Devotie voor de lijdende renner

Het mooiste wielerboek is dit jaar van Jeremy Whittle.

Hij schreef over de strijd tegen de macht in het wielerpeloton.

De opening van wielerjournalist Jeremy Whittle in Bad blood past perfect in de traditionele wielerliteratuur: het zweet van de lijdende mens, het heldendom van de renner, de devotie voor het object. Maar de inzet van Bad Blood. The Secret Life of the Tour de France is een andere. Whittle wil geen helden bezingen, maar laten zien dat hij zijn geloof in de fietsende helden heeft verloren. Bad blood is een luid protest tegen het dopinggebruik en een aanklacht tegen de machthebbers in de sport, die dissidenten de mond snoeren.

Veel andere wielerboeken gaan deze zomer over de Tour de France van twintig jaar geleden, waarin de Amerikaan Greg LeMond de Fransman Laurent Fignon met acht seconden verschil versloeg; een van de laatste vóór het tijdperk van de epo.

Een selectie Tourboeken:

Laurent Fignon vertelt in zijn lijvige, boeiende en ongeïllustreerde autobiografie Nous étions jeunes et insouciants (Grasset, € 19,–) hoe op een gegeven moment de ene na de andere nobody bij hem wegreed.

Mart Smeets laat in zijn aan de Tour van 1989 gewijde Het laatste geel (Nieuw Amsterdam, € 14,95) zien hoe spectaculair de resultaten van renners als Induraín, Chiappucci en Riis verbeterden, in het hoofdstuk ‘De firma epo’. Het overtuigt, maar doet verlangen naar het moment dat Smeets een boek schrijft dat net zo ambitieus is als dat van Whittle.

Wielerjournalist Herman Chevrolet maakte een royale reconstructie van de Tour ’89 en het tijdperk Hinault-Fignon-LeMond (Acht seconden, Het Sporthuis € 19,50). Hij baseert zich voornamelijk op geschreven bronnen, wat de diepgang noch de analyse ten goede komt.

In Supergenen en turbosporters van Sietse van der Hoek en Toine Pieters (Nieuw Amsterdam, € 18,50) wordt over doping geschreven. Soms gebeurt dat wat onbeholpen: ‘Het straffen van atleten omdat ze zich niet aan traditionele sportwaarden zouden houden, is niet meer en niet minder dan het bestraffen van hun keuze om moderne sport te bedrijven.’

De schreeuwerige autobiografie van Armstrongs ploegleider Johan Bruyneel (Alleen winnen telt, VIP, € 18,95) negeert de interessante controverses uit Whittles boek.

En er is fictie: De ereronde van de eland (L.J. Veen, € 14,90) door Thijs Zonneveld, een ontsnapping door de ogen van een wielrenner. Voor wie Tim Krabbés De renner al helemaal uit het hoofd kent.

Lees de volledige recensie over Whittle op nrcboeken.nl