Soms was opkomst meer dan 100 procent

Er is officieel geen bewijs voor verkiezingsfraude in Iran. „Het dossier is gesloten.”

Buitenlandse onderzoek toont echter wel degelijk aan dat er is gefraudeerd.

Wat het Iraanse regime betreft is alle onzekerheid over de uitslag van de presidentsverkiezingen van 12 juni voorbij. De Raad van Hoeders van de Grondwet maakte maandag bekend dat hertelling van 10 procent van de stemmen geen bewijs heeft opgeleverd van fraude. De drie verslagen uitdagers van de conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad hadden protest aangetekend tegen grootscheepse fraude, op straat gesteund door honderdduizenden burgers in dagenlange massademonstraties. Maar het was vergeefs.

Ahmadinejad is ook na de hertelling met 63 procent van de stemmen herkozen. Ex-premier Mir Hossein Mousavi, zijn belangrijkste hervormingsgezinde rivaal (34 procent), eiste annulering van de uitslag, maar heeft nu op dit vlak geen opties meer tot zijn beschikking. Een woordvoerder van de door conservatieven gedomineerde Raad van Hoeders onderstreepte dat „het dossier is gesloten”. De voorzitter van de Raad, ayatollah Jannati, herinnerde er eerder al aan dat als de Raad geen bewijzen van geknoei zou vinden, Mousavi volgens de kieswet wegens laster kan worden vervolgd.

De beschuldigingen van de Iraanse oppositie dat de autoriteiten wel hebben gefraudeerd, worden gesteund door een analyse door professor Ali Ansari, directeur van het Iran Instituut van de Universiteit van St. Andrews. Het onderzoek is gepubliceerd door de Britse denktank Chatham House. Ansari baseert zich op een vergelijking van de uitslagen per provincie van het Iraanse ministerie van Binnenlandse Zaken van deze verkiezingen en die van 2005, samen met de census van 2006. Zijn hoofdpunten:

1 In twee conservatieve provincies is een opkomst van meer dan 100 procent geregistreerd. Deze constatering is door de Raad van Hoeders voor 50 steden bevestigd, maar als niet-doorslaggevend bestempeld en vervolgens genegeerd.

2 In vergelijking met 2005 is de conservatieve stem met 113 procent toegenomen. Dit zou vooral het gevolg zijn van de hoge opkomst: de stille conservatieve meerderheid zou massaal op Ahmadinejad hebben gestemd. Maar uit de resultaten blijkt dit verband nergens. De provincies met de hoogste opkomst zouden dan namelijk de grootste draai naar Ahamadinejad moeten hebben gemaakt. Dit is niet het geval.

3 In eenderde deel van de provincies zou volgens de officiële uitslag de president niet alleen alle vroegere conservatieve kiezers achter zich hebben moeten krijgen, maar ook alle vroegere centrumkiezers én alle nieuwe kiezers én 44 procent van kiezers die voorheen op hervormingsgezinde kandidaten hebben gestemd.

4 In 2005, 2001 en 1997 bleken conservatieve kandidaten zeer impopulair op het platteland. Het is een mythe dat het platteland altijd conservatief stemt. Dat dit jaar juist plattelandsprovincies die niet eerder conservatief stemden, zich massaal achter Ahmadinejad schaarden, is daarom hoogst onwaarschijnlijk.

Overigens houden de Amerikaanse onderzoekers Ken Ballen en Patrick Doherty vol dat de verkiezingsresultaten juist wél de wil van de Iraanse bevolking bevestigen. Zij baseren zich op een opinieonderzoek dat zij van 11 tot 20 mei telefonisch lieten uitvoeren en waaruit volgens hen bleek dat Ahmadinejad met een marge van meer dan 2 tegen 1 leidde.

Anderen wijzen er echter op dat de definitieve kandidatenlijst pas 19 mei bekend werd en de campagne 20 mei begon. Mousavi zelf verscheen voor het eerst op 22 mei op de televisie, en werkelijk enthousiasme genereerde hij pas vanaf 3 juni, toen hij in een televisiedebat in een felle strijd met Ahmadinejad verwikkeld raakte.

De volgende formele stap is dat Ahmadinejad als president wordt ingezworen door opperste leider ayatollah Ali Khamenei.

Lees beide onderzoeken via: nrc.nl/iran