekendmaken. „Ik voerde niets uit. Ik golfde, waterskiede, dronk bier en lag op de bank te zappen.” Zijn manager Bill Stapleton praat in op de kopman van US Postal, dan nog altijd goed voor een jaarsalaris van 700.000 dollar, om de definitieve beslissing uit te stellen. Hij lijkt kansloos. „Lance, jij zult altijd die vent zijn die kanker kreeg en nooit meer wielrenner werd.”

Stapleton raakt met die uitspraak waarschijnlijk de kern van Armstrongs persoonlijkheid. Nou vooruit, hij wil het Amerikaans kampioenschap rijden, als afscheidswedstrijd. Trainer Chris Carmichael krijgt hem zo gek nog een trainingskamp te doen in Boone, een universiteitsstadje in North-Carolina. Hoog in de Appalachen, met de gevreesde top van Beech Mountain, waar hij voor zijn ziekte triomfen vierde in de Tour Dupont. Tijdens een barre tocht aan het einde van het trainingskamp ziet hij op het wegdek nog vaag ‘Go Lance’ en ‘Viva Lance’ staan.

„Ik hamerde de pedalen naar beneden, werkte hard en voelde het zweet en het plezier opkomen; onder mijn huid zat een hitte als van een alcoholroes. De beklimming maakte iets in me wakker. Terwijl ik omhoog zwoegde dacht ik na over mijn leven, mijn jeugd, mijn eerste wedstrijden, mijn ziekte en hoe ik daardoor veranderd was. Misschien confronteerde het primitieve klimmen me met de kwesties die ik al weken ontliep. Ik besefte dat het tijd was om op te houden met uitstellen. Doorgaan, hield ik mezelf voor. Als je nog kunt doorgaan ben je niet ziek.”

Daar staat Armstrong, voor kapsalon Karin in Petange, om nog even gemasseerd te worden. Collega’s fietsen langs om hem te feliciteren met zijn huwelijk. Hij oogt afgetraind. „Lance moet eerst langzaam reserves kweken”, zei Carmichael nog vanuit Amerika.

Om even over half vijf zwaait hij op het podium in Dippach met de bloemen. Medevluchter Lauri Aus verslagen in de sprint, vier minuten voorsprong op het peloton. Drie dagen later volgt de eindzege, net als de week erop in Rheinland-Pfalz Rundfahrt. In het najaar breekt hij door als klassementsrenner, met een vierde plaats in de Vuelta. „Je moet volgend jaar alles op de Tour de France zetten”, adviseert Johan Bruyneel, het jaar erop zijn ploegleider bij US Postal. De rest is geschiedenis.

Zijn huidige comeback wijkt in alles af van de vorige. Miljoenen mensen over de hele wereld volgen de zevenvoudig Tourwinnaar vanaf het moment dat hij na drie jaar afwezigheid in september 2008 zijn terugkeer aankondigde. Zelf is Armstrong allang zakenman in bonus. Zijn stichting voor kankerbestrijding, Livestrong, genereert een omzet van meer dan 200 miljoen euro. Hij heeft langlopende contracten met Nike en fietsenfabrikant Trek, maar ook met mediabedrijf Demand Media Inc. Een eigen jeugdploeg met Axel Merckx als ploegleider.

Achter zijn comeback schuilen nieuwe zakelijke belangen. Armstrong ruziet met de Kazachstaanse eigenaars van de Astanaploeg, die hij zelf wil overnemen. Provocerend draagt hij kleding van zijn eigen sponsors. Daarbij valt Mellow Johnny’s Bikeshop op, een fietswinkel uit Austin. ‘The Boss’ als fietsenmaker? Mellow Johnny’s Bikeshop verkoopt Trek-fietsen met onderdelen van SRAM. Armstrong investeerde veel geld in het merk, dat de gevestigde orde (Shimano en Campagnolo) aanvalt en waarmee nu ook de Tourfietsen van Astana zijn afgemonteerd.

Volgens geruchten wilde zakenman Armstrong de afgelopen jaren zelfs de Tour de France kopen. Maar kan hij de meest prestigieuze wielerwedstrijd ter wereld nog winnen? In de Giro verbaasde hij velen, ondanks een gebroken sleutelbeen in de voorbereiding. Uitspraken van Bernard Hinault („Hij hoeft echt niet te komen, want hij kan de Tour nooit winnen”) raken hem wellicht nog altijd diep. Cruciaal blijft de vraag of Armstrong zelf de afgelopen trainingsperiode nog één keer dezelfde wilskracht heeft kunnen opbrengen als in mei 1998, voordat hij in Luxemburg aan zijn triomftocht begon.

    • Maarten Scholten