Hersenschade door blowen staat niet vast

De commissie-Van de Donk schreef gisteren dat blowen de hersenen beschadigt. Onderzoek op het UMC Utrecht wijst dat niet uit. „Maar er is ook geen bewijs dat het niet zo is.”

Westlandse jongeren in een ‘hok’ (zuipkeet). De foto is onderdeel van de serie ’t Hok, over Westlandse jongeren. De commissie-Van de Donk, die gisteren het drugsbeleid evalueerde, adviseert een leeftijdsgrens van 18 jaar voor softdrugs én alcohol. Foto Peter de Krom Foto onderdeel van de serie 't Hok. Over Westlandse jongeren en hun typisch samenzijn in Hokken. Foto's door: Peter de Krom. Voor meer informatie en publicatie neem contact op met de fotograaf. keet Krom, Peter de

Rood oogwit, slappe spieren, een droge mond, wijde pupillen, een snelle hartslag. Dat doet cannabis met blowers. Soms gaan ze hard lachen en veel eten. Ergere symptomen zijn hallucinatie en angst. Nog erger: kanker en schizofrenie. En schooluitval, als ze jong zijn.

Een commissie die het drugsbeleid evalueerde schreef gisteren dat blowen in de puberteit „een grote kans geeft op het ontwikkelen van verslaving, op minder persoonlijk geluk en een minder goede sociale status in de jonge volwassenheid”. Blowende pubers kunnen minder goed nadenken en zich niet lang concentreren. Bij dagelijks gebruik zijn er „aanwijzingen” dat de hersenen, die rond het 25ste levensjaar zijn volgroeid, beschadigd raken. Hoe jonger ze blowen, hoe meer schade. Net als bij alcohol, schrijft de commissie.

Is dat zo? Hoe slecht is blowen voor jongeren?

Neuropsycholoog Gerry Jager van het Universitair Medisch Centrum Utrecht deed er onderzoek naar. Ze liet 45 puberjongens geheugentaken doen in een MRI-scan. De helft van hen blowde. Meisjes deden niet mee, want bij hen kunnen de resultaten tijdens de menstruatiecyclus worden beïnvloed door hormonen. Jongens blowen ook meer.

Speciaal voor het onderzoek hadden de blowende puberjongens een week lang geen psychoactieve middelen gebruikt. Jager zag wat er gebeurde met het kortetermijngeheugen als ze een serie van vijf letters moesten onthouden. En hoe het langetermijngeheugen reageerde als de jongens combinaties van een persoon en een interieur moesten onthouden, ook als ze tussendoor werden afgeleid. Ook liet ze hen gokken voor geld.

Daarna liet ze jongeren die geen drugs gebruiken dezelfde geheugentaken doen. Wat bleek: blowen heeft geen effect op het langetermijngeheugen. En zelfs de heel moeilijke taken die het kortetermijngeheugen aanspraken, deden de blowers even goed als de niet-blowers. Ze onthielden evenveel combinaties. Als het moeilijk werd, moesten delen van de hersenen er wel harder voor werken. Ook bleek het beloningssysteem in de hersenen iets minder gevoelig voor beloning bij de blowers dan bij de niet-blowers.

De laatste tien jaar daalde het aantal cannabisgebruikers onder scholieren, van veertien naar tien procent. Ruim de helft van de blowende scholieren doet dat hooguit een of twee keer per maand.

Er is geen sluitend bewijs dat blowen schadelijk is voor de hersenen van jongeren, zegt Gerry Jager. „Er is ook geen bewijs dat dat niet zo is.” De commissie onder leiding van CDA’er Wim van de Donk schrijft dat ook, op pagina 28: „In wetenschappelijke kringen is de discussie over de causaliteit tussen middelengebruik en de genoemde negatieve effecten nog niet afgerond.” En: „Als ernstige en onomkeerbare schade dreigt te ontstaan, mag een gebrek aan een volkomen wetenschappelijk bewijs niet worden gebruikt als reden om maatregelen uit te stellen.”

De neuropsycholoog zegt dat ze de langetermijneffecten onderzocht, niet de acute effecten. Iedereen kan bedenken dat schoolgaande jongeren die de hele dag stoned of dronken zijn hun diploma niet halen en moeilijker werk vinden. Maar dat wil nog niet zeggen dat blowen de hersenen beschadigt.

Gerry Jager verwacht niet dat de 45 jongens die ze onderzocht „over tien jaar getroebleerde burgers” zullen zijn. „Ik kan alleen maar zeggen dat de meeste jongeren die met cannabis experimenteren er waarschijnlijk goed mee weg komen. Het hoort ook bij de leeftijd. De jongens die wij hebben onderzocht, zijn gezond.”

Het rapport verwijst veel naar jongeren in de hulpverlening. Het aantal jongeren onder de twintig jaar dat veel blowt én om hulp vraagt, stijgt. Maar, zegt Jager, acht op de tien blowende jongeren in de hulpverlening hebben een dubbele diagnose. Ze hebben ook gedragsproblemen of ADHD.

Ook is er nog steeds discussie over de blijvende effecten van blowen bij volwassenen. In een onderzoek dat gisteren bij het rapport werd uitgebracht, staat dat blowen minder erg is dan roken of drinken. Een panel van negentien toxicologen, psychiaters, verslavingsartsen, politieambtenaren en een socioloog onderzocht bij onderzoeksinstituut RIVM de gezondheidsschade van negentien drugs – heroïne, cocaïne, crack, xtc, cannabis, alcohol, tabak en meer. Er werd gekeken naar de giftigheid, de verslavingspotentie en de sociale schade. Cocaïne gebruiken blijkt minder erg dan drinken of roken. Cannabis kreeg een middenplaats.