Zuid-Afrikaanse arts in opleiding is het beu

Een aankomend arts in Zuid-Afrika verdient volgens de vakbond net zo veel als een buschauffeur. Daarom staken veel jonge dokters nu. „Het is crisis in de gezondheidszorg.”

Crisisberaad in het ziekenhuis. Moeten de jonge dokters van het Chris Hani Baragwanath Hospital in Soweto zich aansluiten bij hun stakende collega’s elders in het land? „Als we het werk neerleggen zullen de patiënten en de zusters daar onherroepelijk de dupe van zijn”, roept de ene witte jas. „Er gaan doden vallen”, verzucht een ander. „Maar in deze omstandigheden gaan patiënten sowieso dood”, merkt een kleine man achterin de artsenkantine op. Aan het eind van de lunchpauze zijn de dokters er nog niet uit. Voorlopig werken ze gewoon door. Maar met tegenzin.

De jonge dokters van Zuid-Afrika eisen een loonsverhoging van 50 procent om, zoals hun vertegenwoordigers zeggen, gelijke tred te houden met de salarissen in Europa. Zonder overwerk verdienen artsen in opleiding in de publieke sector in Zuid-Afrika net zo veel als buschauffeurs, zegt de vakbond. Dat is tussen de 7.000 en 10.000 rand per maand (600 tot 900 euro). Maar overwerk is in ‘Bara’, zoals het grootste ziekenhuis van het land in het township Soweto in Johannesburg genoemd wordt, verplicht. Sommige artsen draaien diensten van 24 tot 36 uur. En dus staken jonge artsen in heel Zuid-Afrika nu al dagen.

„In mijn contract staat dat ik voor 80 uur per week in dienst ben, maar het loopt soms op tot 160 uur. Dat is te veel”, stoomt actieleider Langanani Mbodi. Hij is 32 jaar oud en probeert de polikliniek kindergeneeskunde draaiende te houden. „Voor ons geld moeten we beslissen over leven en dood”, zegt zijn jaargenoot Zaid Gulamnabi. „Een buschauffeur heeft alleen zijn rijbewijs moeten halen. Ik heb zes jaar gestudeerd en altijd de hoogste cijfers gehaald om überhaupt tot de opleiding toegelaten te kunnen worden.”

De twee artsen drinken na de vergadering net buiten de kantine een cola „om wakker te blijven”. Over het smalle paadje onder de golfplaten overkapping trekt een onafgebroken stoet patiënten voorbij. Een man met zijn been in het verband klemt zich schreeuwend vast aan een voorbijganger als een van de wielen van zijn brancard eraf loopt. Een telefonerende dokter die toevallig langsloopt raapt het wiel op en geeft het zonder blikken of blozen aan de broeder. Dit is vaker gebeurd. „Het is crisis in de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg”, zegt Mbodi.

De nieuwe minister van Volksgezondheid, Aaron Motsoaledi, vindt het echter absurd dat artsen qua salaris gelijke tred willen houden met collega’s in Europa. „Europa is de eerste wereld, met een sterke economie”, zei hij. „Wij kunnen in de nabije toekomst nooit op hun niveau van betalen komen. Als we onderhandelen moeten we ons allemaal realiseren dat we in Afrika wonen. En in Zuid-Afrika hebben we onze beperkingen.”

Dat mag de minister vinden, zegt Norman Mabasa, voorzitter van de South African Medical Association (Sama), maar veel artsen kiezen door de slechte betaling en de slechte staat waarin de ziekenhuizen verkeren het hazenpad. „Ze gaan naar de private sector of naar het buitenland, zo simpel is het.” Volgens Mabasa zijn al meer dan 12.000 artsen naar het buitenland vertrokken. En van de 40.000 medisch specialisten die in Zuid-Afrika in het register staan, werkt inmiddels zo’n 70 procent voor privéklinieken. „Dat is op een bevolking van bijna 50 miljoen veelal niet kapitaalkrachtige zielen nauwelijks houdbaar”, zegt Mabasa.

De lichting van Mbodi en Gulamnabi telde een jaar geleden, aan het begin van de medische stages in Soweto, nog veertien jonge artsen. Inmiddels zijn er drie vertrokken. Australië, Engeland en Canada zijn het populairst, weet Gulamnabi. Artsen die de verplichte drie jaar in een staatsziekenhuis achter de rug hebben laten zich volgens hem vrijwel altijd „voor de zekerheid” ook als arts in een van die rijke buitenlanden registreren. Als een soort exit-optie.

„Ik zou zelf niet graag uit Zuid-Afrika vertrekken, maar de overheid moet ten minste enige waardering tonen voor wat we doen”, zegt Mbodi. En dat zit niet alleen in de betaling. „Dan werk je van die lange dagen en dan heb je voor patiënten soms nog geen aspirientje in de aanbieding. Ik ken een huisarts die hier in het ziekenhuis soms bijspringt en dan zijn eigen medicamenten meeneemt omdat wij die niet hebben.”

Maar kunnen artsen wel staken? Ze hebben toch de eed van Hippocrates afgelegd waarin ze beloven iedere zieke die op hun pad komt te helpen? „Je kunt je afvragen of het ethisch is om te staken”, erkent Mbodi. „Maar is het ethisch om artsen evenveel te betalen als buschauffeurs? Zonder ons loopt het slecht af met dit land.” De speciale compensatie voor artsen die de regering na eerdere demonstraties twee jaar geleden beloofde, heeft nog niemand ontvangen.

De artsenbond Sama heeft de wilde stakingen van afgelopen week niet goedgekeurd omdat de onderhandelingen met de regering nog bezig zijn. Maar voorzitter Mabasa vindt staken wel degelijk een legitiem middel. De eed van Hippocrates wordt door de politieke tegenstanders van de artsen „misbruikt”, meent hij. „In de eed staat niets over fatsoenlijke betaling van artsen. Dit is een arbeidsconflict, geen medische kwestie.”

    • Peter Vermaas