Weer iets irrelevanter

Een van de beroemdste iconen van het vaderlandse bedrijfsleven beleeft vandaag een unicum. Bij Royal Dutch/Shell zit nu voor het eerst geen Nederlander meer in de top van het uitvoerende bestuur. Topman Jeroen van der Veer is heden opgevolgd door de Zwitser Peter Voser. Hoewel er nog drie Nederlandse commissarissen ofwel niet-uitvoerende bestuurders blijven, onder wie Van der Veer zelf, is het ‘Dutch’ in Shell per 1 juli verder uitgehold.

Die trend begon al eerder. De oude verdeling van 60 procent Nederlandse ‘Koninklijke’ en 40 procent Britse ‘Shell’ is een uniforme bedrijfsstructuur: geen Hollandse nv, maar een Britse plc. Het hoofdkantoor staat weliswaar nog altijd in Nederland, maar dat lijkt steeds minder logisch. Waarom zou een in wezen Britse multinational zonder Nederlandse topbestuurders, met nog slechts 10 procent van de omzet in Nederland, daar tot het einde der tijden blijven? Na de aaneenschakeling van hervormingen zal een verhuizing moeilijk tegen te houden zijn. De willekeurige bezoeker van Shells website ziet intussen de geschiedenis van het concern beginnen met een verhandeling over het in 1833 begonnen handelsbedrijf van Londenaar Marcus Samuel die in 1907 de krachten bundelt met de Nederlandse oliemaatschappij Koninklijke Olie.

Is de stille ontrafeling van de band van Shell met Nederland een ramp? Strikt gezien niet. Het formele eigendom, of de vestiging van de hoofdzetel, horen weinig uit te maken voor de welvaartscreatie ter plekke. Maar een bedrijf als Shell is meer dan dat. Hoofdkantoren hebben een uitstraling. Dat geldt niet alleen voor hoogwaardige werkgelegenheid, maar ook voor minder tastbare zaken, zoals internationale politieke en economische zeggenschap.

Nu zijn de grote westerse oliemaatschappijen al lang niet meer de ongenaakbare machtscentra waar ze in de tijden van de ‘Zeven Zusters’ nog voor werden gehouden. De koloniale, en vervolgens postkoloniale wereld heeft plaatsgemaakt voor een wereldgemeenschap van assertieve staten met bijbehorende staatsenergiebedrijven. In het nieuwe mondiale krachtenveld hebben de traditionele oliemultinationals steeds minder te vertellen.

Maar dat betekent nog niet dat zij geen toegevoegde waarde hebben. Hun kennis en expertise zijn hard nodig, nu nieuwe energiebronnen steeds moeilijker te winnen zijn. De wereld gaat een tijdperk tegemoet van steeds schaarsere natuurlijke hulpbronnen, terwijl de vraag ernaar zal blijven stijgen. Dat heeft ingrijpende geopolitieke gevolgen. Elk kanaal van kennis van de energiewereld en aanwezigheid ter plekke is dan ook waardevol.

Het vertrek van Van der Veer mag een detail zijn, en het lijkt overdreven al te grote conclusies te trekken uit het einde van de loopbaan van één man. Maar het is toch weer een stap in een langzame afbraak van de eeuwoude band tussen Shell en Nederland. Met het afscheid van de topman is Nederland opnieuw een stukje onbeduidender geworden.