Kritiek gaat verder dan mislukte campagne

Een werkgroep binnen de PvdA onderzocht de nederlaag van de partij bij de Europese verkiezingen. De harde conclusies strekken veel verder.

Sharon Dijksma beantwoordt vragen na aanbieding van haar rapport aan PvdA-voorzitter Ploumen op het partijbureau in Amsterdam. (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer) Sharon Dijksma beantwoordt vragen van de pers na het aanbieden van het rapport over het functioneren van de partij aan Liliane Ploumen op het partijbureau in Amsterdam Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 2-7-2009 Boyer, Maurice

In stilte wonden likken is niets voor de PvdA. Sinds toenmalig partijvoorzitter Marianne Sint bijna twintig jaar geleden opriep „de wijken in te gaan”, kan openlijke zelfkastijding worden gerekend tot één van de opvallend consistente onderdelen van de partijcultuur.

Nu is er dan een brief aan de leden, geen rapport. Afzender: een werkgroep onder leiding van staatssecretaris Sharon Dijksma. Het partijbestuur stelde de groep aan om een evaluatie te maken van de campagne voor de Europese verkiezingen.

De brief doet wat voorgaande evaluatierapporten van de PvdA ook deden. Hard oordelen over de campagne. Aan van alles was gebrek. Overtuiging, geld, een duidelijke boodschap. Extra pijnlijk is dat de werkgroep constateert dat er weinig is gedaan met eerdere aanbevelingen na verkiezingsnederlagen, zoals het beruchte rapport De scherven opgeveegd van Ruud Vreeman.

De Werkgroep-Dijksma komt ook met een nieuwe aanbeveling: om het draagvlak voor de lijsttrekker te vergroten, stelt de werkgroep voor primaries onder PvdA-kiezers te houden. Niet alleen leden, maar ook potentiële kiezers moeten zich kunnen uitspreken over een lijststrekker, nog voordat een verkiezingsprogramma is opgesteld. Deze nieuwe vorm van kiezersinspraak kwalificeert de werkgroep als „een opdracht aan het partijbestuur”.

Maar de brief biedt meer dan een evaluatie van de campagne. Hoewel daarin alles fout ging wat fout kon gaan, zijn de problemen van de partij volgens de werkgroep fundamenteler.

Die opvatting leeft breed in de partij, zo bleek uit de artikelen die partijprominenten publiceerden sinds de dramatisch verlopen verkiezingen. Telkens wordt de vraag gesteld: waartoe bestaat de Partij van de Arbeid nog? En belangrijkste subvraag: is de partij in staat om ook burgers van vandaag te binden en te mobiliseren met het klassieke verheffingsideaal?

Dijksma cum suis menen van wel. Dat verheffingsideaal is volgens hen zelfs „actueler dan ooit”. Maar de werkgroep heeft geen goed woord over voor de manier waarop PvdA-politici en -bestuurders dat ideaal in de praktijk proberen te brengen. Zonder overtuiging. Zonder daadkracht. Onzichtbaar en zonder begrip voor de burger.

Weggelopen PvdA-kiezers krijgen van de werkgroep in talrijke opzichten gelijk. Zij kunnen met hun gerechtvaardigde klachten over de overheid niet terecht bij de PvdA, die al te vaak en nadrukkelijk de overheid verdedigt. De brief vraagt van de partij „weer dienstbaarheid aan de mensen, niet aan de overheid.” PvdA’ers moeten zich minder overleveren aan „de zuigkracht van de bestuurderscultuur”. En voor „gegraai” bestaat in de partij al helemaal geen ruimte. Wie met een baan in het openbaar bestuur meer wil verdienen dan Balkenende, zoekt maar een andere partij.

De kritiek uit de brief gaat ver voorbij de gebruikelijke mikpunten, het campagneteam, de lijsttrekker, eventueel de voorzitter. Ze is gericht op de gehele partijtop, al noemt de brief de partijleider nergens bij naam. „Wouter Bos voelt zich door deze brief aangesproken”, zei Dijksma vanmorgen bij de presentatie in Amsterdam.

Bos zelf reageerde vanmorgen via zijn weblog. Daarin heeft hij het expliciet over de „kritiek op de campagne en de campagneleiding”. Maar hij reageert nauwelijks op de fundamentele kritiek op de partij. Wel ziet hij een „opbeurende boodschap” in de brief: „Het moet maar eens afgelopen zijn met de sociaal-democratische gewoonte dat we onze successen niet kunnen verkopen.” Dat lijkt tegelijk de paradox van deze brief, en van de vele rapporten die de partij liet opstellen in reactie op grote verkiezingsnederlagen. Hoe roep je op tot zelfvertrouwen in een brief die het laatste restje trots op de partij onderuithaalt?

Het cynisme van de burger doorbreken door een zichtbare en „radicale bestuurstijl”, dat is de opdracht die de brief aan PvdA-politici stelt. Maar hij werpt óók een vraag op: is het cynisme van de eigen PvdA-politici over nieuwe voornemers nog wel te breken?

Al voor verschijning van het rapport klaagde het actieve partijlid Arie de Jong, die zelf al eens in een evaluatiegroep van de partij zat, over weer een rapport of brief. „Jezelf in het openbaar de les lezen, dat haalt nooit iets uit.”

Typerend is de reactie van Paul Tang, Kamerlid voor de PvdA, na verschijning van de brief. Hij twittert: „Gut ja, het rapport Dijksma. Dat was ik vergeten. Mag ik het nu weer vergeten? Gewoon doen.”

Lees de brief van Dijksmaop nrc.nl/binnenland