Fijngevoelig én brutaal

Afgunst was een belangrijk thema in de kinderboeken van Veronica Hazelhoff. Onderhuidse emoties werden voelbaar in ‘scheve dialogen’.

Veronica Hazelhoff in 1997. (Foto Freddy Rikken) Veronica Hazelhoff (1947-2009), kinderboekenschrijfster Rikken, Freddy

De kinderboekenschrijfster Veronica Hazelhoff, die gisterochtend op 62-jarige leeftijd overleed in een Utrechts ziekenhuis, noemde haar oeuvre een lappendeken.

Sinds ze in 1981 debuteerde met het jolige, tegendraadse Nou moe!, publiceerde ze twintig jaar lang bijna elk jaar een kinder- of jeugdboek. Zo groeide de lappendeken die, zoals ze zelf zei, bepaald niet de lappendeken was van een „degelijke mevrouw in een strokenrok”.

Hazelhoffs oeuvre is levendig en eigenzinnig, fijngevoelig en brutaal tegelijk. Ze creëerde een divers stemmenkoor aan personages, maar opvallend is altijd de directheid van haar stijl gebleven. Grote woorden, uitweidingen en wolligheid bleven haar werk vreemd.

Ondanks de zwaarte van de onderwerpen waaraan ze zich soms zette en de precisie waarmee ze formuleerde, bleven haar boeken altijd licht, haast vrolijk van toon. Dat geldt zelfs voor haar laatste boek, het met een Zilveren Griffel bekroonde Bezoek van Mister P (2006), waarin de hoofdpersoon lijdt aan reuma (en aan zijn bezorgde moeder). Het was voor het eerst dat Hazelhoff schreef over de ziekte waardoor zij zelf gekweld werd.

Hazelhoff werd op 22 februari 1947 geboren in Groenekan, waar ze haar leven lang is blijven wonen. Ze groeide op in een huis vol boeken.

Op haar achtste won ze een verhalenwedstrijd, waarna het haar droom bleef schrijver te zijn. Wat ze schreef, ging altijd als vanzelf over kinderen, ontdekte ze. Behalve kinderboeken maakte ze toneelstukken en hoorspelen.

In haar boeken verkende Hazelhoff de wereld. Vooral de wereld van emoties: in De sneeuwstorm (1995) trotseren twee neven, wankelend vanuit een nieuwbouwwijk naar school, behalve de sneeuw toch vooral elkaar, in Ster (1987) en het dubbel bekroonde Veren (1994) krijgen zussen het aan de stok als de een succes boekt waar de ander in de schaduw blijft.

Afgunst is een van de terugkerende thema’s uit haar werk, net als prille liefde.

Direct met haar debuut viel Hazelhoff, die wel vergeleken werd met Guus Kuijer, op. In 1983 kreeg ze de Gouden Griffel voor Auww!, het relaas van haar tot dan toe vaste hoofdpersoon Maartje, die met een gebroken been in het ziekenhuis belandt.

Na Auww!, dat vlot, eigentijds en zeer ‘to the point’ geschreven was, maakte ze een opvallende ontwikkeling door. Was ze er in het begin van haar schrijversloopbaan vooral op gericht zonder opsmuk zo duidelijk mogelijk te zeggen hoe het zat, latere boeken werden steeds meer verkenningen. Haar stijl werd minder ‘aards’, zei ze zelf.

Ze schreef vanuit haar personages, die ze ervoer als reëel bestaand. „Extra mensen”, noemde zij ze, die na het beëindigen van een boek voorgoed bij haar bleven. Hazelhoff concentreerde zich op het schrijven van „scheve dialogen”, waarin haar figuren spraken over dagelijkse dingen, terwijl er onderhuids, op emotioneel vlak, iets geheel anders aan de hand was.

Haar trefzekere, twinkelende manier van schrijven echoot tot op de dag van vandaag in het werk van andere kinderboekenschrijvers, zoals Martha Heesen en Edward van de Vendel.

Een interview met Veronica Hazelhoff uit 1997 is te lezen op nrc.nl/kunst