Saddam wilde niet zwak lijken om Iran

De in 2003 afgezette en eind 2006 opgehangen Iraakse leider Saddam Hussein geloofde dat het buurland Iran een belangrijke bedreiging vormde voor Irak, en liet daarom naar buiten toe de indruk bestaan dat hij over massavernietigingswapens beschikte. Dat blijkt uit gisteren vrijgegeven documenten van de Amerikaanse FBI over Saddams verhoor na zijn gevangenneming in december 2003. Het gaat om samenvattingen van twintig formele verhoren en vijf „ongedwongen gesprekken” in 2004.

Saddam Hussein „was van mening dat Irak het zich niet kon permitteren om zwak over te komen bij zijn vijanden, speciaal Iran”, zo noteerde FBI-agent George Piro over een gesprek met Saddam in juni 2004. De VS en Groot-Brittannië rechtvaardigden hun invasie van Irak in maart 2003 onder andere met het argument dat Saddam over massavernietigingswapens beschikte. Dat bleek later niet het geval te zijn.

Volgens de documenten, die werden verkregen en gepubliceerd door het onafhankelijke National Security Archive, was Saddam zo bang voor de „fanatieke” Iraanse leiders dat hij bereid was geweest een veiligheidsakkoord met de VS te sluiten om zijn land te beschermen. Saddam startte in 1980 een lange oorlog tegen Iran. Dat land op zijn beurt beschouwde Saddam als een gevaarlijke bedreiging. (Reuters)

FBI-documenten op nsarchive.org