Een kwestie van aura

Madonna legt Simon Peres het Midden-Oosten uit, Angelina Jolie schuift aan bij de VN. Welkom in de ‘celebocracy’. Waarom laten we het gebeuren?

Madonna was in april dit jaar in Malawi bij Mercy, het meisje dat zij eerst niet, maar nu wel mag adopteren. Foto Reuters/Tom Munto Pop star Madonna holds the child named Mercy, whom she hopes to adopt, in this undated publicity photo taken in Malawi and released to Reuters April 13, 2009. REUTERS/Tom Munro/Warner Brothers Records/Handout (MALAWI) QUALITY FROM SOURCE (ENTERTAINMENT IMAGE OF THE DAY TOP PICTURE) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS Adoptiekinderen REUTERS

Marina Hyde: Celebrity. How Entertainers Took Over the World and Why We Need an Exit Strategy. Harvill Secker, 239 blz. € 16,99

Veelzeggend aan de breuk tussen Jan Smit en Yolanthe Cabau van Kasbergen was allereerst dat de minister-president van Nederland zich hoogstpersoonlijk geroepen voelde het gefnuikte koppel zijn steun te betuigen. Dat gaf de verhoudingen goed weer: de politiek die zich in bochten wringt om aansluiting te vinden bij de populaire cultuur, in de hoop daardoor ook zelf populair te worden. Ik heb noch Jan Smit noch zijn Yolanthe ooit steun horen betuigen aan de premier; de politiek heeft hen nodig, zij de politiek niet.

Wat ook opviel, was de plotselinge nadruk op discretie en privacy. Er werd afkeurend gesproken over het uitlekken van de beelden van de beveiligingscamera die het overspel van Yolanthe had vastgelegd. In de zomereditie van De Wereld Draait Door legden de interviewers een opmerkelijke schroom aan de dag, toen Jan er aanschoof . Er werd gezinspeeld op de breuk, maar er werd niet expliciet naar gevraagd – laat staan dat er werd doorgevraagd. Dat was opmerkelijk: anderhalf jaar lang kon je de televisie niet aanzetten of je werd geconfronteerd met het bepaald alledaagse geluk van Jan en Yolanthe, maar toen bleek dat al dat commercieel uitgemolken, intens brave geluk voorbij was, en misschien wel grotendeels fictie was geweest, werd ineens terughoudendheid geëist.

Als dat iets blootlegt, is het toch vooral de burgerlijkheid van de Hollandse celebrity-cultuur: onopmerkelijke jongens en meisjes die met een verpletterende zelfgenoegzaamheid hun alledaagse beslommeringen over het voetlicht brengen: een zoen, een huis, een baby, een scheiding. Ze hebben geen gedachten over de wereld, ze ontsporen nooit spectaculair, hun liefdadigheid beperkt zich tot borstkanker en aidsbaby’s. Voor de uitzinnigheid zorgen een paar beroepshomo’s, maar ook hun excessen zijn burgerlijk: dubbelzinnige grappen en glitterpakken. In Amerika hebben ze Hollywood Babylon, wij hebben de Palingsoap.

Die gemoedelijke stompzinnigheid van onze ‘sterren’, de gezapige wezenloosheid van de BN-cultuur – het kan allemaal veel erger. Volgens Marina Hyde, een Britse columniste voor The Guardian, is het niet de leegte van het moderne sterrendom dat ons bedreigt, maar juist de mateloze pretentie. Haar boek Celebrity. How Entertainers Took Over the World and Why We Need an Exit Strategy is een komische aanklacht tegen het onheilige verbond tussen sterrendom en zaken die er echt toe doen. Volgens haar leven we in een ‘celebocracy’, een wereld waarin sterren zich steeds vaker bemoeien met dingen waar ze geen verstand van hebben. Tom Cruise die psychiatrie afdoet als ‘pseudowetenschap’, Charlie Sheen die oppert dat de aanslagen van 11 september 2001 een ‘inside job’ moeten zijn geweest, Lindsay Lohan over de wederopbouw van Irak (‘I’ve been trying to go to Iraq with Hillary Clinton for so long.’), Angelina Jolie als lid van een belangrijke commissie voor buitenlandse zaken – Hyde maakt er een hilarische parade van. De ondertoon van haar betoog is serieus, al raakt die nogal eens uit zicht in haar hyperventilerende stand-up proza. Tussen de honende uitweidingen over de relatief onschuldige verschrikkingen van het hedendaagse sterrendom – tatoeages, ‘gestolen’ sekstapes, modieuze godsdienstigheid, uitzinnige huisdieren, steeds meer adoptiebaby’s – klinkt oprechte kritiek door.

Sterren die zich inlaten met wetenschap, godsdienst, armoedebestrijding en de wereldpolitiek? ‘Laten we onze nek uitsteken en opperen dat het onophoudelijke doorsijpelen van sterrendom in deze gebieden niet echt iets geweldigs is, dat het het debat op een gevaarlijke manier scheef trekt, dat het betrokkenheid bij politieke zaken op een emotionele, niet-wetenschappelijke manier aanmoedigt, en dat we wanneer we entertainers er niet op aanspreken, de problemen in de wereld alleen maar groter worden, niet kleiner. Op dit moment is de boodschap die we aan jongere generaties verkondigen dat het oplossen van deze problemen een bijbaan is, naast het maken van speelfilms.’

Twee van de vele voorbeelden die Hyde geeft, vatten treffend haar kritiek samen. Allereerst het optreden van Sharon Stone tijdens het World Economic Forum te Davos in 2005. De president van Tanzania sprak daar over een effectief en relatief goedkoop middel tegen malaria: muskietennetten die met insecticide zijn geïmpregneerd. Op dat moment sprong Stone op, zegde een bedrag van 10.000 dollar toe en begon zwaaiend met haar armen een spontane inzamelingsactie onder de genodigden. Er werd in totaal een miljoen dollar toegezegd.

Toen het jaar daarop nog geen kwart daarvan werkelijk was betaald, voelde Unicef zich gedwongen de rest bij te passen, waardoor andere projecten erbij inschoten. ‘Jaren van nauwgezette Sophie’s Choice-achtige dilemma’s over hoe het beschikbare geld verdeeld moest worden over verschillende hulpverleningsprojecten waren ongedaan gemaakt door de plotselinge opwelling van mevrouw Sharon Stone.’

Wanneer sterren zich met hulpverlening gaan bemoeien, stelt Hyde, zijn het altijd de ‘populaire’ goede doelen die gesteund worden – ‘op dit moment Afrika en aids’ – en geen ‘afzichtelijke huidaandoeningen’ of ‘mentale stoornissen die tot gewelddadigheid kunnen leiden’. Bovendien is het niet waar dat de inzet van sterren tot meer vrijgevigheid leidt. Cijfers laten zien dat Amerikanen de afgelopen veertig jaar zo’n beetje hetzelfde percentage van hun netto-inkomen aan goede doelen hebben gegeven: rond de 2,2 procent.

Toch overheerst bij hulpverleningsorganisaties de notie dat er eigenlijk niets meer mogelijk is zonder dat een beroemdheid zich ervoor inzet. Een tweede pijnlijke voorbeeld is de actie van Madonna om haar stichting Raising Malawi op de kaart te zetten: voor een inzamelingsactie onder beroemdheden kreeg ze de tuin van het gebouw van de Verenigde Naties tot haar beschikking – samen met het modemerk Gucci, dat de gelegenheid aangreep om de nieuwe Gucci-winkel op Fifth Avenue uitgebreid te promoten. Zoals een van de gasten, Tom Cruise, voor de camera verklaarde: ‘I am here because it is a great cause and a great label.’

De artistiek directeur van Gucci kon het zelf nauwelijks geloven: ‘Toen ons pr-team met het voorstel kwam, hield ik het niet voor mogelijk. Ik bedoel, waarom zouden ze een of ander stupide modepartijtje bij de Verenigde Naties binnenlaten?’ Toen ze tijdens het feest de menigte toesprak, zei ze iets anders. Het ging om ‘Gucci’s verantwoordelijkheid als wereldburgers om het juiste te doen’.

Op alle fronten rekent Hyde in Celebrity af met het berekenende engagement van beroemdheden. Dat de Scientology Kerk handig gebruikmaakt van de faam van Tom Cruise is bekend, maar ik wist niet dat achter het dwepen met de kabbala van Madonna een gewiekste commerciële organisatie schuilgaat, die onder meer ingestraald water voor bijna 5 dollar per flesje op de markt brengt. Dezelfde organisatie is ook betrokken bij Madonna’s stichting Raising Malawi, onder meer door het ‘Spirituality for Kids’ programma.

De wijd verkondigde betrokkenheid van beroemdheden is meestal onbenullig, vaak hypocriet (er moet iets goed gemaakt worden met het publiek na een pijnlijke ontsporing), en soms bedenkelijk. Organisaties en ook overheden proberen positieve publiciteit te krijgen door aan te haken bij de populaire cultuur: Pino uit Sesamstraat en een van de zangers van de boyband The Backstreet Boys werd van officiële zijde om adviezen gevraagd voor respectievelijk jeugdbeleid en de toekomst van kolenindustrie, president Peres van Israël luisterde geduldig naar de ongeïnformeerde stelligheden van Madonna, Sharon Stone en Leonardo DiCaprio, die allemaal een recept hadden voor blijvende vrede in het Midden-Oosten. Stone: ‘I would kiss just about anybody for peace in the Middle East.’

Wel jammer dat de enige toonsoort van Hyde bijtend sarcasme is. Haar boek is te veel een boekje, iedere grappige formulering wil de vorige overtreffen, haar aanklacht moet het zonder analyse doen. Het is ongetwijfeld waar dat de celebrity-cultuur overheersend is en alomtegenwoordig – wanneer onze minister van Ontwikkelingshulp in een praatprogramma aandacht vraagt voor het probleem van de kindsoldaten in Afrika, neemt hij steevast de zanger Marco Borsato mee – maar nergens verschaft Hyde een verklaring van hoe dat zo heeft kunnen gebeuren. Ze is te druk om de belachelijkheden van de celebs breed uit te meten om zich te verdiepen in de redenen dat een groot deel van de wereldbevolking alleen kennis neemt van belangrijke zaken via de opzichtige betrokkenheid van beroemdheden.

Nu lijkt Hyde zelf wel verslaafd aan de sterrencultuur. Veel van de overdadige aandacht van de media voor celebrity’s gaat immers gepaard met openlijke agressie en leedvermaak (Britney!), en je kunt cynisch vaststellen dat ook Hyde daar een exponent van is; afkeer gaat hand in hand met fascinatie. Dwepen met Bono en Angelina of schelden op Bono en Angelina, het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Waar ze dieper op in had moeten gaan, is het diepgewortelde geloof van serieuze organisaties dat hun werk alleen aandacht kan krijgen wanneer het door een beroemdheid als ‘ambassadeur’ gesteund wordt. Traditionele instituten verhouden zich moeizaam tot de moderne mediacultuur, waarin alles persoonlijk, of quasi-persoonlijk, is gemaakt. De hedendaagse beroemdheid, die een product van de mediacultuur is, voelt steeds sterker de behoefte om zich als betrokken te profileren en gebruikt daarvoor de serieuze uitstraling van die instituten. De ene partij wil dus dat de goede zaak een menselijk gezicht krijgt, de andere partij heeft bij haar al te menselijke gezicht een goede zaak nodig. Men denkt elkaar te kunnen gebruiken: de ster wordt geloofwaardig door de associatie met een goede zaak, de organisaties denken populair te worden door de uitstraling van de ster. Het is dus vooral een kwestie van aura. Dat de werkelijkheid dan minder belangrijk wordt – toen ze ging bevallen liet de met mensenrechten begane Angelina Jolie zo ongeveer heel Namibië op slot doen en Madonna verloor al weer heel snel haar belangstelling voor het verwerken van radioactief afval met behulp van de kabbala – is een logisch gevolg. Het gaat beide partijen om de schijn van betrokkenheid.

Dat is nauwelijks nieuws. Het grote raadsel is waarom een steeds groter deel van de mensheid daar genoegen mee neemt, of er zelfs in zwelgt. Misschien omdat surrogaatbetrokkenheid ook voor het publiek uiteindelijk aantrekkelijker is dan echte betrokkenheid, die denkkracht en inspanning vereist. Het is zoveel aantrekkelijker om mee te gaan met de ‘spontane’ emotie van Sharon Stone tijdens het World Economic Forum, dan rapporten over malariabestrijding te bestuderen.

In die zin is de hedendaagse celebrity-cultuur gewoon een exponent van de globalisering: complexe, wereldwijde problemen schreeuwen om persoonlijke, simplistische gebaren, anders haakt iedereen af. Waar het de politiek betreft wordt de burger steeds wantrouwiger, maar waar het de sterrencultuur betreft, lijkt de waarheid er nauwelijks toe te doen. De politicus die het waagt een zonnebril te declareren, roept de volkswoede over zichzelf af, terwijl de eindeloze commerciële manipulaties van sponsors en sterren alleen maar applaus oogsten. Dat komt doordat politici zelden sterren zijn. Met sterren leef je mee, in hun emoties en hun leugens.

Marina Hyde denkt een dodelijk punt te maken wanneer ze stelt dat het engagement van onze sterren meestal loos en zonder daadwerkelijk resultaat is. Ze ziet over het hoofd hoe aantrekkelijk dat voor het publiek kan zijn. Onze sterren verplichten ons tot niets.

    • Bas Heijne