Drie getroebleerde herenlevens plus de verbeelding

Adam Foulds: The Quickening Maze. Jonathan Cape, 279 blz. € 18,-

Adam Foulds: The Quickening Maze. Jonathan Cape, 279 blz. € 18,-

The Quickening Maze, Adam Foulds’ tweede roman, is in Engeland lovend besproken – aanbevolen als een vernuftig, vlug en veelzijdig historisch verhaal dat zich ook onderscheidt door een weldadige taalbeheersing. Is het een ontdekking voor de Nederlandse lezer?

Ja en nee. Zoals Foulds zelf meedeelt, zijn de hoofdpersonen drie historische figuren; hij heeft hun biografieën gebruikt en zich daarbij een aantal vrijheden toegestaan. De drie zijn John Clare, Matthew Allen en Alfred Tennyson, en het maakt een heel verschil bij het lezen of wij al een beetje wisten wie dat waren.

Het maakt vooral verschil voor John Clare, die zonder hoofdpersoon te zijn de meeste aandacht krijgt. Engelse lezers kennen zijn naam, en soms zijn werk: hij was de peasant poet die omstreeks 1820 naam maakte met gedichten over het landschap en het landleven, daarna uit de mode raakte, psychisch in problemen kwam en de laatste dertig jaar van zijn leven – hij stierf in 1864 – in psychiatrische klinieken doorbracht. De eerste was High Beech, in Epping Forest, boven Londen, en Foulds boek gaat over zijn vier jaar daar, van 1837 tot 1841.

Minstens evenveel aandacht gaat uit naar de geneesheer-directeur, Dr Matthew Allen en diens vier kinderen. Vooral de 18-jarige dochter Hannah speelt een prominente rol, doordat zij opgewonden raakt over de derde hoofdpersoon, Tennyson, en tevergeefs probeert hem voor zich te winnen. De dichter was in de buurt komen wonen als begeleider van een van zijn broers die psychiatrische zorg nodig had.

Dat Clare van de drie hoofdpersonen de sterkste indruk nalaat, komt doordat er over hem de beste verhalen te vertellen zijn: over zijn depressies en zijn woedeaanvallen, over zijn protesten en ontsnappingen, over zijn vechtpartijen en seksuele uitbarstingen. Daarbij vergeleken leiden Allen en Tennyson ordentelijke herenlevens – totdat het tegen het eind misgaat. Dat komt dan doordat Allen niet genoeg heeft aan zijn rol als psychiater en zich wil verrijken als uitvinder, wat hem vooral schulden oplevert.

Het verhaal over de geldzorgen is het minste deel van het boek: het klinkt onwaarschijnlijk en is ondeskundig verteld. Zo is het des te meer de getroebleerde Clare die als hoofdpersoon in de herinnering blijft. Het is geen wonder: hij heeft met zijn persoonlijkheid al vaak lezers voor zich ingenomen. Dat was toch waarschijnlijk niet Foulds enige bedoeling. Foulds heeft een opmerkelijk boek geschreven, maar hij heeft wel twee van zijn drie hoofdpersonen tekortgedaan.

    • J.J. Peereboom