Kamer bepleit vrijheid corporaties

De Kamer wil dat woningcorporaties ook voor middeninkomens blijven bouwen. Maar de minister waarschuwde de Kamerleden „die een grote mond opzetten”.

De Europese Commissie moet accepteren dat Nederlandse woningbouwcorporaties met staatssteun niet alleen de laagste inkomens bedienen. Om segregatie te bestrijden en burgers te helpen die niet op de vrije woningmarkt terecht kunnen, moeten ook de middeninkomens in aanmerking blijven komen voor een corporatiewoning. Met deze boodschap, verpakt in een motie, stuurt een Kamermeerderheid van CDA, PvdA, SP en GroenLinks minister Eberhard van der Laan (Wonen, PvdA) vandaag terug naar het dagelijks bestuur van de EU in Brussel.

Dat bleek gisteren tijdens het afsluitende Kamerdebat over een nieuwe rolverdeling tussen de overheid en woningbouwcorporaties. Van der Laan ontvouwde onlangs zijn visie op het nieuwe corporatiestelsel. Dat is er vooral op gericht de vrijheid in te binden die de woningbouwcorporaties in de jaren negentig kregen. Aanleiding was een stroom berichten over zelfverrijking door topbestuurders en mislukte vastgoedprojecten.

De minister wil tegelijk een einde maken aan een langlopend conflict met Brussel. In 2005 zorgde eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) voor ophef door onder andere verkoop te eisen van een deel van de woningen in de sociale sector, waarvan er veel worden verhuurd aan de middeninkomens. Dit om een einde te maken aan vermeende oneerlijke concurrentie van corporaties met commerciële verhuurders. De staatssteun die woningbouwcorporaties ontvangen bestaat vooral uit een achtervangpositie door de overheid, waardoor corporaties goedkoper leningen kunnen krijgen.

In 2007 dacht de Nederlandse regering de zaak te hebben geregeld. Aan het nieuwe Europese Verdrag van Lissabon werd een protocol toegevoegd dat woningcorporaties zou vrijwaren van Europese marktregels. Dit protocol over ‘diensten van algemeen belang’ werd door premier Balkenende geroemd als een van de belangrijkste Nederlandse onderhandelingsresultaten. Later bleek dat het volgens de Europese Commissie slechts ging om een samenvatting van wat het Europees Gerechtshof eerder over publieke voorzieningen had beslist. Daarom zou het niet gaan om een inperking van de Europese bevoegdheden.

Dat ‘Brussel’ het bij het rechte eind had, bleek gisteren. Minister Van der Laan waarschuwde Kamerleden „die een grote mond opzetten” richting ‘Europa’. „Als we niet tot een akkoord komen, zal de Europese Commissie een oordeel moeten vellen over de rechtmatigheid van de staatssteun. Dan dreigt een lange periode van rechtsonzekerheid. ”

Volgens Van der Laan bestaat in dat geval ook het risico dat commerciële partijen via een zaak bij het Europees Hof van Justitie alsnog een vergaande liberalisering van de Nederlandse woningmarkt afdwingen. „Kijk maar in de jurisprudentie wat het Europees Hof kan doen en ook al heeft gedaan in andere landen.” Om die reden zei ook PvdA-Kamerlid Staf Depla gebrand te zijn op overeenstemming met Brussel.

Van der Laan zegt dat hij een akkoord nastreeft dat woningbouwcorporaties verplicht 80 procent van de vrijkomende woningen tot de huurtoeslaggrens van 648 euro toe te wijzen aan huishoudens met een inkomen tot 28.400 euro. Als corporaties meer dan 20 procent aan hogere inkomens willen toewijzen, mogen die woningen niet met staatssteun zijn gebouwd. Corporaties en huurdersorganisaties reageren geschokt. Volgens hen dreigen de lagere middeninkomens de dupe te worden. Zij zouden veelal geen toegang meer krijgen tot een corporatiewoning, maar te weinig inkomen hebben voor de vrije markt. Bovendien zouden zwakke buurten nog zwakker worden zonder de middeninkomens.

Volgens Van der Laan wordt nu al 73 procent van de woningen van woningbouwcorporaties toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 28.400 euro en gaat het dus slechts om een kleine verschuiving. Huurdersorganisatie De Woonbond bestrijdt dit. Volgens directeur Ronald Paping wordt ongeveer 40 procent van de corporatiewoningen bewoond door de lagere middeninkomens. Van der Laan beloofde een nadere uitwerking van de cijfers te geven.

Ook zei hij zonder instemming van de Kamer geen akkoord te zullen sluiten. Na de zomer hoopt hij een overeenkomst aan de Kamer voor te leggen. PvdA-Kamerlid Depla zegt te kunnen leven met een algemene verplichting van 80 procent toewijzing aan de laagste inkomens, als daar soms vanaf geweken kan worden. „In Oost-Groningen kun je je met een laag middeninkomen redden op de vrije markt, maar in Amsterdam niet.”