Coffeeshop wordt club

Zo kan het niet langer, maar hoe moet het dan wel? Dit is al langer de moedeloze stand van zaken in het softdrugsbeleid. Verbieders en gedogers houden elkaar in een houdgreep. Ze weten dat cannabisproductie de criminaliteit aanjaagt, Nederland grootschalig exporteur is geworden, consumptie schooluitval bevordert en sociale problemen versterkt en thuiskweek wijken doet verloederen.

De onbezorgde softdrugssubcultuur van ooit is veranderd in een harde business waar niets meer soft is. Het is een „rotzooi geworden”, aldus Kamerlid Bouwmeester (PvdA) deze week, toen ze op de valreep voorstelde de cannabiskweek maar te legaliseren om zo de coffeeshops te redden.

Naar goed vaderlands gebruik vroeg het kabinet daarom een commissie om advies in de hoop zo de loopgraven van het vastgelopen debat te kunnen ontruimen.

Gisteren kwam dat advies uit. De strekking is duidelijk. Het gedoogbeleid is ‘onhoudbaar’. Maar het ei van Columbus is niet gevonden. Dat kan natuurlijk ook niet, in dit onbegrensde hoekje van de EU. Ook de commissie schippert tussen de behoefte om kleinschalig gebruik te beschutten en de noodzaak om de verloedering te bestrijden.

Het advies zet de softdrugs terecht in een breder perspectief door alcohol erbij te betrekken en bepleit een minimumleeftijd van 18 voor beide roesmiddelen. Daarmee wordt aangesloten bij nieuwe inzichten uit de neurobiologie over de effecten van thc en alcohol op het onvolgroeide brein. Kort samengevat: hoe langer consumptie wordt uitgesteld, hoe beter het is.

Alcohol en drugs zullen in de levens van velen ooit een rol spelen. Maar waarom met de consumptie ervan al tijdens de groei begonnen kan worden, is niet uit te leggen. Dat vraagt om een cultuuromslag en een herijking van sociale normen: onder ouders, scholen, verenigingen en in de detailhandel.

De oplossing voor de vrij toegankelijke coffeeshops ziet de commissie in het sluiten van de voordeur, behalve voor leden. Met zulke cannabisclubs moet gebruik beperkt worden tot de lokale markt. Maar het lijkt op voorhand onwaarschijnlijk dat het burgers uit andere EU-staten verboden kan worden zich als lid te melden. Zo’n maatregel zal preventief werken totdat het EU-Hof in Luxemburg het beëindigt.

De commissie beveelt ook experimenten met gereguleerde teelt aan, om de bevoorrading van dergelijke coffeeshops te decriminaliseren. Ook dat idee is eerder voorbijgekomen. Maar VN- en EU-regels staan alleen productie van cannabis toe voor wetenschappelijke of geneeskundige doelen. Of in kleine hoeveelheden voor ‘persoonlijk gebruik’.

Al in 2005 liet het kabinet uitzoeken of een experiment met kleinschalige productie ten bate van coffeeshops binnen het EU-recht zou passen. Het antwoord was toen glashelder. Die ruimte is er niet. Voor dergelijke oplossingen is politieke consensus binnen de EU nodig. Want is cannabisconsumptie voor volwassenen nu wel of niet maatschappelijk acceptabel? Die vraag is te groot voor Nederland alleen.