Einstürzende Neubauten

Liggende flat in Shanghai (Onbekende kunstenaar)

Een vriend op Facebook stuurde een verbluffende foto rond, aangetroffen op het weblog van een Nederlandse ondernemer in Shanghai. Een enorm flatgebouw dat is omgevallen. Een flatgebouw met honderden appartementen. Gewoon omgevallen. Koud en onaangedaan en belangeloos omgevallen. Als een rubberen olifant. Als een dikzak die op zijn rug is gaan liggen om op zijn gemak wat te zonnen. Een foto waar je niet genoeg van krijgt.

Mijn eerste gedachten gaan niet uit naar de nabestaanden, maar naar de bewoners van de identieke flatgebouwen eromheen. Lukt het ze nog een oog dicht te doen? Hoe staat het met hun vertrouwen in de schepping? Zijn ze collectief aan de drank gegaan?

En daar is meteen ook die associatie met allerlei kunstprojecten. Projecten die vermaard zijn geworden door hun shock value en grootschaligheid. Ingepakte monumenten. Op hun kop gezette torens. Over de rand van het ravijn hangende doorzonwoningen.

Ook de associatie met kunstgekwaak als ‘uit hun context gehaalde structuren’ en ‘vervreemdende manipulatie van het stadslandschap’ is niet ver meer.

Dit luie flatgebouw, deze nog zo gaaf ogende badgast, die nooit in staat zal zijn op eigen kracht weer overeind te komen, roept onmiddellijk vragen op over de grens tussen kunst en werkelijkheid. Vragen uit de klassieke kunsttheorie, over de kunst die de natuur volgt bla-bla-bla, maar ook uit de discussies die de late twintigste eeuw beheersten – het conglomeraat van object, concept , collage, autonomie en installatie, enfin, de vaste klanten. De grens is dun.

Plaats een hek of lint om dit miraculeus neergekomen gevaarte en het is kunst. Daar bedoel ik niets denigrerends mee. Ik wijs alleen op de vaak onderschatte rol van isolement en afscheiding.

Het stadsbestuur van Shanghai kan nog meer doen dan linten spannen, als het van dit stom ongeluk een artistieke attractie wil maken. Het kan een kunstenaar laten invliegen die er een intentieverklaring bij schrijft. Veel hedendaagse kunst bestaat bij de gratie van de benadrukking – zeg maar de ouderwetse lijst in een nieuw jasje – en van de kunstenaarsintentie. Na een poos zal in Shanghai geen toerist meer weten wat er eerder was, de steenhoop of de bedoeling. Ik geef toe, ’t is een beetje bedrog, maar sinds wanneer is bedrog in de kunst uit den boze?

Eén ding is zeker. Als de museummensen, de frauderende aannemer en de ambtenaren van Shanghai er in zullen slagen dit tot kunstwerk te bombarderen, dan zal het meteen tot de wereldtop behoren.