Heerlijk, die wilde smaak

De mensen, en zeker de mensen van de groenten en het fruit, zijn heel slim. Ze verzinnen telkens iets nieuws. Probeer je eens een groenteboer in te denken zoals je die 20 jaar geleden had. Een gewone dan, want ook toen waren er al groentejuweliers met druiven in januari, uit Zuid-Afrika, waar we toen echt schande van spraken want die druiven waren natuurlijk ook apartheidsaanhangers. Het waren de jaren ‘80 hè.

Maar goed, de gewone groenteboer had heus al wel aubergines (ik herinner me een reclame: „Wat doet die paarse jongen in Hollands groententuin?”) en courgettes misschien ook wel. Maar zeker geen raket, basilicumplantjes, trostomaten, munt, koriander, romaine salade, gele courgettes, courgettebloemen, puntpaprika’s, groene asperges, mini maïskolfjes, papaja’s, eikenbladsla, radicchio, roseval aardappelen, zeekraal of, wat ik gisteren kocht, ‘wilde perziken’.

Misschien kun je aan de groentekramen en uitstallingen nog wel het beste zien hoe anders we zijn gaan eten. Toegegeven, er liggen ook vissen op de marktkramen die je in de jaren tachtig niet zag (tonijn!) en de consumptie van ansjovis uit blik zal ook wel enorm toegenomen zijn – oh ja, in de blikjes- en conservensfeer kun je ook héél veel verandering zien. Ook in de verpakkingen trouwens – maar dat is een ander onderwerp.

Ik hou vol: groenten, en de manier waarop ermee wordt omgesprongen, maken een recept vaak van zijn eigen tijd.

Soms zie je iemand in een kookboek of een kooktijdschrift een gerecht moderniseren. Vaak komt dat neer op de groenten wat anders behandelen. Gemoderniseerde Griekse salade bevat dan ineens gegrilde ui, of uienmarmelade (groentemarmelades brengen een gerecht meteen naar nu) of heel veel verse kruiden. Er was een tijd, ook al weer lang geleden, dat alle groenten bij voorkeur tot een soort puddingen moesten worden verwerkt, nu moeten alle groenten worden gegrild willen ze een beetje mee kunnen komen.

Maar goed, ik had dus die ‘wilde perziken’. ‘Wild’ is uiteraard flauwekul, er is niets wilds aan, ze zijn gewoon platter dan de gangbare en hebben een wat andere smaak. Méér smaak, denk je meteen door dat woord ‘wild’ en door dat iets onooglijker uiterlijk. Net zoals de tot gisteren verboden kromme komkommers juist door hun merkwaardige vorm lijken te beloven dat ze echter zijn, wilder, authentieker en smaakvoller.

Ja, zo werkt dat. Mundus vult decipi. De wereld wil bedrogen worden. Ging zielsgelukkig met mijn wilde perziken en smaakverwachtingen naar huis en werd precies zo bedrogen als ik wilde: heerlijk, die ongetemde smaak.

Ze zijn, net als ‘normale’ perziken trouwens, behalve gewoon puur, ook heel lekker in een wijnstroopje met yoghurtijs erbij.

Roer de suiker door de Griekse yoghurt en zet die in een plasticbakje in de vriezer. Haal hem er elke drie kwartier uit en zet er de mixer in of roer krachtig om met een vork, om ijskristallen te voorkomen. Herhaal dat een keer of vier. (In de ijsmachine kan natuurlijk ook.)

Snijd de perziken in vieren. Doe de muskaatwijn, water en honing in een pannetje en kook al roerend tot de honing is opgelost.

Zet laag en pocheer de perziken daar een paar minuten in. Haal ze eruit en kook de siroop in tot een derde. Laat afkoelen en giet over de perziken.