Beleggers moeten maar hopen op saaie marktontwikkelingen

Financiële opwinding is tijdenlang ruim voorradig geweest. Het tweede kwartaal van 2009 was geen uitzondering. Beleggers mogen hopen dat de dramatische koersstijgingen op de meeste mondiale aandelenmarkten in deze periode – 15 procent in Europa en de VS, bijna 20 in Japan en meer dan 50 op sommige opkomende markten – het einde van de opwinding zullen inluiden.

De aandelenkoersen zijn gestegen omdat de wereld een financiële catastrofe heeft afgewend. De heroïsche inspanningen van de autoriteiten hebben beleggers goede redenen gegeven om zich minder zorgen te maken over een ineenstorting – en meer dan genoeg geld opgeleverd om de markten vooruit te helpen.

Maar de rally heeft de littekens van de financiële crisis niet geheeld. In dollartermen liggen de mondiale aandelenkoersen nog steeds 36 procent lager dan een jaar geleden, aldus zakenbank Société Générale. De wonden van de kredietmarkten zijn nóg dieper. De creditspread van 106 basispunten op Markits index van hooggewaardeerde Europese obligaties is minder dan de 174 basispunten uit het eerste kwartaal, maar nog steeds veel hoger dan de 10 basispunten van twee jaar geleden.

Obligatiekopers rekenen nog steeds op een zware recessie. Toch lijkt de aandelenmarkt te mikken op een herstel van de gewone economische tijden. De koers-winstverhouding bedraagt volgens Société Générale 15,6 maal de winst over 2009. Dat is veel hoger dan het minimumniveau dat prevaleert als een catastrofe in de lucht hangt. Het zal terugvallen naar 12,2 maal de verwachte winst over 2010, die hoger zou moeten uitkomen. Maar er is aanzienlijke onzekerheid over het tempo van een eventueel winstherstel.

De opwinding op de aandelenmarkten is de afgelopen paar weken afgenomen. Beleggers in aandelen mogen hopen dat de verveling aanhoudt totdat het economische nieuws aansluit bij de rally. Meer opwinding – rechtsom of linksom – kan gevaarlijk zijn. Nu er al sprake is van een solide koersherstel, zou een nieuwe grote koerssprong in de komende maanden waarschijnlijk een teken zijn dat de stimuleringsprogramma’s een nieuwe zeepbel hebben voortgebracht. Dat zou later desastreuze gevolgen kunnen hebben.

Als alles volgens plan verloopt, moet de muur van goedkoop geld voorkomen dat de aandelenmarkt instort. Maar de crisis kan nog steeds verergeren, als een grote regering er bijvoorbeeld niet meer in slaagt obligaties te verkopen of als de inflatie plotseling oploopt. Geen enkele hoeveelheid ‘gratis’ geld kan zo’n schok opvangen. Dat kan zeker tot opwinding leiden, maar voor beleggers zou de ellende niet te overzien zijn.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Edward Hadas