Maatregelen beperken werkloosheid

Zeker 43.000 mensen hebben de afgelopen maanden een baan gevonden dankzij de bemiddeling via mobiliteitscentra. Hierdoor, en mede door de deeltijd-WW, is de werkloosheid in Nederland met 4,5 procent van de beroepsbevolking nog relatief laag.

Uit een rapport dat het ministerie van Sociale Zaken gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd blijkt dat 5.000 mensen naar ander werk zijn begeleid nog voordat ze officieel werkloos werden. Rond de 38.000 mensen hebben in de eerste drie maanden na hun ontslag een nieuwe baan gevonden via de mobiliteitscentra.

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) had besloten 33 mobiliteitscentra op te zetten om de stijgende werkloosheid te bestrijden. De kracht van de mobiliteitscentra is dat vraag en aanbod er bij elkaar komen. Bedrijven melden hun vacatures en ontslagen werknemers melden zich als werkzoekende. Hoewel het aantal vacatures daalt, staan nog altijd 152.000 vacatures open, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De werkloosheid is met 0,6 procentpunt licht toegenomen tot 348.000.

De arbeidsparticipatie, het percentage van de potentiële beroepsbevolking bevolking dat betaald werk verricht, is in Nederland 77 procent, blijkt uit de nieuwste CBS-gegevens.

Morgen wordt duidelijk hoe de nieuwe regeling voor deeltijd-WW eruit komt te zien. Dan bespreekt Donner met de Tweede Kamer zijn voorstel voor verlenging van de regeling. Vandaag voerde de minister nog druk overleg met de sociale partners over de vraag hoe de regeling passend moet worden gemaakt voor vakkrachten. Sociale partners willen dat het hele personeel van een bedrijf van de regeling gebruik kan maken. Vorige week staakte de minister de regeling omdat het geld op is.