Flamboyante renner die direct succes wilde

Vriend en vijand noemen Thomas Dekker een van de grootste wielertalenten. Maar ook hij verdrinkt na een positieve dopingtest in de ‘haaienvijver’ van het profwielrennen.

Thomas Dekker voorlopig voor het laatst in actie. Tijdens het NK, afgelopen zondag in Landgraaf, wordt hij door een arts behandeld. Even later zal hij ziek afstappen. (Foto Cor Vos) Landgraaf - PinkPop terrein Megaland - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - NK - Nationaal kampioenschap op de weg voor Elite - Thomas Dekker op boezoek bij dokter Jos Benders van Service Medical - foto Cor Vos ©2009 Vos, Cor

Op meer dan een half uur van de winnaar was Thomas Dekker gefinisht in de eerste etappe van de Ronde van Zwitserland, eind juni 2008. Hoe was het mogelijk; hij gold op dat moment toch als Nederlands hoop voor de Tour? „Ik kan niets zeggen”, ontweek hij de vraag, een paar uur later in het hotel van de Raboploeg in Sumiswald. „Er is zoveel gezeik”, begon hij even later toch, met de blik gericht op zijn leeftijdgenoten Sneijder, Van Persie en Van der Vaart, die op het tv-scherm voor uitzinnige Oranjefans schitterden tijdens het EK voetbal in Zwitserland. „Heb ik toch de verkeerde sport gekozen.”

Gisteren werd bekend dat Dekker (24) bij een dopingcontrole aan de vooravond van Kerst 2007, toen het wielerseizoen stil lag, is betrapt op het gebruik van het voor sporters verboden eiwithormoon epo. Zijn ploeg Silence-Lotto trok Dekker direct terug als deelnemer aan de Tour, die zaterdag start. De internationale wielerunie UCI wil een schorsing van twee jaar. Dekker blijft verbaasd achter in zijn Italiaanse woonplaats Lucca.

Vorig jaar in Zwitserland draaide de flamboyante renner er al niet omheen. Dat voorjaar was hij doorgebroken in de klassiekers, maar tussen hem en de Raboploeg kwam het nooit meer goed. Hij zou fysiek ongemak voorwenden omdat hij niet mocht starten in de Tour. Geen respect had hij voor de beslissing van de nieuwe directeur Harold Knebel, als oud-bankier een relatieve buitenstaander. Wat erger was: hij voelde zich verraden door de mensen die hij vertrouwde, zoals ploegleider Erik Dekker. Waarom wilde hij dat niet vertellen in een interview? „Misschien vertellen zij dan wel iets over mij.”

In den beginne was er een groot talent. Achter de brommer van vader Bart over de Noord-Hollandse wegen, samen met vriend Bas Giling naar de koers. Mooie erelijst als junior, internationale topper bij de beloften. „Het grootste talent dat ik ooit heb gezien”, zegt Adrie van Diemen, toen trainer van de Rabo-jeugd.

Eind 2005 stapte Dekker over naar de profploeg van Rabo. Jonge talenten hadden in die tijd, veel meer dan nu, de grootste moeite om zich staande te houden bij de profs, „de haaienvijver”, zoals toenmalig directeur Theo de Rooij ooit omschreef. Sinds de jaren negentig was er een praktijk gegroeid van epogebruik. Eerst gecontroleerd door de ploegen, later door renners op eigen houtje. Routiniers vonden hun weg, de meeste jongeren wachtten jaren op een doorbraak, als die al kwam. Dekker wachtte niet: hij koos er voor om al het nodige te doen om direct in de top mee te kunnen draaien. Wat Sven Kramer kon als schaatser of Theo Bos als baanrenner kon hij ook, vertelde hij in zijn ouderlijk huis in Dirkshorn. Vader, moeder en zus keken trots toe, plakboeken in de hand.

Dekker vond zijn weg, al moest hij ervoor verhuizen naar Toscane. Hij werkte met de omstreden trainer en arts Luigi Cecchini, die eerder toppers als Bjarne Riis, Jan Ullrich en Ivan Basso begeleidde. Opnieuw een veilige omgeving, zoals hij die eerder had bij de in 2004 overleden bondscoach Gerrie Knetemann. La dolce vita, het leven van een ster, met Porsche en al. Maar wel een ster met volop zweetdruppels op de Monte Serra, zijn vaste trainingsberg. „Hij scoort de beste klimtijden van allemaal”, zegt Cecchini.

Er kwamen successen, zoals de eindzege in de prestigieuze rittenkoers Tirreno-Adriatico. En verwachtingen. Kon hij ooit de Tour winnen? En zoals bij alle wielertoppers waren er geruchten. Waarom ging hij in 2006 niet mee naar de Tour, een maand nadat in Spanje het bloeddopingschandaal Operacion Puerto was blootgelegd? Pat McQuaid, voorzitter van de UCI, verbood hem om nog langer met Cecchini te werken, tot woede van Dekker. „Als ik win, roep ik ‘Grazie Ceccho’!”

In 2007 trok hij steeds intensiever op met routinier Michael Boogerd. Opnieuw een veilige omgeving. En succes: winst in de Ronde van Romandië, hoofdrol in de Tour, in dienst van geletruidrager Michael Rasmussen. Tot de Deense kopman aan het einde van de Tour door zijn eigen sponsor uit de wedstrijd werd gehaald omdat hij had gelogen over zijn verblijfplaats in de voorbereiding.

Directeur De Rooij vertrok, Boogerd stopte. De Raboploeg stapte over op een streng intern controlesysteem. Dekker was zijn veilige omgeving kwijt, toen op 24 december 2007 de dopingcontroleurs voor de deur stonden.

Toch reed hij een goed voorjaar 2008, met topklasseringen in grote klassiekers. Vreemd was dat hij op de slotdag van de Ronde van Romandië plotseling afstapte, met een topklassering in handen. Twee maanden later bleek een breuk met zijn ploeg onafwendbaar.

Maar dan het eindspel. Vlak voor de Tour 2008 vertelde de inmiddels twee jaar geschorste Rasmussen aan deze krant dat Dekker voorkwam op een lijst van 23 renners die verdachte bloedwaarden hadden in hun biologisch paspoort, het nieuwste controlemiddel van de UCI. De Raboploegleiding ontkende bij hoog en bij laag, net als de UCI. Toch meldde de Volkskrant na de Tour ‘verdachte bloedwaarden’ bij Dekker. De renner ging daar tegenin door zijn bloedwaarden openbaar te maken. „Niets aan de hand”, concludeerde hij. Wat de UCI bevestigde.

Dekker vertrok naar het Belgische Silence-Lotto. „Geweldige vent”, zei sponsor Marc Coucke vorig jaar lovend in deze krant. Gisteren liet hij zijn renner vallen. Misschien overdreef Dekker dit jaar zijn luxueuze levensstijl, als overdreven reactie op kritische volgers. Grote resultaten bleven uit, het leek soms of hij met een molensteen om de nek fietste. De UCI hield hem klaarblijkelijk goed in de gaten en zag in de bloedwaarden in zijn biologisch paspoort, dat sinds 2008 van 840 toprenners wordt bijgehouden, aanleiding om een urinemonster uit 2007 uit de koelkast te halen.

Dekker presteerde pas onlangs weer goed: derde in de slottijdrit van de Ronde van Zwitserland. Hij sprak onderweg lang met topper Fränk Schleck, kreeg een schouderklopje van de Duitse routinier Andreas Klöden. Zijn prominente positie in de hiërarchie van het peloton leek terug. Om vlak voor vertrek naar de Tour te horen dat zijn ploeg hem terugtrekt wegens epogebruik. En als zoveel ‘zondaars’ voor hem te ervaren dat hij al voor het voltooien van de correcte procedure (contra-expertise) is gebrandmerkt door zijn eigen ploegleiding en de wielerbestuurders, die hem geen veilige omgeving konden bieden om te excelleren.