Geloven zonder liedboek en strikte dogma's

De Emerging Church bestaat uit christenen die de kerk hebben verlaten.

Onlangs verscheen een boek over deze ‘postchristelijke’ gemeenschappen.

Verhalen uit de Bijbel zijn in Legosteentjes uitgevoerd en als stripverhalen te bekijken op internet: (www.thebricktestament.com.)

Stel: je wordt christelijk opgevoed in een dorp op de biblebelt. Je gaat elke zondag naar de kerk, leert je bijbellesjes en bent actief in de jeugdgroep. Dan word je 18, verlaat je het dorp van je ouders en kom je terecht in de grote stad. Je maakt vrienden die je anders nooit zou ontmoeten en ontdekt problemen die in het dorp van je ouders nog ver weg waren.

Toen je jong was, wist je het zeker: ik blijf mijn hele leven geloven. Maar terwijl je volwassen wordt, merk je dat de kerk nooit écht je thuis zal worden. De kloof tussen de wereld van de kerk en de wereld waarin jij je leven leidt, is te groot geworden.

Verhalen als deze staan niet op zichzelf. Wekelijks verlaten 1.200 mensen de protestantse kerk en terwijl in 1958 nog 3 op de 4 Nederlanders lid van een kerk waren, geldt dat nu nog voor 1 op de 3 Nederlanders.

Terwijl vele teleurgestelde afhakers de kerk voor altijd vaarwel zeggen, zijn er ook kerkverlaters die hun kerkelijk verleden hebben verwerkt en de kerk opnieuw willen uitvinden. In blogs, podcasts, boeken en op retraites zoekt deze groep naar antwoorden op de vraag of „Jezus volgen en kerk zijn niet veel meer inhoudt dan alles wat we nu met elkaar doen?”

Het wereldwijde gesprek over deze vraag is, sinds ruim tien jaar, ‘Emerging Church’ gaan heten. En het is niet bij boeken en blogs gebleven. In Nederland zagen de eerste ‘emerging churches’ de afgelopen jaren het licht, terwijl in de Angelsaksische wereld en elders in Europa al langer geëxperimenteerd wordt met nieuwe vormen van kerk zijn.

Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo schreven er een boek over: Ploeteren en Pionieren. Van Loo, in het dagelijks leven werkzaam op een ministerie: „Wie in Nederland aan het christendom denkt, komt al gauw terecht bij kritiek op de evolutietheorie en allerlei strikte seksuele gedragscodes. Wie aan de kerk denkt, zal denken aan stijve diensten in harde banken en monologen die weinig met jouw leven te maken hebben.”

Vellekoop, overdag werkzaam bij Youth for Christ, vult aan: „De Emerging Church wil veel van de ballast uit de christelijke subcultuur overboord gooien en op zoek gaan naar authentiek christendom. Een kerk zonder het bonuspakket van al te strikte dogma’s, burgerlijkheid en het liedboek uit 1700.”

Vragen naar een definitie van de Emerging Church is onbegonnen werk, zegt Vellekoop. „Diversiteit is één van de kenmerken van de Emerging Church. Het gaat er in elk geval om ‘als Jezus’ te zijn in de omgeving waarin je leeft, met al de passies en talenten die je in huis hebt. Dat bepaalt voor een groot deel wat je met elkaar doet.” Voor de één betekent dat een retraitehuis op het platteland. Voor een ander is dat een ‘Thugz Church’ voor jongeren uit het Rotterdamse straatleven.

Het boek gebruikt vijf van zulke projecten als voorbeeld. Oase in Soest is er één van. Deze gemeenschap werd opgezet door Johan en Marlies ter Beek. Twee dertigers die, nadat hun weg in de bestaande kerk doodliep, met wat andere kerkverlaters opnieuw begonnen zijn.

„We zijn inmiddels een groep van zo’n dertig personen”, zegt Johan ter Beek. „We noemen onszelf Nomaden, die elkaar in de Oase tegenkomen. Iedereen is actief bij onze samenkomsten betrokken. We nemen allemaal wat te eten mee, van sushi tot sinaasappels, en gaan na de maaltijd in verschillende hoekjes van de kapel met een thema aan de slag.

„Dat kan betekenen dat je een kunstwerk maakt, een gitaar oppakt of een clip bekijkt. Vervolgens gaan we in groepjes met elkaar in gesprek over het thema en zingen we wat. Soms is dat een opnieuw bewerkte psalm, maar we zingen ook wel eens een nummer van U2, of Johnny Cash, of oude negro spirituals.”

De marginale positie die het christendom tegenwoordig inneemt, wordt door veel Emerging Churches niet als een probleem gezien, zegt Van Loo: „Zo is het christendom ook begonnen: als een kleine, dynamische beweging. Juist als gemeenschap in de marge hebben we veel bij te dragen. Terwijl de samenleving steeds verder verbrokkelt en grote problemen als de opwarming van het klimaat of schrijnende armoede steeds actueler worden, hebben wij als volgelingen van Jezus zowel de shit als de hoop voor ogen.”

De geschiedenis heeft bewezen dat mensen zichzelf niet aan de eigen haren uit het moeras kunnen trekken, meent Van Loo. „Maar we geloven wel dat we samen kleine daden van hoop kunnen laten zien, zoals door het voeden en kleden van de armen die door onze straten scharrelen, of door feestelijke acties voor een eerlijker wereldhandel. Emerging Churches willen naast mensen staan, helpen bij problemen waar zij tegenaan lopen. Of dat nu op kleine of grote schaal is en of iemand nu kunstenaar, dakloze of advocaat is.”

Je kunt je afvragen of de Emerging Church niet een soort paard van Troje is. Een gehaaide evangelisatietruc, om mensen met hippe geloofsvormen alsnog de kerk in te loodsen. De beide auteurs willen dit beeld ontkrachten.

Vellekoop: „We ontmoeten elkaar en anderen, omdat we samen verlangen naar liefde en rechtvaardigheid. De christelijke traditie staat daarbij nog steeds centraal. Maar: zonder oogkleppen voor de wereld om ons heen en zonder de machtsspelletjes en de manipulatie die je bij sommige kerken tegenkomt. Dat staat haaks op old school zieltjes winnen.”

„Het gaat in Emerging Churches veel over Jezus”, vervolgt hij, „maar we leren evengoed van Naomi Klein, Desmond Tutu of Gandhi. Net zoals zij iets van Jezus kunnen leren.” Maar waarom sluit je jezelf dan niet aan bij een politieke partij of bij een buurthuis? Van Loo: „We geloven dat het helpt om Jezus het midden van je leven te laten zijn. Omdat hij je inspireert en een appèl op je doet, maar je ook vergeeft en tegemoetkomt als daar te weinig van terechtkomt. Jezus volgen betekent het volle leven omarmen: zowel verdriet als het feest. Zowel de pijn als het geluk. Het levert niet per se een ticket naar de hemel of een langdurige geluksroes op. Het blijft ploeteren. Maar de oriëntatie op Jezus helpt wel om bij de grote of de kleine keuzes in het leven van alledag stukje bij beetje het goede leven te vinden.”

De verhalen van de vijf pioniers die de rode draad van het boek vormen, zijn geen succesverhalen. De meeste gemeenschappen zijn nog klein en draaien met weinig middelen. „Ons clubje kan zomaar doodbloeden”, zegt Johan ter Beek, in het boek de Nomade uit Soest.

Zijn vrouw Marlies vult aan: „Daar zal ik niet om treuren. Stiekem willen we dat dingen altijd blijven bestaan, maar zo werkt het tegenwoordig vaak niet meer. Misschien doen we over vijf jaar wel iets heel anders. Al zal het altijd wel met het volgen van Jezus te maken hebben.”

Op www.ploeterenenpionieren.nl lees je meer over de projecten van de vijf pioniers uit het boek.