Ella Vogelaar blijft spoken

Niemand houdt Nicolas Sarkozy voor een softie, al helemaal niet als het gaat over immigratie en de omgang met de islam. Laatst nog gebruikte hij een rede voor beide kamers van het Franse parlement om te pleiten voor een verbod op de boerka. Het vrijwel alles verhullende gewaad is ‘niet welkom in Frankrijk’, verklaarde hij. Vrouwen die „gevangen zitten achter zo’n traliewerkje, afgesneden van elk sociaal leven, ontdaan van iedere identiteit”? De Franse Republiek heeft een ander idee van de waardigheid van de vrouw.

Maar de president zei ook iets anders, wat minder aandacht kreeg. De hoeder van de in Frankrijk heilige scheiding tussen kerk en staat waarschuwde tegen onverdraagzaamheid jegens gelovigen, in het bijzonder moslims. „De islam verdient evenveel respect als andere religies.” Het lijkt een open deur, tot je beseft hoe zelden politieke leiders in Nederland dat soort dingen hardop en met overtuiging zeggen, laat staan ervoor op de bres staan.

Ook Wolfgang Schäuble is zeker geen softie. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, conservatief en christen-democraat, is tegen de dubbele nationaliteit. Immigranten moeten hun loyaliteit aan hun ‘land van aankomst’ tonen. Schaüble is een overtuigd Europeaan, maar wel vanuit een „gesundes Nationalgefühl”. En als hij vluchtelingen uit Irak toelaat, dan bij voorkeur leden van de kleine christelijke minderheid.

Dezelfde Schäuble was onlangs in Kaïro om over Duitsland en de islam te praten met moefti’s en studenten. Hij hield een rede aan de universiteit waar Barack Obama een paar weken eerder had gepleit voor „een nieuw begin in de relatie tussen de Verenigde Staten en moslims in de hele wereld”. De islam, verzekerde Obama zijn gehoor toen, is deel van Amerika.

Schaüble zegt die zes woorden al langer, in Duitsland hamert hij erop en in Kaïro herhaalde hij het: „Der Islam ist ein Teil Deutschlands.” Een waarheid als een koe.

In Duitsland wonen vier miljoen moslims, 5 procent van de bevolking en een miljoen meer dan tot voor kort werd aangenomen, blijkt uit een recent onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hetzelfde onderzoek stelt dat met de integratie in Duitsland meer vooruitgang wordt geboekt dan vaak wordt gedacht. Zeker, er zijn problemen, maar bijna de helft van de moslims is lid van een of andere Duitse vereniging, 70 procent van de vrouwelijke moslims draagt geen hoofddoek, 90 procent van de meisjes gaat gewoon mee op schoolreisje en doet ook mee aan de zwemles.

Schäuble heeft de inburgering van de islam in Duitsland tot zijn politieke levenswerk gemaakt, schreef Die Zeit vorige week. Met zijn boodschap dat de islam bij Duitsland hoort, heeft hij ‘een keerpunt in het Duitse zelfbeeld’ teweeggebracht, aldus het blad. En omdat hij beseft dat ontwikkelingen in het Midden-Oosten invloed kunnen hebben in Duitsland, gaat hij niet alleen in Keulen en Berlijn, maar ook in Damascus, Alexandrië en Kaïro de boer op om te debatteren over de positie van de islam, de verhouding tot de staat en het gevaar van radicalisering.

De islam is natuurlijk ook een deel van Nederland. Kijk maar om je heen, op straat, op de universiteit of in de continu draaiende voorstelling getiteld Het Grote Integratiedebat. Maar waarom hoor je die zes woorden, de islam is deel van Nederland, die eenvoudige feitelijke vaststelling, zo zelden uit de mond van politieke zwaargewichten? Wie het wel durft te zeggen, wordt al snel overstemd door luid gezucht. Het ligt allemaal zo gevoelig, het is zo complex, het leent zich niet voor simpele kreten en je wilt als politicus niet nog meer kiezers van je vervreemden of in de armen van de PVV drijven. Aan een keerpunt in het Nederlandse zelfbeeld zijn we kennelijk nog niet toe.

Het lijkt wel of de geest van Ella Vogelaar menigeen in Den Haag nog altijd de stuipen op het lijf jaagt. In 2007 waagde de toenmalige minister voor Integratie het er heel voorzichtig op te zinspelen hoe Nederland aan het veranderen is. Toen haar in Trouw gevraagd werd of we ooit zullen zeggen: Nederland is een land van joods-christelijke-islamitische tradities, zei ze: „Ja, dat kan ik me voorstellen, maar daar gaan wel een paar eeuwen overheen.” Toe maar. Het land was te klein. En met de minister liep het niet goed af.

Hoe lang zal dat schrikbeeld een onderkenning van de werkelijkheid nog in de weg staan? Zo ingewikkeld hoeft de boodschap toch niet te zijn. Europeanen moeten eraan wennen dat religie weer zichtbaarder wordt in de samenleving, vooral door de aanwezigheid van grote aantallen moslims in dit deel van de wereld, stelt Schäuble. En moslims op hun beurt moeten zonder voorbehoud de rechtstaat, de democratie en de mensenrechten omarmen. Dat in de praktijk brengen kan tijd en moeite kosten. Maar als politiek standpunt is het van een jaloersmakende helderheid.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel

    • Juurd Eijsvoogel