De ene comeback is de andere niet

De rentree van wielrenner Lance Armstrong (37) in de Tour de France is wereldnieuws. In 1998 maakte hij al eens een comeback, onder geheel andere omstandigheden.

Armstrong in 2009. Foto Reuters Astana rider Lance Armstrong of the U.S. poses on the podium during the team presentation ahead of the start of the 96th Tour de France cycling race in Monaco, July 2, 2009. REUTERS/Charles Platiau (MONACO SPORT CYCLING) REUTERS

Kapsalon Karin heeft geen klanten als die ochtend van de elfde juni 1998 de auto van de wielerploeg US Postal voor de deur parkeert. Het regent in het provinciestadje Petange, waar over een klein uur de Ronde van Luxemburg van start gaat, een vierdaagse rittenkoers met een mager deelnemersveld. Publiek is er nauwelijks, de stem van de speaker galmt door verlaten straten. „Come and sit in the car”, zegt Lance Armstrong tegen de twee enige journalisten die op zijn comeback in Europa zijn afgekomen.

Een paar maanden eerder was het in Spanje wat drukker geweest, toen de Amerikaan zijn eerste wedstrijd reed na te zijn hersteld van een agressieve vorm van kanker. Veertiende eindigde de gewezen wereldkampioen (1993) in de Ruta del Sol. Maar toen het in maart serieus werd, in Parijs-Nice, stapte hij onder barre omstandigheden gedesillusioneerd af. „Ik weet niet hoeveel tijd me nog rest, maar die wil ik niet besteden aan wielrennen”, sprak hij destijds volgens zijn biografie Door de pijngrens. „Ik heb in de Ruta del Sol laten zien dat ik een comeback kon maken. Ik hoef niets meer te bewijzen aan mezelf of aan mensen met kanker. Ik stop met wielrennen, ik heb het helemaal gehad.”

Armstrong grijnst, op de achterbank van de ploegleidersauto in het natte Petange. „Shitty rain!” Waarom dan toch weer terugkeren op de fiets? Hij is miljonair, met een villa in Austin (Texas), auto, motor en speedboot. Wonderbaarlijk hersteld van een slopende ziekte. Pas getrouwd met Kristin Richard, later moeder van zijn eerste drie kinderen. „Ik wil niet kiezen voor de weg van de minste weerstand. Ik ben geboren om te fietsen. Als ik niet gelukkig was, zou ik nu aan het zwembad liggen. Maar ik wil koersen. En winnen. „

Vlak voor de start van zijn eerste wedstrijd sinds maanden gaat hij er niet dieper op in. Uit zijn biografie blijkt later dat er wel degelijk een cruciaal gevecht vooraf is gegaan aan de anonieme comeback in Luxemburg. Na zijn opgave in Parijs-Nice wil Armstrong thuis in Austin zijn afscheid bekendmaken. „Ik voerde niets uit. Ik golfde, waterskiede, dronk bier en lag op de bank te zappen.”

Zijn manager Bill Stapleton praat in op Armstrong, dan nog altijd goed voor een jaarsalaris van 700.000 dollar, om de definitieve beslissing uit te stellen. Hij lijkt kansloos. „Lance, jij zult altijd die vent zijn die kanker kreeg en nooit meer wielrenner werd.”

Stapleton raakt met die uitspraak de kern van Armstrongs persoonlijkheid. Nou vooruit, hij wil het Amerikaans kampioenschap rijden, als afscheidswedstrijd. Trainer Chris Carmichael krijgt hem zo gek nog een trainingskamp te doen in Boone, een universiteitsstadje in North-Carolina. Hoog in de Appalachen, waar hij voor zijn ziekte triomfen vierde in de Tour Dupont. Tijdens een barre trainingstocht aan het einde van het trainingskamp ziet hij op het wegdek nog vaag ‘Go Lance’ en ‘Viva Lance’ staan.

„Ik hamerde de pedalen naar beneden, werkte hard en voelde het zweet en het plezier opkomen; onder mijn huid zat een hitte als van een alcoholroes. De beklimming maakte iets in me wakker. Terwijl ik omhoog zwoegde, dacht ik na over mijn leven, mijn jeugd, mijn eerste wedstrijden, mijn ziekte en hoe ik daardoor veranderd was. Misschien confronteerde het primitieve klimmen me met de kwesties die ik al weken ontliep. Ik besefte dat het tijd was om op te houden met uitstellen. Doorgaan, hield ik mezelf voor. Als je nog kunt doorgaan, ben je niet ziek.”

Daar staat Armstrong, voor kapsalon Karin, om gemasseerd te worden. Collega’s fietsen langs om hem feliciteren met zijn huwelijk, zowaar verschijnt een handvol toeschouwers. Hij oogt afgetraind.

Om even over half vijf zwaait hij op het podium in Dippach met de bloemen. Medevluchter Lauri Aus verslagen in de sprint, vier minuten voorsprong op het peloton. Drie dagen later volgt de eindzege, net als de week erop in Rheinland-Pflaz Rundfahrt. In het najaar breekt hij door als klassementsrenner, met een vierde plaats in de Vuelta. „Je moet volgend jaar alles op de Tour de France zetten”, adviseert Johan Bruyneel, het jaar erop zijn ploegleider bij US Postal. De rest is geschiedenis.

Zijn huidige comeback wijkt in alles af van de vorige. Miljoenen mensen over de hele wereld volgen de zevenvoudig Tourwinnaar vanaf het moment dat hij na drie jaar afwezigheid in september 2008 zijn terugkeer aankondigde. De internetdienst Twitter vaart er wel bij. Zelf is Armstrong allang zakenman in bonus. Zijn stichting voor de kankerbestrijding, Livestrong, genereert een omzet van meer dan 200 miljoen euro. Hij heeft langlopende contracten met kledingmerk Nike en fietsenfabrikant Trek, maar ook met mediabedrijf Demand Media Inc. Een eigen jeugdploeg met Axel Mercks als ploegleider en het grote talent Taylor Phinney als boegbeeld.

Achter zijn comeback schuilen nieuwe zakelijke belangen. Armstrong ruziet met de Kazachstaanse eigenaars van de Astana-ploeg, die hij wil overnemen. Provocerend draagt hij kleding van zijn eigen sponsors. Daarbij valt Mellow Johnny’s Bikeshop op, een fietswinkel uit Austin. The Boss als fietsenmaker? Mellow Johnny’s Bikeshop verkoopt Trek-fietsen met onderdelen van SRAM. Armstrong investeerde veel geld in het merk dat de gevestigde orde (Shimano en Campagnolo) aanvalt en waarmee nu ook de Tourfietsen van Astana zijn afgemonteerd.

Volgens hardnekkige geruchten wilde zakenman Armstrong de afgelopen jaren zelfs de Tour de France kopen. Maar kan hij de meest prestigieuze wielerwedstrijd ter wereld nog winnen? In de Giro verbaasde hij in mei velen, ondanks een gebroken sleutelbeen in de voorbereiding. Uitspraken van Bernard Hinault („Hij hoeft echt niet te komen want hij kan de Tour nooit winnen.”) raken hem wellicht nog altijd tot in de kern van zijn wezen. Cruciaal blijft de vraag of Armstrong zelf de afgelopen trainingsperiode nog één keer de wilskracht heeft kunnen opbrengen als in mei 1998, voordat hij in Luxemburg aan zijn unieke triomftocht begon.

    • Maarten Scholten