De Romeinse lusthof

Dat er met een regeringsvliegtuig aangevoerde Oost-Europese premiers met stijve stokjes en modellen op de rand van minderjarigheid rondlopen in de tuin van een premier die tevens eigenaar is van de belangrijkste nieuwsmedia: soit. Hun probleem. Maar het wordt anders als de Italiaanse manier van doen ook de partners in de eurozone begint te bedreigen.

Italië deelt in de problemen van de zware recessie van dit moment: het begrotingstekort voor dit jaar wordt geraamd op 5,3 procent, en de economische groei op -5,5 procent. Dat is dramatisch, maar het land loopt er niet mee uit de pas. De banksector kan zich er intussen op beroepen dat de kredietcrisis grotendeels aan haar voorbij is gegaan. Maar daar houdt het goede nieuws dan ook op.

Het Britse onderzoeksbureau Lombard Street somde deze week de perikelen op. Een gebrek aan modernisering, een woud aan regels en bijbehorende willekeur, een omvangrijk zwart circuit en de vrijwel totale afwezigheid van management in de economie hebben er toe bijgedragen dat de Italiaanse economische groei in de afgelopen tien jaar de helft bedroeg van het gemiddelde van de eurolanden. De industriële productie is, na een enorme van in het beging van dit jaar, terug op het niveau van 1989. Sinds de eeuwwisseling is de arbeidsproductiviteit gekrompen met gemiddeld 2 procent per jaar, en het land is ten opzichte van zijn belangrijkste handelpartners 35 procent duurder geworden in arbeidskosten. Geen wonder dat Italiës aandeel in de wereldexport het afgelopen decennium met 40 procent is ingezakt.

De staatsschuld, intussen, bedraagt 104 procent van het bbp en stijgt. Hoewel de schuld van andere eurolanden als gevolg van de crisis eveneens flink is toegenomen, is die van Italië veel hoger, en structureler. Bovendien bestaat hij voor 70 procent uit kortetermijnschuld aan het buitenland. Dit deel van de schuld staat gelijk aan 250 procent van de jaarlijkse export. Tijdens de Aziëcrisis kwamen er landen met minder hoge percentages al zwaar in de problemen. En dan zijn we de recessie nog lang niet uit en staat Italiaanse banken nog een mogelijke klap te wachten. Zij behoren tot de grootste financiers van Oost-Europese landen, die zwaar lijden onder de crisis.

Veel van die Oost-Europese landen, Letland voorop, zouden nu versneld de euro in willen. Zij verwijzen naar de rekkelijkheid waarmee Italië ruim tien jaar geleden de Europese munt in werd geloodst.

Waarom mochten de Italianen destijds wél? Inderdaad: er moet toch een moment komen waarop ook de beslissers van toen zich dat gaan afvragen. Of, in een roekeloze bui, de Italianen zelf. Er schijnen daar toch al de gekste dingen te gebeuren.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel