Niemand wacht op verheffing door Bos

De pogingen van de bestuurlijke elite om haar vooruitgangsmodellen door te drukken zijn de belangrijkste oorzaak van de kloof tussen burgers en bestuur, aldus Agnes Kant.

Illustratie Siegfried Woldhek Woldhek, Siegfried

De sociaal-democratie kan niet zonder elite, want volksverheffing vraagt om leiding en moraal, aldus Wouter Bos (Opiniepagina, 24 juni). Hij zou er goed aan doen te beseffen dat de bestuurlijke elite niet zonder het volk kan en zijn bondgenoot moet zijn. Sociale verworvenheden als stemrecht, het minimumloon, de ziektewet en betaalbare en fatsoenlijke huisvesting zijn in het verleden niet ontstaan dankzij de ‘leidende elite’, zoals Bos denkt. Ze zijn veelal afgedwongen, door de strijd van gewone mensen: door stakingen, demonstraties en zelforganisatie; in vakbonden en actiegroepen, door oprichting van fondsen voor gepensioneerden of coöperaties van huurders. De elite wilde die macht zelden delen en was vaak een rem op veranderingen die de bevolking dienden.

Vooruitgang kan niet zonder elite – cultureel, intellectueel én politiek. Maar deze elite van voortrekkers bestaat vaak uit mensen die overtuigen en anderen meekrijgen. Op basis van gezag en verworven autoriteit. Dat is iets anders dan een zelfverklaarde bestuurlijke elite die boven de mensen staat en die zou weten wat goed voor hen is.

Politici kunnen vooruitgang niet opleggen. Dergelijk maakbaarheidsdenken heeft mensen in het verleden juist met veel problemen opgezadeld. Vooral sociaal-democratische bestuurders zijn hiermee de fout in gegaan. Zij wisten wat goed was voor de mensen en probeerden hen in hun bestuurlijke mal te dwingen.

Daarom moest het onderwijs keer op keer op de schop, hoewel leraren en ouders daar niet op zaten te wachten. Publieke voorzieningen werden steeds grootschaliger, omdat onder de bestuurlijke elite de opvatting domineerde dat de markt steeds meer overheidstaken moest overnemen en schaalvergroting zou leiden tot efficiëntie. Wederom zonder dat de bevolking hier om vroeg of hier in werd gekend. Zo ontstonden anonieme leerfabrieken waar leerlingen verloren raakten. Verdwenen politiebureaus uit de wijken, die aan hun lot werden overgelaten. En zitten we nu met grote zorginstellingen, waaruit de warmte en de intimiteit is verdwenen.

Het bestuur van publieke diensten werd overgedragen aan managers. De gebruikers kregen steeds minder te zeggen over hun woningcorporatie, hun openbaar vervoerbedrijf of hun energiebedrijf. De bestuurlijke elite heeft daarmee uit handen gegeven wat niet van hen is, maar van ons allemaal. En heeft de bevolking bewust op afstand gezet. Pogingen van de bestuurlijke elite om hun vooruitgangsmodellen door te drukken zijn de belangrijkste oorzaak van de veelbesproken kloof tussen burgers en bestuur. Het cynisme van de bevolking is door politici zelf georganiseerd. Als de bevolking massaal een Europese Grondwet afwijst, weet de elite beter wat goed is voor de mensen en wordt via de achterdeur een nauwelijks gewijzigde versie alsnog goedgekeurd. Op deze manier wakkert de elite het wantrouwen van de bevolking zelf aan.

Diezelfde burgers zitten echt niet te wachten tot bestuurders als Wouter Bos hen komen ‘verheffen’. Mensen willen vooral een overheid die hun problemen serieus neemt. Die hun bondgenoot is en het initiatief neemt om samen met hen problemen op te lossen. Die niet toekijkt hoe hun buurt een getto wordt, maar serieus werk maakt van gemengde scholen en wijken. Die niet bezuinigt op de politie, maar zorgt dat er voldoende wijkagenten op straat zijn. Die niet de AOW- leeftijd verhoogt naar 67 jaar, terwijl in de verkiezingen door alle coalitiepartijen beloofd is dat deze 65 blijft. Die niet toekijkt hoe een deel van diezelfde bestuurlijke elite de zakken vult met belastinggeld. Mensen willen dat de overheid weer hoeder wordt van het algemeen belang en van de publieke zaak.

Ik begrijp dat mensen cynisch zijn geworden en boos zijn op politici die het allemaal beter lijken te weten. En dat zij zich afkeren van de politiek of hun betrokkenheid beperken tot een proteststem. Bestuurders moeten interesse tonen in wat mensen beweegt. Hun problemen serieus nemen. Permanent onderzoeken wat leeft onder verzorgers, onderwijzers, politieagenten, buurtbewoners, gehandicapten, ondernemers, werknemers, jongeren en ouderen, zodat hun oplossingen in de Tweede Kamer aan bod komen.

Politiek is meer dan public relations en reclame maken. Bestuurders die denken dat ze hun beleid beter moeten uitleggen, zullen van een koude kermis thuiskomen. Zij moeten ophouden mensen de les te lezen. Politici moeten mensen een stem geven. De rol van een echte volkspartij is: luisteren naar de mensen, hen serieus nemen. Jezelf tot woordvoerder en bondgenoot maken van voortrekkers in de maatschappij. Duidelijk maken dat je niet bóven, maar náást de mensen staat. Alleen dan zullen mensen zich betrokken voelen en zich inzetten voor de samenleving. Dát is de eerste voorwaarde voor de echte vooruitgang.

Agnes Kant is fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer.

    • Agnes Kant