Limburgse eigenheid zoekt extra status

Het Oud Limburgs Schuttersfeest dingt naar een Unesco-status. Krijgen zandtekenaars uit Vanuatu en Turkse derwisjdansers gezelschap van schutters uit de twee Limburgen?

Een 'koningspaar' op het schuttersfeest voor kinderen, het kinder-OLS, afgelopen weekeinde in Neer. Het 'grote' evenement is aanstaande zaterdag en zondag. (Foto Chris Keulen) Netherlands, Neer, 25.06.2009 Kinjer OLS, Oud Limburgs Schuttersfeest voor kinderen. Koningspaar met koningin en koning foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Wie het Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS) wint, heeft de lusten én de lasten. De zege van een schutterij straalt af op het hele dorp. Dat weet ook dat een helse klus wacht: de organisatie van de editie van het komende jaar. Het Nederlands-Limburgse Neer won in 2008 en ontvangt komend weekeinde.

Tijdens het OLS proberen schutterijen uit Nederlands en Belgisch Limburg bolletjes van schietbomen af te schieten. Wie het langst geen fouten maakt, gaat met de hoogste eer strijken. Een beslissing kost meestal twee weekeinden. Ook met exerceren en de optocht in historische dracht zijn prijzen te halen, tot in wonderlijke categorieën als ‘beste bordjesdrager’. Bovenal is het OLS uitgegroeid tot een grootschalige viering van de Limburgse eigenheid, waarbij het bier rijkelijk vloeit.

Jos Michels weet wat een OLS organiseren betekent. Hij was burgemeester van het Belgische Bocholt toen een schutterij uit die plaats ‘De Ouwe Limburger’ won. In Bocholt won een jaar later de schutterij uit Kaulille, een dorp in dezelfde gemeente. Michels, als jongen nog tamboer, werd zo weer de schutterswereld ingezogen. Tegenwoordig is hij voorzitter van de Oud-Limburgsche Schuttersfederatie. Thuis staan de foto’s waarop hij in vol ornaat koningin Beatrix en de Belgische kroonprins Filip rondleidt over het feestterrein.

Vorig jaar kwam de Vlaamse minister Bert Anciaux met het plan het OLS voor te dragen voor de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Die wordt opgesteld door Unesco, de VN-organisatie voor cultuur. Op die lijst zouden de schutters in het gezelschap komen van Turkse derwisjdansers, Japanse kabuki-acteurs en zandtekenaars uit Vanuatu. „Toen zijn wij navraag gaan doen”, zegt Michels. „Financieel betekent het niks, maar het is een hele eer. Het zou de erkenning van een mooie traditie zijn.”

Anciaux heeft het OLS al op een Vlaamse lijst voor immaterieel erfgoed gezet, maar wacht voor een aanvraag bij Unesco op witte rook uit Den Haag. Een dossier van twee landen samen maakt volgens hem meer kans.

Een woordvoerder van minister Ronald Plasterk (Cultuur, PvdA) laat weten dat de bewindsman de Tweede Kamer na het zomerreces zal informeren over het al dan niet ondertekenen van de Unesco-conventie. De Belgen vangen signalen op dat het ‘ja’ gaat worden.

Dat is ook de verwachting van Vincent Wintermans, medewerker van de nationale Unesco-commissie in Den Haag. „Nederland heeft een traditie om bij het ondertekenen van dit soort conventies de kat uit de boom te kijken. Aan de lijst voor materieel erfgoed deed Nederland pas na twintig jaar mee. Maar inmiddels is het enthousiasme groot, zie de erkenning van de Waddenzee vorige week. Met het ondertekenen van de conventie voor immaterieel erfgoed zou Nederland nu een stuk sneller zijn.”

Na ratificering is de meest waarschijnlijke gang van zaken dat Plasterk een groslijst met kandidaten laat maken en daar dan een of meer tradities van voordraagt. Tussen indienen van een aanvraag bij de Unesco en een beslissing daarover zit doorgaans een jaar.

Het OLS grijpt terug op het schutterijwezen uit de zestiende en zeventiende eeuw: gezelschappen van weerbare mannen die in hun woonplaats stonden voor de kerkelijke en de wereldlijke macht. De eerste wedstrijden dateren uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Schieten vormde de hoofdmoot. Nevenactiviteiten waren bijvoorbeeld koekhappen en zaklopen. Pas later ontstonden de exercities en andere aan schutterij gerelateerde nevenwedstrijden. De uniformen raakten eind negentiende eeuw in zwang. In 1906 was voor het eerst sprake van een Groot Internationaal Oud-Limburgsch Schuttersfeest. Daarna werd de traditie aangekleed met onder meer drumkorpsen, mannen met bijlen en baarden die de schutters voorafgaan, marketensters als verzorgsters en een kinder-OLS.

„Authenticiteit is geen criterium voor een erfgoedlijst”, vindt Gerard Rooijakkers, hoogleraar in de Nederlandse etnologie aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker op het Meertens Instituut. „Vroeger was ik ook gespitst op authenticiteit. Maar het gaat om het proces dat een traditie doorloopt: steeds zijn dezelfde fasen van folklorisering te zien. Aan het einde van de rit gaat het minder om de traditie zelf en meer over de opvoering voor een toegestroomd publiek.”

Het OLS verdient zeker een plaatsje op de werelderfgoedlijst, vindt Rooijakkers. „Maar uiteindelijk is die hele lijst natuurlijk gewoon onzin. Een erkenning door de Unesco verschaft extra status. Mensen denken dat de traditie wordt ingelijst en door de status voor eeuwig onveranderlijk blijft. Maar de ironie wil nu juist dat de traditie door de plek op de erfgoedlijst en alle aandacht die dat trekt, heel erg zal veranderen.”

De lijst van immaterieel erfgoed: via nrc.nl/binnenland