'Meer nadruk op de chronologie'

NHM-directeur Erik Schilp is „erg teleurgesteld” dat de Tweede Kamer vasthoudt aan de locatie naast het Openluchtmuseum. „Het is wel erg makkelijk om ons ‘eigengereid’ te noemen.

Erik Schilp (Rien Zilvold) amsterdam erik schilp foto rien zilvold Zilvold, Rien

Rosan Hollak

De Tweede Kamer heeft gisteren definitief gekozen voor vestiging van het Nationaal Historisch Museum (NHM) bij het Openluchtmuseum. Het parlement houdt daarmee vast aan het plan waarmee de gemeente Arnhem in 2007 werd gekozen als locatie voor het nieuwe museum. Deze beslissing gaat in tegen de keuze van minister Plasterk (PvdA, Cultuur) die, net als de directie van het NHM, de voorkeur gaf aan de bouw van het museum bij de John Frostbrug in het centrum van Arnhem. NHM-directeur Erik Schilp is „ontzettend teleurgesteld” dat hij en mededirecteur Valentijn Byvanck niet hun eigen plan kunnen uitvoeren. „Dit is dus de politieke realiteit waarmee wij te maken hebben.”

Wat gaat u doen? Bent u van plan op te stappen?

„Nee. Na de zomer gaan we kijken of we met een aangepast concept voor het museum kunnen komen. We zullen heel wat moeten uitzoeken en een nieuwe begroting en planning moeten maken. Maar als blijkt dat het project dan nog steeds haalbaar is, kunnen we eindelijk aan de slag.”

Plasterk heeft 50 miljoen voor het NHM uitgetrokken. U stelde dat de bouw bij het Openluchtmuseum zo’n 30 miljoen euro van die 50 miljoen zou opslorpen voor een parkeergarage. Hoe gaat u dat probleem oplossen?

„Toen Byvanck en ik werden aangesteld kregen we, naar aanleiding van dat rapport, meteen de opdracht van de raad van toezicht om een andere locatie te gaan zoeken. Nu we het NHM naast het Openluchtmuseum gaan bouwen, zullen we alles opnieuw moeten onderzoeken. We hebben bijvoorbeeld nog niet gekeken of we kosten kunnen besparen door een bovengrondse parkeerplaats te bouwen of door een kleiner gebouw neer te zetten.”

Heeft u vertrouwen in een toekomstige samenwerking met het Openluchtmuseum?

„Onze persoonlijke relatie is altijd hartelijk geweest. We hebben nu nog geen concrete plannen gemaakt. Maar na de zomer zullen we zien waar het schip kan worden aangemeerd.”

Er is ook veel discussie geweest over de inhoud van het museum. Jullie zouden niet de canon als uitgangspunt nemen maar ‘vijf’ werelden.

„Onze eerste plannen in december waren bewust gepresenteerd als een discussiestuk. De afgelopen tijd hebben we veel geleerd van de reacties van historici en andere deskundigen. We zijn nog steeds niet van plan de canon als uitgangspunt te nemen, maar we willen zeker meer nadruk leggen op de chronologie.”

Toen duidelijk werd dat de Kamer een motie tegen uw plan zou indienen, zei u dat het parlement alle rijksmusea moest ‘nationaliseren’. Vindt u dat nog steeds?

„Toen ik die opmerking maakte, was ik geïrriteerd. Maar ik blijf erbij dat als de Kamer zich gaat bemoeien met de inhoud van het kunst- en cultuurbeleid, dit vergaande consequenties kan hebben voor het bestuur en de directie van culturele instanties.”

U bent uitgemaakt voor ‘postmoderne yup’ en ‘eigengereide directeur? Wat vindt u van die termen?

„Het wel erg makkelijk om mij en Byvanck ‘eigengereidheid’ toe te dichten. Wat ik de afgelopen maanden ben gaan beseffen, is dat ik nu directeur ben van een nationaal instituut. De zelfstandigheid die ik bij het Zuiderzeemuseum gewend was, heb ik niet meer. Bovendien realiseren veel mensen zich niet dat wij al onze besluiten nemen met de raad van toezicht. Het is dus moeilijk om ‘eigengereid’ te zijn.”

    • Rosan Hollak