Tessa (12) zingt een lied, haar vader kijkt vertederd toe

Arnon Grunberg verblijft in de Vinexwijk Leidsche Rijn. „De moslims willen onder elkaar zijn.”

Vanwege vaderdag ga ik met Marinka, moeder van drie kinderen, vrouw van Hugo, naar de Kruidvat, waar een luchtje wordt gekocht en dan naar de Bruna, waar een Voetbal International wordt aangeschaft. In een bloemenwinkel nemen we nog een plant mee en een vogelhuisje. Dan zijn er genoeg cadeautjes voor papa.

Marinka wijst op een bouwput. „Daar komt een moskee,” zegt ze. „Mensen in de buurt hebben ertegen geprotesteerd. Ze hebben voorgesteld er een multicultureel centrum van te maken voor alle godsdiensten, maar de moslims wilden kennelijk onder elkaar zijn.”

Marinka levert me af bij het volgende gezin. Ik ben nu bij Bart en Marjet. Hij is kinderpsycholoog, zij verpleegster. Allebei hebben ze kinderen uit een eerder huwelijk. Hij twee, zij een. Ik slaap in Barts behandelkamer.

En ik mag meteen mee dochter Tessa ophalen. In augustus wordt ze 12. Ze heeft drie konijnen.

Op het schoolplein zegt Marjet: „Sommige meisjes in Tessa’s klas zijn al halve vrouwen, maar Tessa is nog een kind.”

Ik zie meisjes langer dan ik met een geprononceerde boezem uit Tessa’s klas komen.

„Dat maakt het niet altijd makkelijk voor Tessa,” zegt Marjet. „En op school signaleren ze de problemen laat.”

Thuis op de bank vertelt Bart: „Ik was al gesteriliseerd, maar Marjet wilde nog dolgraag een kind van me. De huisarts zei: „Ik geef je minder dan één procent kans.” We zijn een ivf-procedure begonnen. We moesten ervoor naar Gent, want daar zijn ze veel verder. En toen kwam Tessa. Ze maakte deel uit van een tweeling. Marjet verloor al de helft van de tweeling. We waren bang dat we Tessa ook zouden kwijtraken.”

Ik kijk naar Tessa.

„Wat wil ze worden?” vraag ik.

„Gebarentolk,” zegt Marjet.

Aan tafel zegt Marjet: „Wij eten zalm, maar Tessa heeft groenteballetjes, want ze is vegetariër.”

„Hoelang ben je al vegetariër, Tessa?” informeer ik.

„Hoelang ben ik vegetariër, mama?” vraagt Tessa.

„Twee jaar,” zegt haar moeder.

Na het eten gaat Tessa zingen. Een lied uit de televisieserie Het Huis Anubis.

Haar vader die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt maar nog even doorwerkt kijkt vertederd toe.

„Hij is het mooiste wat me ooit is overkomen,” zingt Tessa, „speelt de hoofdrol in mijn allermooiste dromen/ heeft geen weet van zijn betekenis voor mij/ hij is hij.”

Luisterend naar Tessa en kijkend naar haar vader neemt het sentiment tegen mijn zin bezit van mij.

(wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg