Prikbord van overheid hield opinie buiten

De Staatscourant houdt op te bestaan. Het oudste dagblad van Nederland begint aan een nieuw leven op internet. Kritisch over de overheid was de krant zelden, correct wel.

Eerste Staatscourant, van 1814

„Vorst Bismarck had te Stettin een rustige nacht.” Zomaar een mededeling uit de Staatscourant, aan het einde van de negentiende eeuw. Om controversiële politieke klippen te omzeilen beperkte de berichtgeving zich in die tijd tot trivia.

Vandaag viel het doek voor het oudste dagblad van Nederland. De Staatscourant is niet meer, althans niet meer in papieren vorm. Vanaf nu mag de overheid nieuwe regelingen rechtsgeldig bekendmaken op internet. Voor redactionele toelichting op die regelingen is het een kwestie van inloggen op de website van de Staatscourant, met een code en een wachtwoord.

Behalve in de verschijningsvorm is er sinds de oprichting door koning Willem I in 1814 niet zo veel veranderd. De krant was en is vooral bedoeld als platform voor bekendmaking en toelichting van overheidsbesluiten.

Aanvankelijk gebruikte Willem I de Staatscourant ook om critici de mond te snoeren. Dat kwam de krant op kritiek te staan, vooral van de vrije pers, die via de heffing van een ‘dagbladzegel’ meebetaalde aan de Staatscourant. De krant beperkte zich vervolgens tot trivia en al snel hield het helemaal op met redactionele bijdragen. De Staatscourant werd wat hij bijna honderd jaar bleef: een krant met louter verplichte publicaties.

Als de huidige hoofdredacteur Maurits van den Toorn het over „bijzondere Staatscouranten uit het verleden” heeft, doelt hij dan ook niet op grootse maatschappelijke gebeurtenissen die de krant versloeg. „Nee hoor, je moet dan denken aan de krant waarin de geboorte van prinses Beatrix werd aangekondigd. Of het overlijden van Willem II. Of de bekendmaking van de Belgische opstand in 1849.”

Vanaf de jaren zeventig van de 20ste eeuw kwam hierin voorzichtig verandering. De Staatscourant begon op een gewone krant te lijken. Een beetje een brave, dat wel. Maar met een redactionele component in de vorm van interviews, analyses, artikelen en columns. Let wel, zo tekent Van den Toorn aan, het ging daarbij om columnisten die soms tijdelijk verstek moesten laten gaan wegens het formeren van een kabinet. Dat gold bijvoorbeeld voor Rein Jan Hoekstra (lid Raad van State, CDA), informateur van het tweede kabinet-Balkenende in 2003.

Was de Staatscourant daarmee niet toch weer, net als in de begintijd, een propagandamiddel geworden? Waarin het optreden van de overheid altijd positief werd afgeschilderd? Dat leek mee te vallen. Eind jaren zeventig werd een reeks artikelen over het energiebeleid, onder meer over omstreden kernenergie, gepubliceerd die kritisch van aard was. Lang mocht de pret niet duren. De reeks moest worden gestaakt omdat dergelijke vrijheden niet bij een overheidsuitgave pasten.

Het bleef voor de Staatscourant eigenlijk altijd schipperen ‘tussen wet en opinie’ zoals de titel luidde van een boek naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de krant. Overigens klopt die titel niet helemaal: wetten worden niet in de Staatscourant gepubliceerd, maar in het Staatsblad.

Vanaf 1988 verscheen de krant op roze papier. Dat was geen frivole oprisping, maar een poging om op te vallen tussen de stapels wit-grijze kranten. Het aantal abonnees varieerde volgens uitgever Michiel Bom „van enkele tienduizenden, misschien wel honderdduizenden, in de beginperiode, tot rond de enkele duizenden nu”.

Met de redactionele component was het in papieren vorm al afgelopen sinds 5 september 2008. De laatste tien maanden stonden alleen nog de verplichte publicaties in de krant. Vanmiddag nam staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken, CDA) in Den Haag de laatste papieren versie in ontvangst.

Helemaal ‘paperless’ wordt de Staatscourant niet. Er blijft een wekelijkse papieren uitgave bestaan. En voor wie de oude Staatscouranten nog eens wil ruiken en voelen, ook dat kan nog. Bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag liggen alle exemplaren van deze Haagse ‘grand old lady’, zoals de redactie haar graag zag.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Belgische opstand

In het artikel Prikbord van overheid hield opinie buiten (1 juli, pagina 2) wordt 1849 als het jaar van de Belgische opstand genoemd. Dat moet 1830 zijn.

    • Judith Spiegel