Duurzame energie is een emotie

Op de huidige koers blijft het kabinet achter bij zijn ambities voor een duurzame energievoorziening.

Alleen met kernenergie zijn de doelstellingen haalbaar.

‘Nederland krijgt de duurzaamste energievoorziening van Europa. Ons doel is 20 procent duurzame energie en 30 procent emissiereductie in 2020.” Was getekend: CDA, PvdA en ChristenUnie in het coalitieakkoord van Beetsterzwaag. Ver weg van pottenkijkers en betweters werd een missie geboren.

Maar de missie blijft al twee jaar steken in de mooie woorden van minister Cramer. Tussen doel en werkelijkheid gaapt een diepe kloof. Advies van deskundigen wordt weggewuifd.

Wat is de realiteit? In 2008 groeide het aandeel duurzame energie in Nederland van 2,9 procent tot 3,4 procent. Die groei is toe te schrijven aan projecten die nog vallen onder de oude, in 2006 stopgezette regeling. De nieuwe regeling is beter dan de oude, maar laat nauwelijks resultaten zien. Het aantal windmolens op het land, de belangrijkste pijler onder het beleid, groeit maar moeizaam. Bestuurders onderschatten de maatschappelijke weerstand.

Voor de lange termijn is het perspectief nog ongunstiger. Kennisinstituten hebben keer op keer becijferd dat voortgezet beleid, onlangs nog aangevuld met 500 megawatt windenergie op zee uit het ‘crisispakket’, in de verste verte niet toereikend is om het doel van 20 procent duurzame energie in 2020 te halen.

In het achterblijven bij ambities staat het kabinet niet alleen. Ook de Europese doelstelling van 20 procent zal niet worden gehaald. Europa heeft tien jaar nodig gehad om van 5 procent (bestaande waterkracht) naar 7,5 procent duurzame energie te groeien. Dat is grotendeels toe te schrijven aan windenergie in Duitsland en Spanje. Financieel gezien zou het doel kunnen worden gehaald wanneer daarvoor 0,5 procent van het bruto nationaal product zou worden geofferd. Maar lidstaten staan daar niet om te springen. Voor Nederland zou dat neerkomen op 3 miljard euro per jaar. Het huidige budget bedraagt nog geen miljard euro.

Duurzame energie is niet alleen duur. Het is kleinschalig, en heel veel keren klein is nog steeds klein, terwijl windmolens, biomassa en zonneparken wel veel ruimte in beslag nemen. Vraag het de Urkers, wier eeuwenoude uitzicht ontnomen gaat worden door windmolens die op de Noordzee thuishoren. Kijk naar de koolzaadvelden in Frankrijk en Duitsland en bedenk dat er ook ruimte moet blijven voor tarwe, terwijl het aandeel biobrandstof in de brandstofmix amper 3 procent bedraagt.

Toch zullen de bakens snel verzet moeten worden. De Nederlandse energievoorziening is voor 90 procent afhankelijk van olie en gas. Slochteren is over twintig jaar leeg. De gemakkelijk winbare olie is op. De resterende olie- en gasvoorraden zijn voor het merendeel in handen van onberekenbare regimes.

Maar het kabinet, zijn missie ten spijt, schuift de beslissingen voor zich uit en komt weg met makkelijke maatregelen. Duurzaam inkopen door de overheid (wat betekent dat?). Spaarlampen (marginaal effect). Woningisolatie (verzin iets nieuws). Dit is de categorie flankerend beleid, bedoeld om de achterban te behagen.

Omdat het debat in de Kamer vooral wordt gevoed door electorale motieven, krijgen lobbygroepen alle kans het budget te versnipperen over aaibare opties als zonne-energie, getijdenenergie en mestvergisting: allemaal dure druppels op een gloeiende plaat. Gemeenten die kleine windturbines op daken willen stimuleren, molens die per kilowattuur twintig keer meer subsidie kosten dan grote windmolens op land – duurzaamheid is emotie.

Die 20 procent duurzame energie doelstelling is een illusie. De ruimte is er niet, het geld is er niet. Met ferm beleid is 6.000 megawatt windenergie op zee haalbaar, wat goed zou zijn voor 5 procent duurzame energie. Met goede coördinatie kan het aantal windmolens op land worden verdubbeld. Alles bij elkaar kan 10 procent in 2020 gehaald worden, misschien 1 of 2 procent meer.

Windenergie op zee kan daarna verder doorgroeien, als de kosten voldoende zijn gedaald zonder subsidie. De mate waarin is echter afhankelijk van verregaande investeringen in het Europese elektriciteitsnet. Gasgestookte elektriciteitscentrales zullen nodig blijven voor de zes van de tien dagen waarop het niet waait. Duurzame energie uit biomassa kan alleen doorgroeien als grootschalige biomassavergassing, voor de productie van écht efficiënte biobrandstoffen en groen gas, met succes kan worden doorontwikkeld. Dan nog zal vrijwel alle biomassa moeten worden geïmporteerd. Zonder mondiale intensivering zal die biomassa er niet komen. Veel onzekerheden kortom, waar Nederland weinig invloed op heeft.

Daarom moet de regering zo snel mogelijk die vergunning verlenen voor de 2.500 megawatt kerncentrale in Borssele, die in zijn eentje al goed zou zijn voor 5 procent van alle energie in 2020 in Nederland. Zonder subsidie. Zonder CO2-emissies. En door efficiëntere brandstofbenutting in derde- en vierdegeneratiekernreactoren kan het uraniumpotentieel praktisch gezien grenzeloos worden. Wie kiest voor duurzaam, kiest in de eerste plaats voor kernenergie.

Dr.ir. André Wakker is energiedeskundige bij het ECN. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

Duurzame energie

In de column van Christiaan Weijts (Opiniepagina, 1 juli) staat dat in Nederland 2,7 procent van de energie duurzaam is. In het artikel daarnaast is dat aandeel 3,4 procent. Het officiële, door het ministerie van VROM gehanteerde cijfer is 3,43 procent.