Vooruit kijken en loyaal zijn aan je kunstenaars

Ann Goldstein werkte 25 jaar voor het MOCA in Los Angeles. In het Stedelijk wil ze haar huidige werkwijze voortzetten. „Onze tentoonstellingen moeten de wereld rond reizen.”

Links Ann Goldstein zoals afgebeeld bij het persbericht van het Stedelijk (Foto Michael Powers), Goldstein (Foto Michael Powers) Powers, Michael

Ze is „verschrikkelijk opgetogen” dat ze het Stedelijk Museum vanaf volgend jaar mag gaan leiden, vertelt Ann Goldstein telefonisch vanuit haar woonplaats Los Angeles. „Ik ben een groot bewonderaar van het museum, van zijn rijke geschiedenis en zijn fantastische collectie. Dit is werkelijk een grote eer.”

In Nederland is Ann Goldstein (Los Angeles, 1957) nog een onbekende naam, al worden haar tentoonstellingen en publicaties door kenners geprezen. Vijfentwintig jaar lang werkte ze in het MOCA in Los Angeles, een jong museum dat ze dankzij een reeks toonaangevende tentoonstellingen op de kaart wist te zetten. Ze begon er in 1983 als stagiaire, werkte vervolgens als bibliotheekassistent, onderzoeksassistent, assistent curator, curator en ten slotte, sinds 2001, als senior curator.

Goldstein studeerde aan de Universiteit van California in Los Angeles (UCLA). Ze is gespecialiseerd in conceptuele kunst en Minimal Art, stromingen waarover ze toonaangevende tentoonstellingen organiseerde, zoals het historische overzicht A Minimal Future? Art as Object 1958-1968 uit 2004. Veel geroemd is ook haar expositie A Forest of Signs: Art in the Crisis of Representation (1989), over de Amerikaanse Appropriation Art. Daarnaast maakte ze talloze solotentoonstellingen, van veelal maatschappelijk geëngageerde kunstenaars als Lawrence Weiner, Barbara Kruger, Felix Gonzalez-Torres en Martin Kippenberger. Die laatste expostie reisde ook door naar het MoMA in New York en werd daar alom bejubeld. Op dit moment werkt Goldstein aan het eerste retrospectief van William Leavitt, een expositie die vanaf eind 2010 in het MOCA te zien zal zijn.

Waarom gaat u het MOCA, na 25 jaar, toch verlaten?

„Als senior curator heb ik het MOCA zien groeien. Het behoort nu tot de wereldtop. Voor mij is het een perfect moment om over te stappen. Dat ik nu voor het eerst een museum kan gaan leiden, is een fantastische kans.”

Kent u het Stedelijk Museum goed?

„Twintig jaar geleden bracht ik mijn eerste bezoek aan Amsterdam, en heb toen ook het Stedelijk bezocht. Sinds die tijd ben ik er regelmatig teruggeweest. Ik heb altijd grote waardering gehad voor het Stedelijk, met name voor de rol die het museum heeft gespeeld in de stad en in de kunstenaarsgemeenschap. Ik hoop dat als het Stedelijk volgend jaar heropent, het die rol opnieuw kan spelen.”

Wat zijn uw plannen met het Stedelijk?

„Ik wil dat het een actieve, dynamische plek wordt. Een plaats die de nieuwsgierigheid opwekt, waar altijd wat te beleven is. Maar ook een plek die erkenning krijgt voor zijn onderzoek, zijn publicaties en zijn educatieve programma’s. Er moeten spraakmakende tentoonstellingen komen, die de wereld rond gaan reizen.”

Volgens Gijs van Tuyl staat het MOCA als instituut dichter bij het Stedelijk dan bijvoorbeeld het MoMA. Bent u het daarmee eens?

„Het zijn wel heel verschillende musea. Het MOCA is pas dertig jaar oud, het Stedelijk heeft een veel langere traditie. Maar beide musea hebben zich onderscheiden door hun engagement met de avant-garde. Het zijn musea die vooruit kijken, en die loyaal willen zijn aan de kunstenaars met wie ze werken. In die opzichten zal ik in het Stedelijk veel kunnen voortzetten van mijn huidige werkwijze.”

Gijs van Tuyl zei ook dat u wel zult moeten leren fietsen.

„Inderdaad”, lacht ze. „Deze L.A. girl zal zich moeten aanpassen: van vier wielen naar twee. Dat gaat nog moeilijk worden.”

    • Sandra Smallenburg