Van Rotterdam naar Barchem

Woodbrookers Cahier nr. 1, uitgave van het Woodbrookershuis Auteur: Wouter Lookman 56 pag. 7,50 euro. Bestellen: inschrijvingen@woodbrookershuis.nl

Woodbrookers Cahier nr. 1, uitgave van het WoodbrookershuisAuteur: Wouter Lookman56 pag. 7,50 euro. Bestellen: inschrijvingen@woodbrookershuis.nl

Als de leden van de vooroorlogse Rotterdamse zakenelite bijeenkwamen om gezien te worden, dan ontmoetten ze elkaar in het Parkhotel, in de sociëteit van de Roei- en Zeilvereniging De Maas, op het stadhuis of in de remonstrantse gemeente.

Maar havenbaronnen, verzekeraars en bankiers hadden soms behoefte aan onderlinge reflectie zonder pottenkijkers, laat staan journalisten, in de buurt. Zeker toen de economische crisis het land in zijn greep kreeg. Dan gingen ze naar het Achterhoekse Barchem, voor een meerdaagse ‘zomercursus’ in de Kapel op het landgoed de Kalenberg van de religieus-vrijzinnige Woodbrookers-gemeenschap.

In totaal vonden er elf bijeenkomsten plaats tussen 1930 en 1939. Strikt besloten. Alleen de ‘femmes de leurs maris’, echtgenoten van de zakenlieden, waren bij deze bezinningsbijeenkomsten welkom.

Hoewel de bijeenkomsten niet openbaar waren, heeft het Woodbrookershuis dezer dagen een cahier uitgebracht dat een kijk om het hoekje geeft. Geen compleet systematisch overzicht, maar wel een aardige impressie van de ontmoetingen, de hoofdpersonen en de tijd en de sfeer waarin die bijeenkomsten plaatsvonden.

Na de eerste conferentie, van 18 tot 22 juli 1930, schreef een enthousiaste mevrouw E. Mees-Havelaar, die met haar man was meegekomen: „Ja, het is gelukt. Niet in die zin, dat er al een stevig geheel is gevormd – wij zijn voorzichtige Hollanders en bouwen geen luchtkastelen, maar ik geloof de stemming van de zakenmensen weer te geven als ik zeg: zij hebben zich in Barchem gelukkig gevoeld, hun geest heeft er zich ontspannen, zij hebben saamhorigheid voelen groeien en zij hopen verder te gaan.”

Wel was het jammer dat de veelheid aan auto’s het zicht op het bos benam, maar die auto’s gaven in elk geval een „gevoel van realiteit en aktie”.

Het waren vooral links-liberale zakenlieden die elkaar regelmatig in Barchem ontmoetten. Chique én sociaal, vrijzinnig-liberaal, D66 avant la lettre. Zij voelden zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de samenleving in de economische crisis en wilden daar ook daadwerkelijk invloed op uitoefenen. Zakenlieden met een moraal, die zich bekommerden om volkshuisvesting en stadsvernieuwing en die vaak welbewust in Rotterdam bleven wonen, al was het in het chique Kralingen.

Prominente deelnemers aan het beraad in Barchem waren limonadefabrikant J.A. Riedel, voorzitter J.Ph. Backx van de Scheepvaartvereniging Zuid, die na de Tweede Wereldoorlog deel zou uitmaken van een speciale werkgeversclub in de Partij van de Arbeid, evenals Rudolph Mees, firmant van de bankiersfirma R. Mees en Zoonen, die ook regelmatig als spreker optrad. In 1937 beklemtoonde hij de noodzaak van verantwoord ondernemerschap. „Ten onrechte meent men dat men daardoor geen goed koopman zou zijn, omdat men dan niet elk voordeel nemen kan, dat te krijgen is. Maar hij zal er een hoogeren vorm van koopmanschap en van geluk voor winnen.”

Andere sprekers waren de Delftse hoogleraar W. Schermerhorn, theoloog W. Banning, Hoogovensdirecteur A.H. Ingen Housz, de Twentse textielfabrikant E. van Heek en de SDAP’er H. Vos, een van de samenstellers van het Plan van de Arbeid uit 1935, die na de oorlog minister van Handel en Nijverheid werd.

De titels van de bijeenkomsten verwijzen zonder uitzondering naar de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemer: vraagstukken uit het zakenleven; kentering in het maatschappelijk leven; mens en samenleving in overgangstijd; arbeid als scheppende functie, et cetera. De laatste, van 8 tot 10 juli 1939, had als thema geestelijke herbewapening.

Na de oorlog vonden deze links-liberale ondernemers, veelal lid van de Vrijzinnig Democratische Bond, en overtuigde SDAP’ers elkaar in de Partij van de Arbeid. In het kabinet Schermerhorn-Drees bevond zich een groot aantal ministers die op een of andere manier met Barchem verbonden waren.