De Spelen

Amsterdam heeft soms last van een kort geheugen. Eind jaren tachtig waren er serieuze plannen om het Olympisch Stadion tegen de grond te gooien. Het heeft nog heel wat moeite gekost om het geheel te redden. Voor de moderne sport is het te klein. Er worden evenementen gehouden. Wat er verder ook mee zal gebeuren, het blijft een monument.

In het algemeen gezegd zijn er in iedere beschaving drie krachten die de bouw van een monument voor hun rekening kunnen nemen. Megalomane koningen, keizers, dictators; hoogwaardigheidsbekleders van een godsdienst; hooggeplaatste sportliefhebbers. Aan die mensen hebben we respectievelijk de paleizen te danken; de tempels, piramiden, kathedralen; en de stadions. Heersers van megalomaan kaliber worden in deze zich verder mondialiserende en democratiserende samenleving steeds schaarser; ze hebben niet meer dat ouderwetse lef om een paleis voor zichzelf te laten neerzetten. Grote kerken worden in het seculariserende Westen niet meer gebouwd. Blijft over: de sport. Dat is overal te zien. In New York hebben de Yankees een nieuw stadion gekregen. In 2004 is een kwart van Athene verbouwd om de Olympische Spelen mooi te kunnen huisvesten. In Peking hebben tienduizenden moeten verhuizen. Objectief bekeken wordt de sport steeds meedogenlozer. En nu is het de vraag of we daarvan over een jaar of negentien iets in Nederland zullen merken.

Ergens in het laatste kwart van de vorige eeuw was de Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn op het idee gekomen de Olympische Spelen ‘binnen te halen’. Naar vermogen heb ik me hier en daar in stukjes tegen dit plan verzet. De sport was al tot het grootste massabedrijf ter wereld geworden. Tienduizend- of meer koppige menigten raakten in ongezonde vervoering, brulden en hosten er een paar weken op los, en als het festijn was afgelopen kwamen de verantwoordelijken tot de ontdekking dat ze met een stuk of wat onbruikbare bouwwerken zaten opgescheept. Ja, maar het land, de stad waren ‘op de kaart gezet’. Ook zo’n uitdrukking. Het is toen niet doorgegaan.

Nu zijn er opnieuw mensen op het idee gekomen de Spelen ‘binnen te halen’, voor 2028. Eerst komt er nog een onderzoek naar de haalbaarheid; dat kost 400.000 euro. Maar de deskundigen weten nu al dat, als het feest doorgaat, dit 82.000 arbeidsplaatsen zal opleveren. De definitieve beslissing valt, voorzover ik begrepen heb, in 2016. Amsterdam en Rotterdam zijn beide kandidaat.

Ik heb een paar kanttekeningen. In het onderzoek naar de haalbaarheid zou ik graag een prognose zien over de toestand van de nationale cultuur in 2028. De afgelopen jaren is gebleken dat het Nederlandse publiek steeds minder sportbestendig wordt. De laatste keer is dat bewezen bij het Europees kampioenschap voetbal toen de oranjerazernij voorbarig uitbrak. En daarvoor toen trainer Dick Advocaat bij het EK in Portugal een verkeerde wissel toepaste waardoor Nederland verloor en Advocaat met de dood werd bedreigd.

Dan zou ik willen weten hoe groot de kans is dat de Randstad nog droog is. Moeten we een stadion op de Hondsrug bouwen? Het minste wat je van de olympische pressiegroep kan verwachten is dat ze haar streven met een klimatologisch en cultureel scenario onderbouwt. Daar kunnen we dan nog zeven jaar over debatteren voor de eerste beslissing valt.