Obama laat Chávez geen glansrol spelen

Nieuwsanalyse

Obama’s reactie op de crisis in Honduras duidt er op dat de Verenigde Staten in Latijns-Amerika niet meer met twee maten meten.

Een meisje dat zakjes met drinkwater verkoopt, loopt langs politieagenten die in de Hondurese hoofdstad Tegucigalpa staan opgesteld bij het gebouw van het congres. Zondag vond in het land een coup plaats. (Foto AFP) A little girl selling water approaches a line of riot police on stand by near the Congress building in Tegucigalpa July 1, 2009. Honduran ousted President Manuel Zelaya said Wednesday he will return to his homeland over the weekend to reclaim the presidency. "My return to Honduras is scheduled for the weekend," he said in Panama City, without specifying a day. AFP PHOTO Orlando SIERRA AFP

Een president in Latijns-Amerika flirt met het socialisme en stelt zich kritisch op tegenover de Verenigde Staten. Hij werkt zichzelf binnenlands in grote politieke problemen en wordt bij een militaire coup het land uitgejaagd. Door militairen van een leger dat zeer afhankelijk is van Amerikaanse steun.

In een niet zo ver verleden zou Washington snel zijn goedkeuring hebben gegeven aan zo’n staatsgreep – als het deze niet al zelf georganiseerd had.

Zo niet na de militaire staatsgreep zondag in Honduras. Geconfronteerd met zijn eerste grote crisis in Latijns-Amerika, maakte de Amerikaanse president Barack Obama deze week duidelijk dat hij niet met twee maten wil meten als het om democratie gaat. In ieder geval niet in deze regio.

De felste anti-Amerikaanse leiders op het continent – president Hugo Chávez van Venezuela voorop – wezen meteen na de coup nog beschuldigend naar ‘het Yankee-imperium’. Maar Obama sloeg hen dit verwijt van inmenging snel uit handen. Hij veroordeelde de coup ondubbelzinnig en schaarde zich achter de verdreven president Manuel Zelaya. Obama stelde dat Zelaya, die zondag door militairen van zijn bed werd gelicht en het land uitgevlogen, onmiddellijk moest terugkeren als president.

„Obama trekt één lijn met Chávez en [Fidel] Castro”, kopte vervolgens het populaire rechtse weblog Drudge Report in de VS. Maar Obama steunde Zelaya niet vanwege een goede band met hem. Honduras was traditioneel wel een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten, die er een grote militaire basis hebben en het land veel steun geven. Zelaya echter nam de laatste maanden afstand van de VS en zocht toenadering tot Chávez.

Obama stelde in zijn reactie dat dit alles nog geen coup rechtvaardigde. „Het zou een afschuwelijk precedent scheppen als we terugkeren naar de tijd dat we militaire staatsgrepen zagen als een beter middel van politieke transitie dan democratische verkiezingen.”

Hij riep „alle spelers” op tot naleving van het Inter-Amerikaanse Democratisch Handvest. Onder dit verdrag verbonden alle landen op het Westelijk Halfrond zich in 2001 aan regels over goed en democratisch bestuur, waaronder ook het afzweren van coups.

Dat een Amerikaanse president zich zo opstelt is niet vanzelfsprekend. Een jaar na de inwerkingtreding van het Handvest steunde Obama’s voorganger Bush bijvoorbeeld nog enthousiast een kortstondige coup tegen Chávez. En twee jaar later orkestreerde de regering-Bush zelfs de verdrijving van president Aristide in Haïti.

Obama houdt zich tot nu toe verre van zulke inmenging. Een eerste signaal hiervoor gaf hij af bij de presidentsverkiezingen in El Salvador, afgelopen maart. Deze werden gewonnen door Mauricio Funes, de kandidaat van het FMLN, de voormalige linkse guerrillabeweging. Vorige Amerikaanse regeringen hielpen altijd de FMLN-kandidaat zwart te maken, maar de regering-Obama stelde zich terughoudend op. Vorige maand was minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zelfs aanwezig bij Funes’ inauguratie.

Een tweede signaal volgde begin juni. De hele regio drong er toen bij de VS op aan om Cuba na 47 jaar weer volwaardig lid van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) te maken. Obama ging uiteindelijk akkoord, maar onder voorwaarden: het socialistische regime in Havana moet de mensenrechten gaan respecteren en vrije verkiezingen houden, zoals vastgelegd in het Handvest.

Om geloofwaardig te blijven, kon Obama deze week bijna niet anders dan de coup in Honduras afkeuren. Het wijst er op dat de VS beginnen te erkennen dat een nieuwe realiteit in Latijns-Amerika is ontstaan.

Het continent stelt zich onafhankelijker op sinds de afgelopen jaren in veel landen linkse presidenten werden gekozen. In hun economisch beleid nemen deze leiders afstand van de liberaliseringsagenda die Washington het continent sinds de jaren ’80 oplegde. Bij het bepalen van hun buitenlandse politiek luisteren ze goed naar de onvrede onder latino’s over de inmenging van Washington in hun landen.

De linkse leiders zijn lang niet allemaal even radicaal in hun verzet tegen de VS. Maar hun nieuwe zelfbewustzijn leidt wel tot meer regionale integratie. Op zowel politiek, economisch als militair terrein worden samenwerkingsverbanden opgericht. De VS zijn daarbij niet meer uitgenodigd.

Tijdens een OAS-top in april in Trinidad stelde Obama zich nederig op en zei hij dat zijn land in het verleden te dominant was. Maar hij zei ook dat Latijns-Amerika „moet leren van de geschiedenis, maar er niet in gevangen kan blijven zitten”. Als ‘tegenprestatie’ beloofde hij dat het afgelopen zou zijn met „het Amerikaanse beleid van inmenging in andere landen”.

De militairen in Honduras, of hun politieke bondgenoten, rekenden er wellicht niet op dat Obama woord zou houden. Zij zijn na hun coup internationaal volledig geïsoleerd komen te staan. Bovendien gaven ze hun grote vijand Chávez – die zijn eigen land autoritair regeert – de kans een rol op te eisen als grote verdediger van de democratie. Door de coup niet te steunen is Obama er echter in geslaagd Chávez’ rol van zijn meeste glans te ontdoen.