Plassen op het treinbalkon is 'idioot'

Vrijspraak voor de treinplasser, straf voor zijn vriend die een conducteur sloeg. De beroepstermijn verliep gisteren. Maar NS komt nog met een civiele claim.

De wc was op slot en hij wilde de trein niet missen. En er lag toch al rommel in de hoek, op ‘het balkon’. En toen had hij daar geplast. Nee, dat hoort niet, dat besefte hij.

Veel woorden werden er niet aan vuil gemaakt, op 2 juni, aan het plassen in de trein, door politierechter Q.R.M Falger. Hoewel wat erna gebeurde misschien wel wegens dat plassen alle voorpagina’s haalde.

Een hoofdconducteur in burger zag de man na de voetbalwedstrijd Nederland-Schotland, op 28 maart, in de trein plassen, zei daar wat van en werd toen door de plasser en een vriend het ziekenhuis in geslagen. Hij liep een gebroken sleutelbeen op, een tand door de lip, kneuzingen, een hersenschudding.

De conducteur zou tot twee keer toe bewusteloos zijn geslagen, eerst op het perron van Amsterdam CS, om vervolgens de trein ingetrapt te worden, waar hij, opnieuw buiten westen was blijven liggen. Ter hoogte van Weesp had een onbekende aan de noodrem getrokken. Waarna de daders waren ingerekend.

NS liet direct weten de daders financieel zo hard mogelijk te zullen aanpakken. „Alles wat maximaal haalbaar is”, zei een woordvoerder, doelend op de kosten van het ziekenhuis, van het ziekteverzuim, de reïntegratie, de inzet van ander personeel, van psychologische begeleiding en op smartengeld. Minister Camiel Eurlings (Verkeer, CDA) zei het incident „schandalig” te vinden en juichte het van harte toe dat de spoorwegen de schade „snoeihard” gingen verhalen.

Maar twee weken geleden volgde vrijspraak, althans voor de 34-jarige plasser. Plassen in de trein stond niet in de dagvaarding. Zijn 35-jarige vriend werd wel veroordeeld, tot 120 uur taakstraf, of 60 uur cel met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaar. Ook werd hij veroordeeld tot betaling van een kleine 2.000 euro.

Gisteren liep de beroepstermijn af. Justitie legt zich neer bij het vonnis.

Frank van Seventer, de verdediger van de plasser, heeft daarmee gelijk gekregen. Hij betoogde op 2 juni dat zijn cliënt al was veroordeeld door de Volkskrant, Het Parool en deze krant, die berichtten dat de NS, naar aanleiding van het incident, had laten weten de schade van geweldpleging op de daders te verhalen. Van Seventer betoogde ook dat zijn cliënt hard gestraft was, doordat hij op staande voet ontslagen werd en in zijn woonplaats Delfzijl met de nek wordt aangekeken. En dat, hoewel hij zich niet aan de ten laste gelegde mishandeling had schuldig gemaakt. Want „duwen veronderstelt geen opzet”. Daar moest de officier „Knigge, de Hoge Raad, uit 2007” maar eens op naslaan.

De zaak diende ‘slechts’ voor de politierechter, omdat het slachtoffer in burger was, en verdachten niet konden weten dat hij conducteur was. Molest van een conducteur geldt als verzwarende omstandigheid en valt onder de meervoudige kamer.

Er was, zo bleek op de zitting, sprake geweest van twee incidenten. Stukje bij beetje werd er gereconstrueerd, met behoud van onduidelijkheden. De treinplasser werd als eerste ondervraagd. Hij had, net als de andere betrokkenen, „gedronken”. Tijdens het plassen was hij niet alleen aangesproken, maar ook vastgepakt, door „een kleine” (de conducteur, in oranje gekleed) en diens vriend, „de grote”. De laatste „had mij beet”, de eerste daarna ook, hij was bang geweest het perron opgeduwd te worden. Hij rukte zich los, volgens het dossier.

„Hoe?”, vraagt de officier. Kan verdachte voordoen welke draai hij maakte? „Ik heb niet geduwd”, zegt deze. Integendeel, hij kreeg zelf een zet na, en liep vervolgens op het perron naar de wagon waar zijn vriend zat. Bij het raam maakte hij een gebaar, nee, niet om versterking te vragen, maar „om duidelijk te maken dat we de volgende trein moesten nemen”. Verder had hij niets gedaan.

Dat was het eerste incident, daarna volgde het tweede.

De vriend is aan de beurt om vragen te beantwoorden. Hij kwam naar buiten, zegt hij, en is vervolgens niet op „de kleine en die grote” afgestormd, zoals die beweerd hebben. Het was precies andersom. Uit noodweer heeft hij de kleine een duw gegeven (waardoor deze vanaf het perron tegen de paal in het midden van het beplaste balkon vloog, letsel opliep en buiten westen raakte) en, misschien, een stomp. Meer is het niet geweest.

Aan het begin van de zitting vertelde hij een strafblad te hebben, wegens „rottigheid tussen 1997 en 2002”. Daarna had hij besloten „huisje, boompje, beestje” te willen.

Aan de vervulling van die wens kwam een einde, op 28 maart, even voor middernacht. Het verweer van zijn verdediging – geen opzet, noodweer – wordt twee weken na de zitting verworpen. Slaan en stompen wordt niet bewezen geacht, maar op grond van het zwaar lichamelijk letsel van de conducteur moet er sprake zijn geweest van een „heel harde duw”.

Dat de plasser geslagen heeft, acht de rechter niet bewezen. Het slachtoffer kan zich het ook niet herinneren. Dus wordt de verdachte vrijgesproken. „Maar”, zo voegt de rechter toe: „plassen in de trein is volledig idioot en het is volkomen terecht dat hij daarop is aangesproken.”

Daarmee is de kous niet af. „Grote winst”, laat NS weten, „ is dat we in elk geval één veroordeelde hebben, op wie we de schade kunnen verhalen. Stel dat de conducteur nooit meer aan de slag kan, dan wordt het een enorme claim.” Of en hoe de vrijgesproken plasser kan worden aangesproken, bekijken de NS-juristen nog.