Met Guusje en de Elite naar een beter land

Wilders blijft golven maken in het bad van de ‘oude politiek’, ook als zijn naam niet wordt genoemd. In Vrij Nederland van deze week zegt de minister van binnenlands bestuur:

De burger wantrouwt alles wat naar overheid riekt en gedraagt zich daarnaast agressief tegen de dienaren van die overheid. Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling. Het is slecht voor Nederland als er geen ontzag voor autoriteiten meer is.

Zij hoopt op een opstand van de elite. En zij wil dat er weer meer respect komt voor de vertegenwoordigende democratie én de mensen die het land besturen. Minder een verdenking op voorhand dat het zakkenvullers zijn.

Twee weken geleden zei Guusje Ter Horst in een toespraak ook al zoiets:

Politici worden vaak afgeschilderd als mensen die bezig zijn met hun eigen belang en met spelletjes, mensen die je niet kunt vertrouwen. Dat zijn ernstige verschijnselen die vervolgens ook de weg banen voor allerlei vormen van extremisme.

Wat er aan te doen? Verkleining en verbetering van de rijksdienst. Dat is niet genoeg. Zij geeft Tjeenk Willink (vice-president van de Raad van State) gelijk dat er een taaie tussenlaag van ambtenaren en deskundigen is ontstaan die ,,eigen vooronderstellingen hanteert bij de definiëring van maatschappelijke problemen, bij het vinden van oplossingen en bij het inschatten van effecten en neveneffecten”. Den Haag is een Broodje Beton.

Bos wees op de noodzaak van een elite met vormingsidealen voor de sociaal-democratie. Ho, schreef Agnes Kant. Zij ontzegde Bos en de PvdA het recht om het volk te vormen zónder het volk. Dat is waar de PvdA de mist in gaat, aldus de SP-leider.

Guusje ter Horst houdt het graag praktisch. In de Volkskrant-versie van haar recente toespraak zegt zij vandaag: ,,De politiek moet weer politiek worden”.

Politici moeten een politieke, sturende rol spelen en niet de rol van superambtenaar. Politieke discussies moeten op tijd plaatsvinden en gaan over hoofdzaken en niet over de uitvoeringsdetails. De politiek moet weer politiek worden. Het zal niet voorkómen dat er nog discussies over incidenten plaatsvinden, maar wel dat die alléén de toon zetten.

Even eerder bepleitte de minister meer samenwerking tussen ministers, meer de gemeentelijke mentaliteit op Rijksniveau.

Om samenwerking te bevorderen en het politieke initiatief te nemen, zouden ministers veel meer in collegiaal verband moeten samenwerken. Het gemeentelijke model, met een college van bestuur en ambtenaren die voor meerdere wethouders werken, kan als voorbeeld dienen. De individuele ministeriële verantwoordelijkheid vormt nu te vaak een hinderpaal voor die samenwerking: de ministers worden immers primair verantwoordelijk gehouden voor het eigen ministerie en hun ambtenaren gaan daarin mee.

Dus het opzij zetten van politieke verschillen. Maar eerst politieker worden en niet hoofdambtenaar willen spelen. Is dit pleidooi helemaal goed uitgedacht?

Alle reorganisaties zijn niet genoeg, concludeert Ter Horst kennelijk. Het is tijd dat de elite de stem verheft. Wie die elite is blijft voor discussie vatbaar. Elsbeth Etty gaf twee weken geleden een definitie, die haar de nodige bij- en tegenval van lezers opleverde. En ook van Wouter Bos, die zij had aangesproken op zijn omarming van populistische anti-Europa-sentimenten.

Minister ter Horst had ook een verrassing in petto voor een vice-premier: ministers die voor een programma zorgen zonder een eigen ministerie zijn eigenlijk niet nodig. Wie is de bekendste programmaminister? Jeugdminister Rouvoet. Die was dan ook niet blij.