Dollar zal moeten wijken

De slotverklaring van de VN-conferentie over de mondiale crisis stelt diep teleur, vindt Paul van Seters Het is het tegendeel van een ‘doorbraak’.

Vorige week vond in New York de VN-top over de mondiale economische crisis plaats. Afgelopen weekeinde omschreef minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA), leider van de Nederlandse delegatie in New York, de uitkomst van die VN-top als een „doorbraak”. In werkelijkheid is van een doorbraak in het geheel geen sprake.

De VN-top is geëindigd met een gemeenschappelijke verklaring, met daarin een aantal op zichzelf niet onbelangrijke voorstellen ter bestrijding van de crisis. Wie dat een „multilateraal moment” wil noemen zoals Obama en Koenders doen, kan zo proberen zijn critici de mond te snoeren, maar bij een doorbraak komt toch echt heel wat meer kijken.

De opluchting van Koenders is wel begrijpelijk, want het heeft er lang naar uitgezien dat de VN-top zou uitlopen op een fiasco. De top moest drie weken worden uitgesteld door de grote meningsverschillen over de conceptslotverklaring. Dat de 192 lidstaten het uiteindelijk toch eens zijn geworden, is een verdienste van de diplomaten, maar vergeleken met de oorspronkelijke verklaring is de slotverklaring niet meer dan een waterig compromis.

Het initiatief voor de VN-top was genomen door de president van de Algemene Vergadering van de VN, Miguel d’Escoto Brockmann. Bij die gelegenheid benoemde deze een commissie van deskundigen onder voorzitterschap van de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz.

Het rapport dat de commissie-Stiglitz schreef ter voorbereiding van de VN-top was baanbrekend. Maar het leidde in de aanloop naar de top tot onoverbrugbare tegenstellingen. Uit de slotverklaring zijn de belangrijkste elementen van het Stiglitz-rapport zorgvuldig verwijderd.

Neem het voorstel voor een nieuwe mondiale reservemunt. Stiglitz bepleitte de oprichting van een nieuw instituut, een World Monetary Fund, dat de verantwoordelijkheid zou krijgen voor zo’n reservemunt. Hiermee borduurde Stiglitz voort op het plan voor een onafhankelijke, kunstmatige reservemunt, de bancor die John Maynard Keynes lanceerde bij de VN-conferentie in Bretton Woods in 1944 – die toen ook de eindstreep niet haalde.

De afgelopen maanden bleek zo’n mondiale reservemunt tegen het zere been van de Amerikanen te zijn, die blijven dromen van een oppermachtige dollar, maar ook tegen dat van de Britten, die blijven dromen van Londen als de financiële hoofdstad van de wereld.

De noodzaak van een nieuwe, mondiale reservemunt wordt de laatste jaren natuurlijk alleen maar bevestigd door de zwakte van de dollar (zijn ‘volatiliteit’) en door de sterk veranderde internationale verhoudingen.

Juist om die redenen is de discussie over een mondiale reservemunt de afgelopen tijd in een stroomversnelling gekomen. Drie maanden geleden pleitte de president van de Chinese Centrale Bank al voor een alternatief voor de dollar en twee weken geleden deden Brazilië, Rusland, India en China, de BRIC-landen genoemd, hetzelfde.

Het pleidooi van de BRIC-landen was aanleiding voor een hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad (18 juni). Daarin werd gesuggereerd dat er zoveel onderlinge verschillen bestaan tussen de BRIC-landen, dat hun plannen voor een mondiale reservemunt kunnen worden afgedaan als „retoriek”.

Maar juist door hun onderlinge verschillen hebben deze landen een gemeenschappelijk belang bij het vinden van een alternatief voor de dollar. Het lijkt daarnaast ook verstandig om goed op te letten als een land als China bij herhaling naar buiten treedt met een voornemen. Het is ook niet verstandig dit af te doen als retoriek. Gegeven de snel toenemende invloed van de BRIC-landen, is de vraag niet langer of er een nieuwe mondiale reservemunt komt, maar eerder wanneer die komt.

Het rapport van de commissie-Stiglitz is in de ogen van veel waarnemers de beste analyse van de huidige mondiale financiële en economische crisis. Onderschrijving van de voorstellen uit dat rapport zou werkelijk een doorbraak hebben betekend. Dat de 192 landen van de VN daar vorige week niet toe hebben kunnen besluiten, is vooral een gemiste kans.

Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de TiasNimbas Business School, Universiteit Tilburg.

    • Paul van Seters