Breekbaar Chopin-spel van Blechacz

Klassiek: Robeco Zomerconcert, Kon. Concertgebouworkest o.l.v. J. Semkow met Rafal Blechacz. 2/7 Concertgebouw, A’dam.

Zomerstilte? Nog even niet. Ingebed tussen de laatste voorstellingen van Carmen bij De Nederlandse Opera werkt het Concertgebouworkest dezer dagen aan een cd van de Twee pianoconcerten van Chopin met pianist Rafal Blechacz (1985). Orkest én Blechacz speelden beide concerten gisteravond ook in de serie Robeco Zomerconcerten.

Het ooit aangekondigde dirigeertalent Tugan Sokhiev (31) trok zich helaas in een vroeg stadium terug. Hij werd vervangen door de Pool Jerzy Semkow (81), die daarmee een laat debuut maakte bij het orkest. Deutsche Grammophon is het, terecht, vooral te doen om Blechacz. Zijn drie eerdere optredens in Amsterdam waren wondermooi. En ontroerend fijnzinnig was ook nu zijn Chopin-spel.

Het wonderlijke is dat Deutsche Grammophon ook net een cd uitbracht met dezelfde Chopin-concerten door superpianist Lang Lang. Dat maakt vergelijken verleidelijk, maar Blechacz lijkt in weinig op Lang. Zijn Chopin klinkt meer Pools, minder puur ‘virtuoos’ (al is ook zíjn passagespel vlekkeloos) en meer vrij, eigen, dichterlijk breekbaar. Grootste troef: een zeer lenige, nergens ijdele spankracht in de frasering.

Zulke vrijheid moet de ruimte krijgen, maar dat was gisteravond in het Tweede Pianoconcert (1929) niet optimaal het geval. De gebaren van dirigent Semkow zijn tamelijk druk en niet altijd even precies. Dat bleek al in de als extraatjes gespeelde Ouvertüres van Mozart: ouderwets van klank, met felle contrasten. Een misbare Mozart, te meer daar de combinatie met Chopin totaal niet werkte; pianopoëzie en de Turkse tromslagen van de Die Entführung zijn geen match.

Maakte het uit? Nauwelijks. Blechacz bleek onverstoorbaar door het onder Semkows welluidend maar vaak ook te massief klinkende Concertgebouworkest en stelde daar ook in Chopins Eerste pianoconcert (1830) poëzie in een breed spectrum aan nuances en kleuren tegenover. Als toegift aan de helemaal volle Grote Zaal klonk een wals van Chopin: dansant, elegant en in de combinatie daarvan werkelijk ontroerend.